Niemand is een amateur in het zijn van zichzelf.

Hoe ruimte voor kwetsbaarheid contact kan bevorderen

Versie 26 januari 2012. Een andere versie met ongeveer dezelfde strekking verscheen eerder in het Jaarboek Cultuurparticipatie 2009

Enkele jaren geleden maakte ik een muziektheaterproject in een oude pistolenfabriek in Zaanstad. Ik had veel spelers nodig en probeerde fanfare-orkesten en muziekschool-leerlingen te overtuigen om mee te doen. Dat ging bijzonder moeizaam. Ze hadden immers allemaal hun eigen plannen al en geen behoefte aan iemand van buiten die daar nog vanalles aan kwam toevoegen. De scholieren waren vaak druk met een moordend weekschema vol sport, scouting, piano en ballet. De fanfareleden speelden samen vanwegen de goede sfeer en ik kreeg de indruk dat meedoen met een experimenteel project voor hun niet een gezellig vooruitzicht leek. Onterecht natuurlijk, maar mijn enthousiaste verhaal tijdens repetitieavonden van wel tien verschillende orkesten leverde nog geen dozijn spelers op.

Ik ben toen met een oude camper op een regenachtige ochtend een aantal schoolpleinen opgereden en riep met een megafoon om in de kantine: “Er zijn audities in de camper”. Direct stonden er tientallen scholieren te springen om hun kunsten te vertonen.

Na een paar uur overdonderd te zijn door alle persoonlijkheden die zich aan me presenteerden, wilde ik eigenlijk helemaal niet meer selecteren. Natuurlijk was het zang- of acteerniveau vaak laag, maar niemand bleek slecht te zijn in het zijn van zichzelf.

Mijn doel werd toen niet om ieders virtuositeit, maar juist ieders eigenheid te laten zien. Op dat moment verdwenen de verschillen tussen amateurs en profs. Niemand is immers een amateur als hij geen professional na hoeft te doen. En zichzelf zijn is soms moeilijker voor profs dan niet-profs.

Zo werd mijn project een compositie voor mensen. Meestal maakten ze ook nog muziek, maar het belangrijkste instrument dat waren ze zelf.

Waarom vond ik deze onbeholpen scholieren mooi?

Hun brutaliteit was gemengd met kwetsbaarheid en onhandigheid. Er was geen virtuositeit waarachter ze zich konden verschuilen, geen techniek om hun eigenheid mee toe te dekken. Daarbij kwam dat hun schoonheid mij niet werd opgedrongen, maar ik het zelf mocht ontdekken.

Eeuwenlang was kunst iets om te doen. Om actief mee te maken.

Klassieke kamermuziek werd in besloten kring gespeeld zonder luisteraars. In de kerk zong je mee met het koor en door het jaar heen werd je betrokken bij oogstrituelen, geboortefeesten, trouwerijen etcetera. Dat wij kunst nu laten maken door professionals die daarin gespecialiseerd zijn heeft ervoor gezorgd dat de kunst zich enorm heeft kunnen ontwikkelen, maar dat het publiek ook op een steeds grotere afstand kwam te staan. Kunst veranderde van onontkoombaar ritueel dat een duidelijk afgebakende rol en functie had in het dagelijkse bestaan tot een optioneel genots- of verdiepingsmiddel dat op alle momenten van de dag vaak gratis en onbeperkt beschikbaar is. Je kunt nu op elk moment muziek van de beste musici beluisteren zonder er moeite voor te doen, je kunt duizenden films gratis downloaden en wordt overladen met verhalen uit de hele wereld die elk moment via radio, krant en internet binnenstromen. Nooit was dit aanbod zo groot en van zulke hoge kwaliteit. Nooit deed het ons zo weinig en was het zo vluchtig en terloops.

Kunst die je zelf doet, waarmee je je eigenheid kan uiten en de relatie tussen jou en je omgeving kan duiden heeft vaak meer tijd een aandacht nodig dan past is deze snelle wereld. Kunstenaars bijten zich daarom vast in de kleine plekjes waar ze moedig de vluchtigheid bestrijden en een moment de aandacht kunnen opeisen. Voor het publiek is de leegheid van een witte gallerie, de trage tijd in de arthouse-bioscoop, het moment van concentratie op het kleine podium en de duisternis van het theater een kostbaar contrast met de hectiek van buiten. De kleine en trouwe groep bezoekers weet dat niet zozeer de schoonheid, perfectie of virtuositeit van de acteurs of musici het verblijf op dergelijke plekken waardevol maakt. Knappe en excellente kunstjes kunnen we immers in overvloed bewonderen op televisie. Het is juist de ruimte die ontstaat bij kwetsbaarheid, bij het onzekere, het niet-duidelijke, de twijfel of de dubbelzinnigheid die kans biedt op nieuwe inzichten en contacten. Het is arm dat we die ruimte in ons normale leven proberen te verkleinen. Dat we alles onder controle willen hebben. Zelfverzekerd zijn is essentieel als je wilt functioneren in onze maatschappij. Maar het is ook arm dat kunst met al haar potentie van openheid, verandering en contact zich vaak zo schuw terugtrekt binnen de keurig afgebakende gedoogzones waarin kwetsbaarheid gelegitimeerd is of gespeeld wordt.

Naar mijn overtuiging, is de ware opdracht voor een kunstenaar, maar ook voor docenten in het onderwijs, om openingen te maken in ons dichtgetimmerde bestaan. Om ruimte te scheppen voor het delen van eigenheid. Het heeft geen zin om de wereld verder vol te proppen met strak vormgegeven producten en professionele virtuositeit. Daarvan is genoeg. Het is de uitdaging om de mogelijkheden voor mensen van enorm verschillende achtergronden te vergroten om kunst een actieve rol te laten spelen in hun leven. Om een plek voor waarlijke ontmoetingen te creëeren. Ontmoetingen met elkaar, met de buitenwereld, met werelden van verbeelding of juist met de harde realiteit.

Kunst kan een plek zijn voor kwetsbaarheid. Een plek waar onzekerheid mag bestaan en niet overschreeuwd hoeft te worden door duidelijke statements. Pas als je onzekerheid en twijfel durft te tonen, kun je echt contact maken. Kunst die contact maakt is kunst die ons raakt, die mensen beroert, ruimte geeft aan verandering. Dat is niet altijd zonder risico. Ook mislukken is een kunst waarvoor helaas steeds minder ruimte is.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Merlijn Twaalfhoven’s story.