Water

Vanavond lees ik in Perdu een gedicht uit het debuut van 
Mathijs Gompert (https://www.facebook.com/events/446879852168404/) én ik lees aldaar Water van Wislawa Szymborska voor, want veel mooier dan dat wordt het niet:

Water

Er is een regendruppel op mijn hand gevallen,
gegoten uit de Ganges en de Nijl,

uit de ten hemel gevaren rijp op een zeehondensnor,
uit het water in de gebroken potten uit Issos en Tyros.

Op mijn wijsvinger
is de Kaspische Zee een open zee

en mondt de Stille Oceaan kalmpjes uit in de Rudawa,
dezelfde die als wolkje dreef boven Parijs

op zeven mei om drie uur ‘s morgens
in het jaar zeventienhonderdvierenzestig.

Er zijn te weinig monden, water
om je vluchtige namen uit te spreken.

Ik zou je in alle talen moeten noemen,
alle klinkers in een keer articulerend,

en tegelijkertijd zwijgen — voor het meer
dat geen enkele naam mocht ontvangen

en niet op aarde bestaat — als ook aan de hemel
geen ster is die erin weerspiegeld wordt.

Iemand verdronk, iemand riep stervend om jou.
Dat was lang geleden, dat was gisteren.

Je hebt huizen geblust, en huizen meegesleurd
als bomen, en bossen meegesleurd als steden.

Je was in doopvonten, in baden van courtisanes.
In kussen en lijkwaden.

Stenen bijtend, regenbogen voedend.
In zweet en dauw van piramiden, van seringen.

Hoe licht is het in een druppel regen te zijn.
Hoe teer raakt de wereld me aan.

Wat ook maar waar en wanneer is gebeurd,
staat geschreven in het water van babel.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.