Nog één zin


Eugenie Schoolderman


‘Ga je even mee wat drinken op een terrasje?’ vroeg een collega-vertaler me toen ik een aantal jaren geleden in het Vertalershuis in Spanje zat voor de vertaling van een roman van Chirbes. ‘Nog één zin en dan kom ik,’ antwoordde ik. Toen ik eens goed keek naar die ene zin die ik nog wilde vertalen, zag ik tot mijn schrik dat die anderhalve bladzijde later pas ophield.

Voor Chirbes zijn ellenlange zinnen eerder regel dan uitzondering. Dichte blokken tekst die je vanaf de bladzijden aanstaren, amper alinea’s, nauwelijks een witregel te bekennen. Niet bepaald uitnodigend voor de lezer, en ook voor ons, de vertalers van zijn laatste roman Aan de oever, was het wel weer even slikken. Kan dat niet anders, zo vroegen Arie van der Wal en ik ons af toen we aan de vertaling begonnen. Zouden we niet iets aan de bladspiegel kunnen doen om het de lezer iets makkelijker te maken? Er wordt vaak beweerd dat je in het Spaans nu eenmaal sneller lange, doorlopende zinnen maakt en dat je als vertaler dús best af en toe mag ingrijpen, maar de ervaring met het werk van Chirbes leert dat het bij zijn stijl hoort, die dichtbedrukte bladzijden.

In een interview uit 2013 over zijn roman Crematorium zegt hij dat hij de lezer wil vangen met de cadans van zijn zinnen die zich aaneenrijgen en waaruit het als je er eenmaal in bent gegaan, moeilijk ontsnappen is. Om de lezer mee te voeren op die cadans, gebruikt hij weinig interpunctie: dialogen geeft hij vaak niet aan, maar neemt hij op in de tekst. De lezer moet zelf aanvoelen wie er aan het woord is. Een andere reden om weinig aanhalingstekens te gebruiken is dat veel van de dialogen zich in het hoofd van de personages afspelen, en die maar blijven doormalen. Aan de oever bestaat voor het grootste deel uit innerlijke monoloog. De stem van Liliana, de Colombiaanse hulp van hoofdpersoon Esteban, achtervolgt Esteban voortdurend, zit in zijn hoofd, stoort hem in zijn gedachten. Met andere woorden, de stijl van Chirbes heeft iets van een bezweringsformule, waarmee hij de lezer probeert te vervoeren en te betoveren. We kwamen dan ook tot de conclusie dat we aan de bladspiegel niets mochten veranderen en dat we ervoor moesten zorgen dat het proza even vloeiend loopt als in het Spaans, zodat de lezer er niet door wordt afgeschrikt maar meegesleept.

Het resultaat ligt sinds kort, trots glimmend in een goudkleurige kaft, in de boekwinkels. Als u het boek openslaat, schrik dan niet, haal diep adem en begin gewoon bij de eerste zin …

Overigens ben ik destijds gewoon meegegaan naar Bar Amadeo in Tarazona.