One Of The Ones

©Anna De Palmenaer

Deel 1: Ballen

Ik ontmoette haar een jaartje geleden. Maar zonder het te weten had ik haar al vele malen daarvoor ontmoet. De eerste keer dat ik me haar bewust herinner was ik zes of zeven. Als kleine jongen, opgroeiend tussen twee vrouwen, had ik altijd een fascinatie voor de andere sekse. Zeker als de andere sekse een magnetische, onbereikbare en kwetsbare charme uitstraalt zoals alleen de andere sekse die charme kan uitstralen. Sommige meisjes hebben hét. Anderen niet. Sommige meisjes worden vrouwen. Anderen blijven meisjes. Hoe je het draait of keert vrouwen zijn fijngevoelig en intrigerend. Maakt niet uit of ze nu vrouw of meisje zijn. Hun intuïtie en daaruit voortvloeiende vaardigheden beginnen daar waar het bij ons mannen eindigt. Klaar.

Vrouwen hebben talent om de meest liefdevolle wereld te scheppen — God is een vrouw, remember? — maar indien verkeerd aangewend kunnen ze allesvernietigend zijn. Pijnlijke afwijzingen, mannenharten gebroken, goede jongens blijven verweesd achter. Niet beseffend wat hen overkomen is, rapen ze hun in-duizend-stukken-gebroken-zelfvertrouwen bijeen en likken hun hartwonden met in hun achterhoofd de wetenschap dat een ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen stoot. Gelukkig zijn we geen ezels en stoten we dus duchtig verder. Zo hoort het als mens en zo simpel is het dierenrijk soms.

Veertien was ik. Ik zat in de bus en zij ook. Ze was zeker twee of drie jaar ouder dan mij. Toen had ik geen idee waarom ik haar uitkoos als ultieme puberliefde. Er waren ongetwijfeld vele andere meisjes die mij konden bekoren. Maar ik koos haar en haar zou ik veroveren. Zij had hét. De andere meisjes niet.

Vrouwen worden graag begeerd en veroverd. Ze geven het niet toe maar wij mannen weten het. Vechten voor het hart van een vrouw vergt vuur, toewijding en een stel ballen om U tegen te zeggen. Vier kwaliteiten die ons mannen onweerstaanbaar maken. Alhoewel er over de ballen gediscussieerd kan worden. Mijn ballen waren nog in volle ontwikkeling — laatbloeier — dus ik greep naar mijn pen als ultieme liefdeswapen om mij te onderscheiden van alle andere jongens die voor haar hart vochten. Helaas bleef mijn liefde voor haar onbeantwoord. Spot en afwijzing vielen mij ten dele. Wat een wrede wereld. Hoe meer ze mijn liefde afwees, hoe groter mijn liefde voor haar werd. Het dierenrijk heeft me nog veel te leren en moedwillig onderwerp ik me aan haar vele lessen.

Ik had al vroeg een zwak voor schone vrouwen én… voor het dierenrijk. Zo herinner ik me als zes- of zevenjarige knaap de zeemeermin uit de film ‘Splash’. Man, wat heb ik gehuild na het zien van deze film. Mijn zus Veerle praat er nog over. Hoewel ik nog maar net uit de luiers kwam en amper kon lezen, voelde ik de liefde tussen Allen en Madison, zo heet de zeemeermin, van de beeldbuis druipen. Man en vrouw willen bij elkaar zijn maar het water tussen hen is veel te diep. De ironie! Meer heb ik niet nodig om de pijn die de liefde met zich meebrengt te voelen. Madison was onbereikbaar. Haar natuurlijke habitat, de zee, was te vochtig voor Allen. Wat zeg ik, Allen had een doodsangst voor water.

De vinnige Madison, in die tijd geloofde ik nog in zeemeerminnen, had ook mijn kleine jongenshart gestolen. Maar waar kon ik haar in godsnaam vinden om mijn kinderlijke, onschuldige en naïeve liefde te verklaren? In de zee? Zo ja, dewelke? Kortom, Madison heeft nooit geweten wat ik voor haar voelde en hoe verdrietig ik was dat ze niet bij de man kon zijn waar ze zo van hield en dat die man op zijn beurt ook niet bij haar kon zijn (watervrees is klote als je verliefd bent op een zeemeermin) en dat onze waterstromen elkaar nooit zouden kruisen omdat ze helemaal geen zeemeermin bleek te zijn maar een actrice en actrices die hebben nu eenmaal de mannen voor het rapen. Mannen met vuur, toewijding en ballen. Ballen die toen nog moesten indalen. Zo gaat dat met ballen en zevenjarige jongens.

Deel 2: ‘s Woensdags

Dromen van een onbereikbare liefde. Zo romantisch en eenvoudig kan de liefde soms zijn. Nooit de angst om gekwetst te worden, nooit iemand verliezen, geen pijnlijk afscheid, nooit loslaten. Gewoon verliefd zijn. Zo lang mogelijk. Verliefd zijn op het verliefd zijn. Maar wat wist ik toen over de liefde? Ik was een overgevoelige snotaap van zeven die achter de rug van mama en papa dronken werd van het liefdeswater of althans dronken werd van het hunkeren naar dat zilte water.

Jaren verstrijken, gevoelens versterken, patronen herhalen. Daarom noemen we ze ook patronen en geen eenmalige gebeurtenissen. Het meisje uit de bus vervaagde of ik gaf de strijd op. Anderen en beter. Alles is veranderlijk, ook mijn gevoelens en afwijzingstolerantie.

We zijn ondertussen een jaartje ouder en wijzer. Ze was de cool chick die optrok met nog coolere dudes. Het type meisje waar elke vijftienjarige jongen stiekem een crush op had. Ik was niet zoals elke vijftienjarige jongen alhoewel ik héél hard mijn best deed om er één te zijn. Ik deed nog harder mijn best om ook cool te zijn. Er bij willen horen was belangrijk voor de vijftienjarige mij. Soms lukte het me maar soms ook niet. Ik leerde snel om me aan te passen en als een kameleon met een veel te grote mond nam ik de kleur van mijn omgeving over. Helaas, mijn mond verraadde keer op keer mijn anders-zijn. Maar het anders-zijn legde me geen windeieren. Ik maakte graag een grapje in de les en grapjes daar houden meisjes wel van. Zo ook de cool chick.

Diezelfde tijd was ik verwikkeld geraakt in wat men een “relatie” noemt. Ze was lief en knap en had een goede muzikale smaak en beschikbaar en ook verliefd op mij. Ideaal. Wekelijks lebberde ik haar van kop tot teen af op de gitaarriffs van Thom Yorke. Bij voorkeur ’s woensdags. Wist ik veel wat ik met die tong van mij moest doen. Haar naam ontschiet me maar voor het gemak noem ik haar Caroline. Caroline was mijn eerste poging tot het hebben van een monogame relatie. Van liefde bedrijven was er toen helemaal geen sprake. Dus monogamie was mij op het lijf geschreven. Caroline had kleine borstjes maar dat deerde me niet. Ik heb kleine handen en met die handen voelde ik — op woensdagnamiddag — voorzichtig onder haar T-shirt. Niets evenaart de zachtheid van een vrouwenborst in een puberhand. Ware het niet dat het eerste wat ik onder haar T-shirt aantrof een houdini-BH was. Het is daar dat de basis werd gelegd voor mijn verfijnd vingerwerk. Referenties op aanvraag. Het was fijn bij Caroline. ‘Was’, want onze relatie was van korte duur.

De cool chick zat in mijn klas. Het klikte. Net zoals het ook klikte tussen mij en Tom of tussen mij en Stijn of tussen Katrien en mij. Ik klik gemakkelijk. Geen betere plaats om te klikken dan een klaslokaal vol pubers op zoek naar zichzelf en de ander. Bij voorkeur een ander van het andere geslacht. Hoewel Stijn achteraf homo bleek te zijn. Homo’s zijn de max, alsook lesbiennes. Wat maakt het uit. De ander is sowieso anders. Met of zonder penis of vagina. Liefde maakt geen onderscheid.

Leerkrachten vormden een bron van inspiratie om mijn situationele humor op een hoger niveau te tillen. Want lachen doe ik graag. En nog liever zie ik anderen lachen. Ik zat niet verlegen om een grapje en een grolletje. Helaas steunde de man of vrouw vooraan de klas mijn entertainmentambities niet. Gelukkig vond ik die steun bij mijn klasgenoten. Dus ook bij de cool chick.

Caroline was ook cool maar de cool chick was cooler. Cool zijn is een talent net zoals haar wit-blonde haren en outgoing attitude. Ze werd begeerd door ontelbare jongens. Oudere jongens. Jongere jongens. Grote jongens. Kleine jongens. Jongens, zoals mij. Net zestien en klaar om de wereld te veroveren. Maar first things first…haar hart zou een mooi begin zijn. De wereld kan nog heel even wachten.

De eerste keer dat ik Caroline ontmoette, moest bij slagerij Filip in de Groenstraat geweest zijn. Ze was net een engel en in haar ogen kijken durfde ik toen niet.

Deel 3: Momenten

We zaten op het terrasje van onze hotelkamer in de buurt van Victoria Station. Londen dus. Schooluitstapjes, wie houdt er niet van? De sfeer was gemoedelijk. Omringd door vrienden en vriendinnen. Weg van huis. De wereld aan onze voeten. De Bacardi Breezers, die we even daarvoor op illegale wijze hadden gescoord in een lokale nachtwinkel, vloeiden vlot naar binnen. We lachten, we praatten, we riepen, we dansten, we zaten in de ronde en laafden onze dorst aan de alcoholische frisdrank. Liquid confidence.

De cool chick zat tussen mijn benen en halfdronken van de breezers en helemaal dronken van haar présence gebeurde het ondenkbare. We kusten. De wereld die even daarvoor nog aan mijn voeten lag en die ik vele malen ging veroveren, stond heel even stil. Een paar seconden maar.

De cool chick had vele talenten. Kussen was daar één van. Haar wit-blonde haar, blauw-grijze ogen en trommelen op haar ilium waren enkele andere giften die ze van het Universum meegekregen heeft. Als een sirene lokte ze me in de val. Ik was verslaafd aan haar lippen en vanaf toen zette zij de benchmark voor mijn toekomstige tongkuspartners. De paar dagen die ons in Londen restte, heb ik ten volle benut om mijn kustechniek te verfijnen. Ik had nog veel te leren en oefening baart ku(n)st. Ik was voor de eerste maal in mijn leven tot over mijn oren verliefd en dolgelukkig.

Toen ik thuiskwam belde ik onmiddellijk Caroline om het “af te maken”. Zo gaat dat met relaties. Anderen en beter. En de cool chick was écht wel cool. Helaas was mijn vreugde van korte duur want de cool chick vond er niets beter op dan me daags nadien met mijn klieken en klakken uit haar leven te zetten. Not cool, cool chick.

Wat de cool chick nooit geweten heeft is dat zij de eerste vrouw in mijn leven was die me zó hard gekwetst heeft. Voor haar was het misschien een onschuldige tongkus op een hotelkamer maar voor mij was het bittere ernst. Tongkussen op een hotelkamer, dit patroon zou zich later nog vaak herhalen.

Maanden heb ik gehuild op akoestische songs van Nirvana. Toen m’n tranen op waren vond ik uit het “niets” een geniale oplossing voor mijn diep verdriet. De knop omdraaien en niemand nog zo dicht bij mijn gevoelens laten komen. From now on, I was in charge. Wat was/ben ik er goed in. Het observeren van mijn liefdesverdriet, weten dat het tijdelijk is en beseffen dat het me niet meer zal overkomen maakte me weer rustig en gelukkig. Dolgelukkig zoals ik me voelde toen ze daar op dat terras tussen mijn benen zat en me op de mond kuste, had nog wat tijd nodig. Tijd die ik toen — als jonge snaak — in overvloed had. Ik heb het de cool chick vergeven. Al bij al hadden we nog enkele jaren op dezelfde school door te brengen en rancuneuze gevoelens dienen de wereld niet. Althans, niet de mijne.

De cool chick en ik, wij hadden onze momenten. Misschien had ik mijn momenten en voelde zij helemaal niets tenzij mijn priemende vleesboom in haar rug toen ze tussen mijn benen op het terras van onze hotelkamer zat.

Paar jaar later, dezelfde school maar andere klas en andere schooluitstap, vonden onze lippen de weg naar elkaar terug. Voor enkele seconden. Een ezel stoot zich namelijk geen twee keer aan dezelfde steen. Gelukkig ben ik geen ezel dus ik genoot van het moment en proefde kortstondig haar zachte lippen op de mijne. Terug van de uitstap was ik verward maar de jaren zonder haar hebben me gesterkt. I was still in charge dus ik draaide de knop om, sloot mijn gevoelens af en flirtte gretig verder met alles wat bewoog en onbereikbaar was.

In tegenstelling tot Stijn, ben ik een rasechte hetero. Hetero’s, die zijn ook de max. Mijn hart is groot. Zo ook voor hetero’s. Levenslessen komen op de meest onverwachte momenten. Nu twintig jaar later, is de wonde geheeld maar het litteken herinnert me aan de strijd. De strijd tussen liefde en haat. De strijd tussen aantrekken en afstoten. De strijd om het vrouwenhart. De strijd die we dagelijks leveren op zoek naar ons ware geluk. De strijd naar compleetheid. De cool chick is nog steeds cool alleen een beetje ouder en wijzer. Ik hoop uit de grond van mijn gelijmd hart dat ze gelukkig is. Wie zal het zeggen?

Kurt (Cobain) worstelde met vele pijnen. Ik kende hem niet persoonlijk maar ik gok dat liefde er één van was. Bedankt Kurt om mij steeds bij te staan op mijn donkere dagen. Rust zacht.

Deel 4: Eyeliner

Jaren verstrijken. Patronen herhalen. Meisjes worden vrouwen. En jongens worden mannen. Feit is dat er na de cool chick nog enkele andere schoonheden de revue gepasseerd zijn. Over schoonheid kan je discussiëren en tussen ons gezegd en gezwegen heb ik ook mijn tong in de muil van lelijke meisjes gestoken. Gewoon, omdat ik het kon.

Ik ben daar niet fier op want die lelijke eendjes zijn één voor één uitgegroeid tot ravissante zwanen. Behalve Ilse. Ilse was zo lelijk dat zelf de stermol in de voortuin van het UZ Gent de overstap maakte naar een ander ziekenhuis. Gelukkig voor Ilse heeft ze het nooit geweten. Ilse kreeg op haar achtste een klap van de molen en lag sindsdien in een diepe coma.

Met ouder worden evolueerde mijn definitie van schoonheid. Vele knappe deernen voelen zich geroepen maar weinigen zijn uitverkoren. Jammer dat lippenstift, eyeliner, blush en make-up niet aan de binnenkant kan worden gedragen. Er zouden nogal wat beauty’s rondlopen! Clichés zijn clichés omdat ze waarheid bevatten. Ook dit is een cliché. Maar ook dat schoonheid van binnen zit.

Liefde is constant keuzes maken. Zo ook maak ik bewust en/of onbewust een keuze op basis van uiterlijke kenmerken. Daar is niets verkeerd mee. Birds of a feather flock together. Soort zoekt soort en mensen trekken nu eenmaal aan wat ze uitstralen. Ik ben een mens, ik trek aan wat ik uitstraal. Elke afwijzing, hoe pijnlijk ze ook is, is een duwtje van het Universum in de goede richting.

Dankbaar ben ik wanneer die twee stelten en bijhorende boezem uit De Maecht van Ghent mij afwijst. Mijn geest met mijn hart verbinden is geen sinecure. Maar mijn geest, mijn hart en mijn piet met elkaar verbinden, op achttienjarige leeftijd, met aderen marinerend in de Bacardi Cola, is een mission impossible.

Maar ik leerde snel. En snel leerde ik dat ik geen grote fan ben van oppervlakkigheid. En dat zinnen die beginnen met ‘en’ geen correcte zinnen zijn. Fluwelen borsten die ik zachtjes in mijn mond kan nemen daarentegen, daar ben ik wel grote fan van. Lang leve de diepgang. Diepgang die tegelijk ook luchtig is. Het hoeft niet allemaal zo serieus te zijn. Ik lach graag en laat graag anderen lachen. Mensen trekken nu eenmaal aan wat ze uitstralen. Basta.

I love the music en zo danste ik gezwind en vrij, met een Bacardi Cola in de hand, door Klein Turkije en de daarrond liggende danscafés. Achttien, negentien moest ik geweest zijn. De wereld nog steeds aan mijn voeten.

Deel 5: Later

Jaren later. Patronen herhalen. Onschuldig keek ze naar mij en even onschuldig keek ik naar haar. Onschuldig kijken is toevallig een van mijn talenten. Het meisje zag er zo puur en broos uit. Zichtbaar gekwetst, kwetsbaar gezicht. Meisje, want ze was twintig en haar leven moest nog beginnen. Wist ik toen veel dat haar ontmoeten mijn definitie van de liefde drastisch zou veranderen.

Het lot bracht ons samen alsof het zo hoorde. Hogere krachten waren aan het werk. Krachten die er altijd zijn, je moet er alleen mee willen samenwerken. Verliefd op het eerste zicht was ik niet. Dat was ik op haar zus. Maar het was met het meisje dat ik uiteindelijk belangrijke liefdeslessen zou leren.

Zesentwintig was ik. Naïef dromend van de compleetheid die een lange relatie met zich meebrengt. Maar ik ben een twijfelaar en twijfelaars die stellen zich vragen. Vragen met wie ze hun vrijheid willen delen. Vragen of zij de ware is. Vragen of de ware wel bestaat. Vragen of zij mij eeuwig zal beminnen. Vragen wat de liefde nu net is. Vragen of ik wel goed genoeg ben. Vragen of monogamie van deze wereld is. Vragen of dat hartepijn een eigen keuze is. Vragen of de ander de hel is. Vragen of zij mij compleet maakt. Vragen of haar zus ook stiekem verliefd was op mij. Vragen of dit nu gelukkig zijn heet. Vragen of ik ooit nog iemand zal ontmoeten die nóg beter bij me past. Vragen of ik haar wel gelukkig maak. Vragen of dit nou later is. Vragen over wat ze echt denkt over mij. Vragen over wat er in haar hoofd speelt. Vragen over wat ze voelt met dat hart van haar. Vragen of ze écht wel gelukkig is. Vragen wanneer de liefde tussen ons op haar toppunt is. Vragen wat dat toppunt dan net inhoudt. Vragen of de vrouwenemancipatie positief is voor onze maatschappij. Vragen over de rolpatronen in liefdesrelaties en hoe deze neergezet worden in televisieseries, films en riooljournalistiek die we vinden in bladen zoals P-magazine en Flair. Vragen over wie deze bladen koopt. Vragen over wat deze lezers drijft. Vragen waaraan de dalende verkoopcijfers van eerder genoemde weekbladen ligt. Vragen of de nieuwe, mannelijke hoofdredacteur van Flair wel capabel is om een team van vrouwen aan te sturen. Kortom, vragen stellen is nog een talent van mij. Zeker als er op de vragen geen eenduidige antwoorden zijn en dat dé waarheid vele waarheden kent.

Het meisje en ik waren anders. Veel anders. Om te beginnen was ik een jongeman en zij een meisje. Wat altijd mooi meegenomen is als rasechte hetero. Maar ze was ook veel stiller en mooier dan mij. Bloedmooi, dat ik er stil van werd. Goudblonde manen en een betoverende glimlach. Althans een lach die mij betoverde. Slim was ze ook. Heel slim. Ik hou van slimme vrouwen. Niets zo opwindend als een slimme vrouw met fluweelzachte borsten. Borsten die ik maar al te graag zachtjes in mijn mond neem en vederlicht streel met het topje van mijn wijsvinger. Het topje van mijn wijsvinger dat naast het topje van mijn middelvinger zit waarmee ik behoedzaam afdaal.

We spraken een paar keer af en belandden samen in de zetel. Daar kuste ik haar voor het eerst. Wat kus ik graag vrouwen voor de eerste keer. Ik kus liever vrouwen voor de eerste keer dan dat ik er de koffer mee induik. Ik heb geen seks. Ik bedrijf enkel de liefde. Die enkele keren dat ik me toch liet verleiden tot seks, als vrijgezel is het vlees soms zwak — vergeef me, voelde ik me ellendig.

Ik herinner me nog die keer dat ik seks had met een Mongoolse die ik ontmoet had in Thailand. Onbetaald weliswaar want betalen voor seks daar geloof ik niet in. Ik ben een jager en niets zo saai voor een jager als op jacht gaan met een geladen geweer om dan een gestroopt konijn bij de slager om de hoek te kopen.

Ze was daar helemaal alleen en verveelde zich te pletter. Haar hubbie, een Duitser, wachtte op haar in Duitsland. Ze had al meer dan een maand geen seks, miste haar man — die ze ongetwijfeld doodgraag ziet — en ze was botergeil. Die Thaise zon toch. Snel liet ze me verstaan dat ze er zin in had. Geile, getrouwde vrouwen met initiatief daar ben ik ook fan van. Normaal doe ik niet mee aan die onenightstands. Ik hou van diepgang en onenightstands horen daar niet bij. Behalve wanneer de energie zo danig beweegt dat het onvermijdelijke onvermijdelijk wordt. Waanzinnige seks had ik met haar. De hele nacht lang. Wel zeven keer kwam ik klaar. Een keertje per uur. Maar snel overviel me het gevoel van complete disconnectie. Ik gaf haar nog een laatste kus en stuurde haar haastig de walk of shame op. Shame on me!

Empathische pijn, een gevoel van absolute leegte, wat wil je na zeven keer, en een onvergetelijke herinnering aan haar én die nacht is alles wat me rest. Geef mij maar een eerste kus. Een kus die meer zegt dan duizend woorden. Ofschoon eens goed van bil gaan met een al dan niet onbekende vrouw, Mongools of niet, godverdomme ferm deugd kan doen. Guilty pleasure. Iets wat gebeurt op het moment omdat de wijzers van de klok het juiste uur aangeven.

Soms ben ik zwak en ook maar op zoek naar warmte, liefde, geborgenheid en compleetheid.

Warmte, liefde, geborgenheid en compleetheid die ik kortstondig voelde bij haar maar die snel plaatsmaakte voor de kille leegte van zodra ik haar wandelen heb gestuurd.

Ik bleef alleen en verweesd in mijn hotelkamer achter en het is op die momenten dat ik me afvraag of dit nou later is…

Deel 6: Vlinder

Maar terug naar het meisje dat mijn definitie van de liefde drastisch zou veranderen. Ik laat me niet rap verblinden door de liefde maar voor haar maakte ik graag een uitzondering. Ik ben niet alleen een twijfelaar maar ook een doorzetter. Met mijn zesentwintig lentes werd het wel eens tijd om een serieuze relatie aan te gaan, iedereen had er één behalve ik. Ook op mijn zesentwintig voelde ik nog af en toe de nood om er bij te horen en het meisje zag er op het eerste zicht wel de moeite uit om het eens te proberen. Ik zette door en elke dag dat ik doorzette verloor ik een beetje van mezelf aan het meisje.

Na enkele weken was ik smoorverliefd op haar. Of was het op haar complexiteit? Slimme vrouwen die er ook nog eens goed uitzien, hebben meestal een complexfactor die gelijk is aan de omtrek van een cirkel gedeeld door de diameter van diezelfde cirkel. De uitkomst is irrationeel en irrationaliteit, toeval of niet, daar ben ik ook wel grote fan van.

Irrationele vrouwen zijn een uitdaging. Hun ratio is onbereikbaar en laat dit nu net het gene zijn wat ik zo aantrekkelijk vind. Ik hou van uitdagingen, niet voor niets beklom ik tien jaar lang een berg die niet de mijne was, en zo ook was het meisje ratio bijbrengen mijn grootste bekommernis. Vastberaden begon ik aan mijn missie om haar tot inzicht te brengen dat niet alle mannen intrinsiek slecht zijn.

Zij gaf me zoveel liefde althans ik dacht dat het liefde was. Want wat wist ik over de liefde? Ik was zesentwintig en volgde gedwee het pad dat maar al te vaak voor mij platgetreden was. Een handleiding zou verdomd welkom zijn. Maar ik prijs me elke dag gelukkig dat de liefde zich niet in een handleiding laat gieten. De liefde is avontuurlijk en conservatief tegelijkertijd.

Het meisje speelde graag op veilig, ik daarentegen durf wel eens alles inzetten op rood. Rien ne va plus. We hielden elkaar in balans en waren tegelijk elkaars spiegel. Niet alles wat ik in de spiegel zag bekoorde mij dus wegkijken is gemakkelijker dan te blijven staren. Ik had een missie en een loyale soldaat die houdt het doel voor ogen. In oorlogstijden zijn er geen spiegels. Ik marcheerde ootmoedig naast haar zijde. Het meisje redden en haar voor eeuwig en altijd gelukkig maken, was mijn absolute prioriteit. Wat ze wil, kreeg ze.

Aan de lijve ondervond ik dat de liefde niet op deze manier werkt. Tenminste niet op lange termijn. Wat kreeg ze veel. Aandacht maar ook juwelen en kusjes. Veel kusjes. Haar redden kon ik niet. Het is pas achteraf dat de liefde me leerde dat we enkel onszelf kunnen redden. En dat de ander altijd de ander blijft.

Diep van binnen weet ik dat het meisje me doodgraag zag. Ik zag haar ook graag, het liefste van heel de wereld. Net zoals de otters, sliepen wij hand in hand, zodat we niet van elkaar konden wegdrijven op de stroom des levens. Ik had iets met haar handen maar ook met haar ogen, mond, lippen, borsten, billen, benen, oren, haren en noem maar op. Als ze gelukkig was, en dat was ze vaak als ik in haar buurt vertoefde en haar zei dat zij de enige voor mij was, balde ze haar rechterhand tot een klein vuistje dat ze onbewust ter hoogte van haar hart bracht. Liefdesspasmen. Aan haar ogen zag ik dat haar gevoelens voor mij oprecht waren. Ik keek er diep in. Elke dag. Ze glansden en straalden zoals enkel haar ogen konden glanzen en stralen. Haar ogen spraken boekdelen en haar lach, haar lach was het mooiste geschenk dat de zesentwintig jarige ik ooit ontvangen heeft. Wat kon ze mooi lachen met die mond en ogen van haar.

Zij hield van katten. Ik meer van honden. Het meisje van weleer was ondertussen een aantrekkelijke jonge vrouw geworden. We hadden nog veel te leren maar deze keer niet langer van elkaar. Na zes jaar was ik zodanig veel van mezelf aan haar verloren dat mezelf helemaal niet meer bestond. De tijd was aangebroken om haar los te laten. Als een morpho-vlinder kroop ze uit haar zelf geweven cocon klaar om haar wondermooie vleugels aan de buitenwereld te laten zien. Wat is ze mooi. Fabelachtig mooi. Ik denk nog dagelijks aan haar en hoe haar ogen fonkelden telkens ik haar stevig tegen me aantrok en haar zachtjes influisterde dat ik nooit zou loslaten.

Ons afscheid was hetzelfde werk als van die hogere krachten. De fonkel in haar ogen verdween en net zoals het lot ons samenbracht, scheidde datzelfde lot onze wegen. Het meisje zou voortaan haar weg zonder mij bewandelen.

De liefde kan soms wendingen nemen. En bij elke wending onthult ze enkele van haar geheimen. Het is geen geheim dat liefde blind is maar zelf een blinde ziet het verschil tussen dag en nacht. Ik ben haar ontzettend dankbaar dat ik zoveel van haar heb mogen leren. Met vallen en opstaan. Maar elke val is een kans om te groeien en leergierig dat ik ben, viel ik lustig voor haar.

Elkaar zien of horen doen we niet meer. Maar ze voelt dat ik er voor haar ben en haar graag zie als de persoon die ze is. Haar geluk is mijn geluk en zo wens ik haar veel zon op alle paden die ze bewandelt. Meisjes worden vrouwen en zij is de eerste vrouw waar ik met hart en ziel van hou.

Wat zie ik haar graag. Doodgraag. Ik leefde mijn leven om bij haar te zijn. Wat ze wil, kreeg ze. Haar loslaten doet nog elke dag pijn. Op het toppunt van mijn liefde voor haar, keek ik in haar ogen, nam haar hand vast en zong ik vanuit het diepste plekje in mijn hart ‘You got it!

De liefde kan soms wendingen nemen.

Every time I hold you I begin to understand, 
Everything about you tells me I’m your man. 
I live my life to be with you. 
No one can do the things you do. 
Anything you want, you got it. 
Anything you need, you got it. 
Anything at all, you got it.

Deel 7: Keukentafel

Ik ontmoette haar voor het eerst een jaartje geleden. Maar deze keer wist ik het wel. Ik had haar al vele malen daarvoor ontmoet. Het meisje op de bus, de cool chick, Caroline, de Mongoolse, de vrouw van wie ik hou,… De hogere krachten zijn nog steeds aan het werk en wat geef ik me maar al te graag aan hen over. Ditmaal brachten ze me zo’n negenduizend kilometer over de Atlantische Oceaan. Brazilië.

Een maand werd ik, samen met veertig andere curious souls, ondergedompeld in de wondere wereld van de yoga. We verbleven op een berg die de mythische naam “Montanha Encantada” draagt. En betoverend kan je deze berg op zijn minst noemen.

Het eerste contact met haar herinner ik me niet meer. Wel herinner ik me een wandeling waarbij twee wildvreemden honderduit tegen elkaar vertellen over hun relaties met de andere sekse. Hoe ze worstelen met levens- en liefdesvragen en hoe ze elkaar spontaan aanvoelen. Alsof ze elkaar al jaren kennen. Bizar.

Verliefd was ik niet op haar. Niet dat ze niet aantrekkelijk was, integendeel. Ze kon me zeker krijgen op een moment dat het vlees zwak is en wanneer de energie zo danig beweegt dat het onvermijdelijke onvermijdelijk wordt. Het vlees was niet zwak en de energie die bewoog heftig maar niet tussen haar en mij. Haar looks en aura hebben ongetwijfeld al vele mannen én — who knows — vrouwen gecharmeerd. Grappig en slim was ze ook. Met een uitstekende muzikale smaak. Wat hou ik van vrouwen met een uitstekende muzikale smaak. Maar ik voelde geen chemie. En dat was meer dan ok want ze verkeerde in een langdurige relatie. Niets zo vervelend als verliefd zijn op iemand waar je niet bij kan zijn. Vraag dit maar aan Allen.

We hadden een vlot contact en samen met haar en enkele andere curious souls vormden we een kliekje van jongens en van meisjes. Of beter gezegd, van mannen en van vrouwen.

Ik ben graag tussen vrouwen. Vriendschap tussen mannen en vrouwen blijft me boeien. Zeker als die vrouwen er ook nog eens aantrekkelijk uitzien én bovenal explorerend in het leven staan. Niet toevallig twee kwaliteiten die ze bezit. Maar ik hoef mijn tong niet in elke vrouw haar mond te duwen en nog minder voel ik de nood om met elke vrouw mijn bed te delen. De keukentafel daarentegen…

Dagenlange gesprekken heb ik met talrijke vrouwen van over heel de wereld gevoerd, ook met haar, of dat vriendschap tussen man en vrouw kan bestaan. Mijn antwoord is volmondig JA. Akkoord, het is anders dan tussen man en man of tussen vrouw en vrouw maar laat dat nu nét hetgeen zijn dat het leven zo boeiend maakt. God schiep man en vrouw dus dan kunnen we die vriendschappen maar beter omhelzen. Liefde, verliefdheid en vriendschap is wat we er zelf van maken. Punt aan de lijn.

Dertig dagen tikken snel weg en voor ik het goed en wel besefte zat ik weer dertigduizend voet boven de Atlantische Oceaan. Ik mijmerde over de vele nieuwe mensen, mannen en vrouwen, die mijn pad hebben gekruist. Maar ook over alle unieke momenten die ik samen met die mensen heb gedeeld. Momenten die maar een keer in ons leven voorkomen dus dan kan je er maar beter ten volle van genieten. Dat deed ik ook. Ik genoot van elk moment met haar maar ook met de andere curious souls wetende dat ook aan deze momenten een einde zou komen en dat de kans dat we elkaar nog zouden terugzien klein was want ik woon in België en de anderen niet. Althans niet allemaal want Karen die woont wel in België en die zou ik nog vaak terugzien. Weliswaar platonisch. Uiteraard.

Wie mij kent weet dat ik wel eens zot durf te doen. Wie mij niet kent zal dit snel ontdekken. Dollen met het leven is mij namelijk op het lijf geschreven. Al bij al leven we — als we geluk hebben — maar dertigduizend dagen en die wil ik niet doorbrengen op een bureaustoel turend naar een computerscherm wachtend tot de klok vijf uur slaat of in een of andere taskforce die het leven is ingeroepen door het senior management om de aanwezigen een belangrijk gevoel te geven. Kortom, laat mij maar dollen met dat leven want de enige zekerheid die we hebben is dat het zo voorbij is. Maar genoeg over het leven en hoe ik er mee dol. Geef mij maar de liefde want met liefde dol je niet.

Terug in België hielden we contact. Heel sporadisch een oppervlakkig berichtje of een mailtje. En als ik eens zot deed twee berichtjes. Niets deed me toen vermoeden dat ik twee jaar later opnieuw diezelfde Atlantische Oceaan zou oversteken. Ditmaal brachten de hogere krachten mij naar Californië. Amerika.

Die hogere krachten, waar ik mij maar al te graag aan overgeef, hadden mij duidelijk nog iets te leren. De curious soul, waarmee ik sporadisch een oppervlakkig berichtje of mailtje uitwisselde, en ik vonden het een schitterend idee om Californië samen te verkennen.

Door onze gesprekken in Brazilië, sporadische oppervlakkige berichtjes en korte ontmoetingen in Europa, was ze niet langer een wildvreemde maar een vriendin. Vriendschap tussen man en vrouw bestaat. Ziehier het bewijs. Onze vriendschap was platonisch want — zoals ik reeds schreef — verliefd op haar was ik niet én bovendien verkeerde ze nog steeds in een langdurige relatie. Met een man. Ongetwijfeld een fantastisch exemplaar. Want geef toe, je lief vijf weken de Atlantische Oceaan laten oversteken met een — voor jou — onbekende vriend, het is niet elke man of vrouw gegeven. Maar hem dus wel. Respect.

Hij snapt maar al te goed dat de ander, anders is en dat de liefde net zoals zand ongrijpbaar is. Glijdend door je handen, om dan met het andere zand onder je voeten te versmelten tot een uitgestrekte woestijn. Waarbij de silhouetten van de door de wind gevormde zandduinen zich aftekenen tegen oneindige horizonten. Zandduinen die soms dichtbij en soms veraf zijn. Zandduinen die soms hoog en soms laag zijn. Zandduinen die het zicht belemmeren. Zandduinen die — wanneer de wind stevig blaast — veranderen in zandstormen. Elke dag opnieuw worden ze gevormd en elke dag opnieuw zijn ze anders. De liefde is — zoals het zand in de woestijn — onuitputtelijk en — door de kracht van de wind — in continue beweging. Wie de wetten van de woestijn niet volgt, komt ongetwijfeld met een uitgedroogd en verschrompeld hart terug. Dan nog maar te zwijgen van al dat zand in de ogen.

Ik hoorde onderstaand nummer voor het eerst bij haar aan de keukentafel. Het is sindsdien blijven hangen. Ciao Bella Luna!

I’m just a singer ‘amateur writer’, you’re the world
All I can bring ya is the language of a lover
Bella luna, my beautiful moon
How you swoon me like no other…

Deel 8: Papegaai

Vermoeid van de lange vlucht kwam ik eindelijk op mijn bestemming aan. De stad der engelen. Een shuttle zou me naar Hollywood brengen. En dan doel ik niet op cocktailbar ‘Hollywood’ naast de Decascoop te Gent.

Gent, de mooiste stad ter wereld, dat staat buiten kijf. Kijven, twisten met woorden, iets wat ik maar al te graag doe als het over mijn heimat gaat. Diezelfde heimat, Gent, dat ongetwijfeld ook vele Engelen huisvest.

Ik opende het hekken van de hostel op Hollywood Boulevard. Met die ogen van mij scande ik de binnenkoer af. Daar zat ze, onder een palmboom, met een Miller in haar hand, op mij te wachten. Bella Luna, zo noemde ik haar, een koosnaampje dat ik gestolen had van haar favoriete singer-songwriter. Ik omhelsde haar kort maar krachtig en we knoopten snel enkele luchtige conversaties aan. Over hoe het met haar gaat en of de reis vlot verlopen is. The usual stuff waarover je praat als je iemand opnieuw voor het eerst ziet. Snuffelend en aftastend.

Ze toonde me spontaan de weg naar onze kamer. De gentle woman die ze is, stond ze het queensize bed aan mij af. Ze voelde aan dat de lange vlucht me uitgeput had. Vrouwen en hun intuïtie. Zij zou wel in het stapelbed aan de andere kant van de kamer slapen. We dronken samen nog een Miller, ze kleedde zich om en ze kroop in haar bed. Ik gaf haar nog een beschermend slaapwel kusje op haar voorhoofd en doofde het zwakke refterlicht. Nacht één van vele nachten nog te komen.

We hadden geen plan. Enkel elkaar. Door een speling van hogere krachten zaten we daar nu. Samen. Duizenden kilometers van huis. Zij van haar huis en ik van het mijne. Een huis dat ik ondertussen niet meer heb. Diezelfde hogere krachten die ons daar samenbrachten, vonden dat het tijd werd dat ik mijn dromen zou najagen. Ze hadden het goed geraden. Een eigen huis is inderdaad geen droom van mij maar een eigen huis, een plek onder de zon en altijd iemand in de buurt die van me houden kon, dat zag ik toen wel voor heel even zitten. Want wie houdt er niet van een comfortabel en veilig leven in de mooiste stad van de hele wereld?

Het Universum, de hogere krachten, het lot, het toeval, the Man upstairs, God, noem het zoals je “Het” wil noemen maar eens je jezelf er aan overgeeft en er op vertrouwt gaat er plots een andere wereld voor je open. Ik had het al veel langer door dat er krachten aan het werk zijn die we met dat verstand van ons niet kunnen vatten.

Ik was er als kleine rakker heel gevoelig voor, voor die hogere krachten. Zo kreeg ik op mijn vijfde of zesde levensjaar een Mariaverschijning. Eerlijk gezegd weet ik niet of het Maria was of de hoer van Babylon. Dat het een vrouw was, wist ik zeker. Feit is dat ik in het midden van de nacht moest plassen en ze daar plots in de hoek stond. Zomaar.

Wat ik met die krachten doe is mijn zaak. Ik kan ze naast me neerleggen en doen of mijn neus bloed of ik kan er mij voor openstellen en ze toelaten. Een beetje zoals de liefde, niet waar? Iedereen maakt keuzes, ook ik, en elke keuze heeft zijn gevolg. Sommige keuzes maak ik zelf en sommige keuzes worden voor mij gemaakt. De keuzes die ik zelf maak, maak ik meestal bewust maar ik stel ook vast dat ik soms keuzes maak om anderen gelukkig te maken. De anderen, meestal mensen die me nauw aan het hart liggen, hebben verwachtingen. En ik wil uiteraard niet ontgoochelen uit vrees hun liefde te moeten missen. De keuzes die ik niet zelf maak zijn het werk van hogere krachten waar ik me recent gewillig aan overgeef. Eens je je aan de hogere krachten overgeeft, wordt alles plots glashelder en stroom je mee op de golven van het leven.

De hogere krachten dansen al heel mijn leven met mij. Maar ik ben een controlebeest en hoe ouder ik werd, hoe meer ik de leiding nam. Sinds kort laat ik hen terug leiden en volg ik gracieus hun danspassen.

Ik kan de subtiel opgedrongen keuzes van die hogere krachten negeren maar doorheen de jaren is het heel duidelijk geworden dat ze er zijn om mij te dienen en iets bij te brengen. Door stroomopwaarts tegen de voor mij gemaakte keuzes in te gaan stuurde ik de koers van mijn ziel een andere richting uit dan degene die het voor mij van bij mijn geboorte uitgestippeld had.

De ziel die tegelijk de deur is tot de liefde. De ziel die altijd de juiste weg kent, ook als ik me even verloren voel in die grote wereld rondom mij. De ziel die, als ik haar koers volg, mij ziels-gelukkig maakt. Ook als dit betekent dat ik mijn comfortabel en veilig leven vaarwel moet zeggen. Want laten we eerlijk zijn, een papegaai geboren en opgesloten in een gouden kooi voelt zich heel comfortabel in die kooi. Hij kent per slot van rekening niets anders en hij ziet alle andere papegaaien in een zelfde kooi zitten.

Maar heb je je ooit afgevraagd waarom dieren die opgesloten zitten steeds willen ontsnappen? Dieren denken niet na zoals wij mensen, ze laten hun ziel spreken en hun ziel weet wat goed voor hen is.

Als de papegaai zou kunnen kiezen dan koos hij er ongetwijfeld voor om zijn gekleurde vleugels uit te slaan, het tropische regenwoud tegemoet. Want het is buiten zijn kooi dat hij nieuwe ervaringen zal opdoen, het avontuur tegemoet zal gaan, zal groeien, leven, écht leven, in alle vrijheid de koers van zijn ziel volgen om dan uiteindelijk tevreden en verzadigd te sterven. Door dit inzicht lag ik nu in een kamer met een fantastische vrouw, een hartsvriendin, in de stad der engelen.

Een eigen huis, een plek onder de zon en altijd iemand in de buurt die van me houden kon. Is het dat dat ons werkelijk gelukkig maakt?

Deel 9: Fuck

Geheimen hebben we niet voor elkaar. We zijn onafscheidelijk en praten honderduit over koetjes en kalfjes maar ook over de liefde en het leven. We delen een lach en een traan. We voelen elkaar spontaan aan alsof we elkaar al jaren kenden. Oh wacht, we kennen elkaar al jaren. Twee om correct te zijn.

Het moet ergens rond dag vijf geweest zijn. We lagen samen op een rots in La Jolla, San Diego. Ik twijfelde hard. Ik keek nog eens naar haar terwijl ze daar zo vol van vrede lag te bruinen onder de Californische zon. Verdomme wat is ze mooi en leuk en lief en grappig en slim, dacht ik bij mezelf. Maar ik dacht ook bij mezelf dat ik haar al vele malen eerder had ontmoet en ik geen zin had om mijn hart opnieuw te laten breken.

Liefde, verliefdheid en vriendschap is wat we er zelf van maken. Daar onder die Californische zon, beslisten de hogere krachten dat ik nog een les te leren had. Gedreven door gevoelens die sterker zijn dan mijn ratio, vertelde ik haar over mijn beginnende verliefdheid. Hoe ik elke dag een beetje meer aangetrokken werd tot haar en hoe ik de energie tussen ons uit het “niets” voelde bewegen. Ze voelde zich gecharmeerd door mijn liefkozende woorden maar ze was vastberaden om hier niets mee te doen. Haar relatie is belangrijk en ze liet me duidelijk verstaan dat er niets tussen ons zou gebeuren. Respect voor vrouwen die hun relatie belangrijk vinden.

Als een stier op een rode lap werd ik nog meer aangetrokken tot haar. Ik hou van uitdagingen, weet je nog? Geen grotere uitdaging dan een vrouw waarmee het klikt en die je afwijst, hartstochtelijk op de mond te kussen. De dagen die volgden voelde ik me compleet bij haar. Alsof ze een puzzelstukje was dat ik al jaren zocht en eindelijk gevonden had. Ik kon het me al niet meer voorstellen dat ze er niet meer zou zijn en dat er aan al deze momenten een einde zou komen. Ik genoot van elke seconde dat ze bij me was. Van elke woord dat haar mond verliet. Van elke knipoog en elke lach. Ik was verliefd op haar, elke dag een beetje meer en meer dan ooit tevoren.

Ik had respect voor haar beslissing maar geen haar op mijn hoofd dat aan opgeven dacht. Ik ben een doorzetter, weet je ook nog? Dus ik zette lustig door. Ze smulde van mijn aandacht en mannelijke energie. Ik flirtte er gretig op los, niet denkend over de gevolgen. De gevolgen voor haar maar vooral de gevolgen voor mij en dat hart van mij want haar relatie opgeven zou ze nooit doen.

Het moet ergens rond dag tien geweest zijn. De sfeer was ontspannen en het liefdeshormoon werkte op volle toeren. Ze was sterk en ontweek verschillende van mijn subtiele pogingen om haar innig op haar mond te kussen. Patronen herhalen. Bij elke ontwijking, groeide mijn verliefdheid voor haar ietsje sneller.

We wandelden hand in hand door de verlaten straten van Santa “motherloving” Cruz. Ik keek haar diep in de ogen en haar ziel keek terug tot in mijn maag. Ik slikte even en duwde de gedachte dat ik haar binnen enkele dagen moet achterlaten ver naar achteren. Ik legde mijn arm over haar schouder en trok haar zachtjes tegen me aan. Ik glimlachte, gaf haar nog een kus op haar voorhoofd en zo wandelden we, arm in arm, naar een restaurantje dat we samen op het internet gevonden hadden.

De sfeer was nog steeds ontspannen maar tegelijk voelde ik een zindering in de lucht hangen. Na tien dagen hoefden we niet alles meer te zeggen. Onze harten waren verstrengeld. Vanaf nu hadden we een rechtstreekse verbinding met elkaar. Een verbinding die moeilijk te verbreken is want de liefde is sterk. Heel sterk.

We dronken een glaasje rode wijn en aten enkel frieten. We zaten aan de bar van het restaurantje en hoewel de plek niet de meest romantische plek was, was alles er tegelijk romantisch aan. Ik stak het op haar aanwezigheid en uitstraling. Want stralen dat kan ze.

We verlieten samen het restaurantje en slenterden half beneveld naar onze kamer. Onderweg stopte ik even om diep in haar ogen te kijken. Ik kijk graag diep in haar ogen want het is daar dat ik zag dat ze me ook bemint. De ogen, de spiegels van de ziel.

Kiezen voor mij zou ze nooit doen, haar relatie is belangrijk. Terecht. De liefde heeft, in tegenstelling tot de ziel, geen vaste koers. Mijn ziel wist dat dit niets ging worden maar haar aanwezigheid en mijn liefde voor haar ontregelden het kompas van mijn ziel. Het is op zo’n momenten dat ik begreep dat de liefde als elektromagnetische interferentie op het kompas van de ziel werkt. Afstand tussen haar en mij is de oplossing om het kompas opnieuw te kalibreren en de ziel de juiste koers te laten varen. Maar eerst nog even genieten van de unieke momenten met haar samen. Momenten die voor mij eeuwig mochten blijven duren. Fuck het kompas. Heel even maar. Want verdomme, wat voelde ik me goed bij haar.

Dagen brachten we samen in de wagen door. Daar in Californië. Duizenden kilometers van huis. Zij van haar huis en ik van het mijne. Wat een prachtige plek, wat een fantastische vrouw.
Welcome to the Hotel California
Such a lovely place
Such a lovely place

Deel 10: Millimeters

Elke avond voor het slapengaan gaf ik Bella Luna een slaapwelkusje op haar voorhoofd. Ook die avond. Platonisch weliswaar. Vraag maar aan Karen of aan Sofie. Vrouwen platonisch op hun voorhoofd kussen voor het slapengaan is — toevallig of niet — ook een van mijn talenten.

Ze lachte lief naar me en de glinstering in haar ogen verwarmde mijn hart. We lagen samen apart in hetzelfde bed. Zij onder haar half opengeritste slaapzak. Ik onder het laken. Elk op onze helft van het queensize bed en met de ruggen naar elkaar. Het nachtlampje naast me gaf een rustgevende en slaapse gloed. Ik dimde het licht en fluisterde met gekraakte stem ‘sweet dreams’. Nederlands sprak ze niet dus antwoordde ze slaapdronken ‘good night Mathieu’. Wat hou ik er van als ze mijn naam uitspreekt zoals enkel zij mijn naam kan uitspreken.

De stilte van de nacht viel over onze motelkamer. Daar lagen we dan. Dag tien. Tienduizend kilometer van huis. Ik op mijn helft en zij op haar helft. Klaarwakker was ik en de dagen bij haar deden mij verlangen naar meer. Gespeeld onrustig draaide ik wat heen en weer. Ik kuchte lichtjes ingehouden en geforceerd. Omzichtig kroop ik dichter tegen haar aan. Ik voelde de adem uit haar neus zachtjes tegen mijn gelaat. Ze ademde diep. Ik vroeg voorzichtig of ze nog wakker was. Even voorzichtig zei ze ja. Onze hoofden lagen nu op enkele centimeters van elkaar. Ogen opengesperd maar alles donker. We ademden op hetzelfde ritme en bij elke uitademhaling groeiden onze gezichten dichter naar elkaar toe. Onze lippen een duimbreedte van elkaar gescheiden. Ik opende langzaam mijn mond en haar adem die ik daarvoor nog tegen mijn neus aanvoelde, kriebelde nu mijn filtrum, het gootje tussen mijn neus en bovenlip. Haar mond was ook geopend. Subtieler dan de mijne. Ik bevochtigde mijn tintelende lippen en bij een volgende uitademhaling schoof ik nog wat dichter tegen haar aan. Ik voelde een zinderende energie tussen haar mond en de mijne. Ik hoefde enkel mijn kin enkele graden te heffen om haar lippen tegen mijn warme, doorbloede lippen te voelen. Hoewel ik een twijfelaar ben, twijfelde ik deze keer niet. Ik deed mijn mond een beetje wijder open, stak mijn vochtige tong enkele millimeters uit, likte een laatste maal mijn lippen vochtig, hief mijn kin enkele graden en streelde na een volgende uitademhaling haar bovenste lip met het puntje van mijn tong terwijl mijn onderste lip zachtjes tussen haar beide lippen verdween. Met mijn rechterhand greep ik met een vertroetelende doch kordate beweging de achterkant van haar hoofd vast. Mijn vingers geklemd in haar zachte, lang zwarte haren. De topjes van diezelfde vingers masserend op haar schedel terwijl ik haar haren bij elke vingercontractie lichtjes meetrek.

Ik rolde half op haar. Mijn rechterbeen tussen haar beide benen geplant. Haar fluweelzachte borsten, die ik maar al te graag in mijn mond wil nemen, prikten door haar strakke T-shirt. Ik voelde ze mals tegen mijn naakte bovenlichaam aanstrijken. Ik drukte haar stevig tegen me aan terwijl ik haar innige kuste. Zoals enkel ík haar innig kan kussen. Onze lichamen, geest en ziel heel even in een totale liefdessymbiose. Gehypnotiseerd door het zwoele ritme van onze ademhaling en nog zwoelere tongchoreografie. Kronkelend en schurend van uitgesteld genot. Teder en oprecht. Verbonden en lustig gaven we ons over aan de hogere krachten. Krachten die er altijd zijn, je moet er alleen mee willen samenwerken. Krachten die de koers van je ziel bepalen. Krachten waartegen je kan verzetten maar die uiteindelijk toch winnen. Want de liefde, de liefde, die wint altijd.

Einde. Of een nieuw begin?

Ik ben een twijfelaar en kiezen is verliezen. Dus daarom, als afsluiter, twee songs die me heel nauw aan het hart liggen.

Place your head on my beating heart. Een zin die ik vaak tegen haar herhaalde als we samen in de wagen zaten en onderstaand nummer op repeat zette. Ik had haar nog een laatste dans beloofd waar ik haar in mijn armen zou nemen, haar zou kussen onder de sterrenhemel en haar zou vragen of we misschien de liefde gevonden hadden op de plaats waar we waren. Santa “motherloving” Cruz.

Maar de liefde tussen haar en mij kent geen antwoorden, enkel vragen. En laat vragen stellen nu net een van mijn talenten zijn. De liefde en ik, wij hebben veel gemeen.

you’re the one.
hearts grow into hearts until hearts become one.
you’re the one, you’re the one.
i carry you heart in my heart sung with every song.

And that’s how she became “One of the Ones”…

All characters appearing in this work are fictitious. Any resemblance to real persons, living or dead, is purely coincidental. Or not?