Cultureel erfgoed met een vleugje cadmium

Overpelt- Fabriek veranderde in een arbeiderswijk nadat er in 1888 een Zinkfabriek werd gezet door een Duitse industrieel. In Noord-Limburg onthaalde men de plannen voor de opbouw van een fabriek met veel vreugd, de fabriek betekende het begin van de industrialisatie van Noord-Limburg. Maar de komst van de fabriek bracht naast werk en woonst ook de nodige vervuiling. Zo ook voor Karel Lètiere die er in 1993 een bediendenwoning kocht.

Karel Lètiere kocht in 1993 een bediendenwoning in Overpelt-Fabriek

‘Toen ik hier kwam wonen waarschuwde de vorige eigenaar mij dat ik best geen groentetuintje kon aanleggen. Volgens hem was de grond in de tuin te vervuild door de fabriek. Ik ben toen opzoekingswerk beginnen doen en omdat mijn huis op geen 500 honderd meter van de oude fabriek stond, kon deze weleens zwaar aangetast zijn,’ zegt Karel bedrukt.

Van het eind van de 19e eeuw tot de jaren 70 waren de milieu-eisen nog niet al te streng en werden er grote hoeveelheden cadmium in de natuur geloosd. Na de overschakeling op andere technieken daalden deze hoeveelheden gelukkig snel. Maar inwoners van Overpelt-Fabriek komen volgens onderzoek nog altijd in contact met cadmium en dat zorgt zelfs bij de huidige generaties nog voor last. Overpelt pleit op hun website voor een aantal eenvoudige preventiemaatregelen die blootstelling enorm zouden kunnen beperken.

De zinkfabriek in Overpelt betekende het begin van de industrialisatie van Noord-Limburg.

‘De preventiemaatregelen die Overpelt oplegt zijn vrij simpel en goed te volgen. Maar ze zijn niet grondig genoeg. De gemeente adviseert vooral om gebruik te maken van kraantjeswater en wanneer je in contact komt met aarde je handen goed te wassen.’

De eerste oven in de zinkfabriek werd in augustus 1888 opgestookt en de fabriek verschafte toen werk aan 50 werklieden. Die werklieden hadden behuizing nodig en dus werd de arbeiderskolonie opgericht. De arbeiderskolonie in Overpelt-Fabriek werd aan het begin van de 20ste eeuw gebouwd. De wijk bevatte een groot aantal arbeiders- en bediendenwoningen.

Doorheen de gemeente Overpelt vindt men op dit moment nog 16 van die bediendenwoningen. In een van die woningen woont Karel Lètiere, Karel woont al 24 jaar in dit oude pand en ziet zichzelf nergens anders wonen. ‘Ik ben enorm geïnteresseerd in antiek en kunst en deze woning is een perfecte combinatie van deze twee dingen.’

Karel zelf groeide op in Overpelt-Fabriek, een paar straten verder dan waar hij nu woont. ‘Als kind ging ik elke morgen met de fiets naar school, op normale dag moest ik maar een vijftal minuutjes fietsen en ik was thuis. Maar meer dan eens nam ik een omweg om naar de oude bediendenwoningen te kunnen kijken’, zegt Karel al grinnikend. ‘Ik heb door mijn laat zijn vaak naar mijn voeten gehad.’

Er zijn nog 16 bediendenwoningen te vinden doorheen Overpelt

In 1993 behaalde Karel zijn diploma rechten en was hij op zoek naar een huis. ‘Na zes jaar in Leuven te hebben vertoefd, wilde ik terug naar mijn vertrouwde thuisbasis. Mijn moeder wist me toen te zeggen dat een van de oude arbeiderswoningen te koop stond. Ik heb meteen de telefoon genomen en een bod gedaan’, blikt Karel gelukkig terug.

De bediendenwoningen verschillen sterk van de arbeiderswoningen die ook op het Fabriek werden gebouwd. De bedienden waren van een hogere klasse en dit straalden de woningen ook uit. Een architectenbureau uit Engeland werd aangesteld om de woningen te ontwerpen uit te tekenen en te bouwen. Vandaag de dag vind je in Overpelt ook talloze huizen die gebouwd zijn in dezelfde stijl als die van de arbeiderswoningen.

‘Er staan regelmatig mensen voor de deur die eens een kijkje willen nemen aan de binnenkant’, zegt Karel licht geïrriteerd. ‘Hier in Noord-Limburg zijn er de afgelopen jaren en tiental huizen gebouwd in dezelfde stijl als dat van mij. Maar geen een van hen kan tippen aan de originele woningen die hier nog staan.’

Een van die huizen is van Dominique Van Gool. Dominique is binnenhuisarchitect en bouwde in 2002 een woning die gebaseerd is op de bouwstijl van de bediendenwoningen. Als binnenhuisarchitect was ze gefascineerd door de rijkdom en stijl die huizen uitstraalden.

Een woning in dezelfde bouwstijl

‘In de zoektocht naar een origineel huis kwam ik uit bij de oude woningen in Overpelt-Fabriek. De Engelse landelijke stijl was en is nog altijd mijn specialisatie, een woning bouwen in die stijl was dus een echt passieproject’, zegt Dominique met passie.

‘Ik ben een tiental jaren geleden bij Karel gaan aankloppen en heb gevraagd of dat ik zijn huis vanbinnen mocht bekijken. Destijds was ik de eerste die kwam aankloppen maar ik denk dat Karel nu wel vaker dat verzoek krijgt’, zegt Dominique al lachend.

Vijf jaar geleden heeft Karel zijn huis vanbinnen volledig gerenoveerd. Veel van de originele elementen heeft hij proberen te behouden maar de aankleding heeft hij wat gemoderniseerd.

‘Zelf ben ik een grote antiek liefhebber en ben ik vaak bezig met de inrichting van mijn huis. Ik heb geen kinderen of vrouw dus hierin kan ik mij volledig laten gaan,’ zegt Karel al lachend. ‘Toen ik in 2012 aan de renovatie begon, wist ik dat ik bepaalde elementen wilden behouden. De oude eikendeuren zijn daar een mooi voorbeeld van. De deuren en glasruimen zijn nog in dezelfde staat zoals ze in 1908 werden geplaatst.’

De glasramen zijn authentiek uit 1908

Dat Karel fan is van antiek en het inrichten van zijn huis is te zien in zijn woning. Elke kamer is tot in de puntjes verzorgd en alles past bij elkaar.

‘Ik ben iemand die graag het oude met het nieuwe combineert. Ik heb deze woning dan ook niet ingericht met allerlei oude spullen. Eerder het contrast, jonge meubels om zo het huis fris en levendig te houden. Maar om het ook zo te houden moet ik vaak veel geld uitgeven aan spullen zodat mijn huis toch in de mode blijft.’

Karel combineert graag antiek met modernere stukken.

Omdat het huis deel uitmaakt van het cultureel erfgoed van Overpelt mag Karel niet eender welke aanpassing maken.

‘Ik wou graag een kleine veranda bijbouwen in de tuin. Maar omdat die volgens de gemeente de originele staat en uiterlijk van de woning te hard zou schaden, mocht ik het niet. Nu vijf later hebben mijn buren wel de toelating gekregen om een uitbouw aan hun huis te bouwen. Misschien nog eens proberen,’ zegt hij cynisch.

Over zijn plannen voor de toekomst en de toekomst van het huis is hij nog onzeker. ‘Op dit moment heb ik geen drang om te verhuizen en zou ik hier liefst mijn hele leven willen blijven wonen. Maar dit huis vraagt ook om het nodige onderhoud. Over een 20-tal jaar zal ik dit niet meer alleen kunnen doen en zonder vrouw en kinderen zit er niet veel anders op dan te verkopen. Maar zo ver zijn we nog lang niet.’

Marthe Hanegreefs

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Marthe Hanegreefs’s story.