Raffinement van de Nuance

In Japan

Dit artikel verscheen eerder in Mens en Melodie, najaar 2001.

Nadat tijdens een concert met hedendaagse Japanse muziek van het Nieuw Ensemble mijn fascinatie voor Japanse muziek werd geboren, heb ik, enige jaren geleden al, een lezing gehouden voor de componisten van het Conservatorium van Amsterdam. Hier zette ik in een uur het Verschil, het Waarom en Reden van westerse versus oosterse muziek uiteen. Mijn bevindingen waren voornamelijk gebaseerd op het bestuderen van het boek van Eishi Kikkawa over Japanse traditionele muziek (uit 1948). Mijn betoog werd afgedaan als volstrekt onwetenschappelijk en fantasievol, maar toen ik onlangs wederom in dit boek lezen ging, bemerkte ik dat dezelfde geboeidheid en koorts die destijds tot mijn missiedrang had geleid, weer een beetje toesloeg. Ik ben daarom totaal verheugd dat ik hier nu, momenteel en ter plekke, de gelegenheid heb in het wild de door Kikkawa beschreven aspecten van Japanse muziek te gaan ontdekken, die mij tot de ruige speculaties hadden aangezet.

Hirado
Op uitnodiging van de organisatie 12xHolland, verblijf ik momenteel in het Japanse provinciestadje Hirado (provincie Nagasaki). In samenwerking met plaatselijke muzikanten geef ik workshops en concerten, kook ik miso-soep en drink ik biertjes. Het is excellent niet als een verdwaasde rugzaktoerist achter je Lonely Planet aan te wandelen of voor je bedrijf een afzetmarkt trachten te ontginnen, maar muzikale plannen uit te wisselen en voor de rest gewoon een leventje te leiden hier. Muziek is handig, omdat het qua handelswaar zo ongrijpbaar is, de voorraad ervan onuitputtelijk blijft, en de uitwisseling ervan niet steeds vast hoeft te lopen op verbale complicaties.

Soepelstroef
Op een bijzondere wijze verloopt het verblijf hier heel soepelstroef. Alles is tot in details voor me geregeld. Meestal word ik vanaf mijn appartementje gehaald en op tijd ter plekke gebracht. Iedereen is bijzonder aardig en enthousiast. Soms voel ik me echt een bezienswaardigheid, en maakt het bijna niet uit wat ik zeg of doe, omdat mijn Hollandse kop en lengte al zo spectaculair zijn. Als ik wensen heb, dan kan dat geregeld worden. Er wordt dan een vergadering belegd met een man of zes, die allemaal een schema van mijn maandplanning hebben. Er is echter niemand die de leiding heeft of eindverantwoordelijkheid draagt. Ook plannen voor workshops op scholen worden vaak vol enthousiasme ontvangen, alleen kan er niet beslist worden of het door kan gaan, omdat er eerst veel factoren bekeken en mensen geraadpleegd moeten worden. Het eigenhandig afspraken en plannen maken is totaal verwarrend omdat de 6 roosteraars dan hopeloos de draad kwijtraken. Afspraken maak ik dan ook maar met ieder om de beurt en doorelkaar heen. Mijn agenda staat boordevol verplaatsingen en doorstrepingen omdat de omstandigheden steeds wispelturen. Ook het spel van beleefdheid en gastvrijheid vormt soms een vrolijk web van uitnodigingen, beloften en vriendschappelijkheid, waaruit je soms maar net je eigen tijd los kunt worstelen.

Harmonie
Op milde wijze zie ik zo een aantal opvattingen weerspiegeld uit het boek Japan van Van Wolferen, dat ik onlangs las. Hij beschrijft hoe de Japanse politiek een zeer schimmig geheel van persoonlijke betrekkingen en voortdurende concensus is, waar slechts zelden instituten elkaar openlijk bestrijden en een objectieve mening een gevaar voor de harmonieuze samenwerking is.

In Europa is het normaal een kritische houding tegenover vriend en vijand aan te nemen, en worden politieke confrontaties en tegenovergestelde belangen als constructief ervaren voor het pletten van een degelijke middenweg. Ook het model van spanning tussen tegenpolen, en de weldaad van de oplossing na voortdurend conflict staan volgens mij al eeuwen centraal in westerse klassieke muziek. Al sinds de late middeleeuwen werd de muziek gekruid door dissonanten, en voerde de competitie tussen componisten en spelers onderling naar steeds meer virtuositeit en complexiteit. Wat mij sterk opvalt bij het beluisteren van zowel hedendaagse als traditionele Japanse muziek (de moderne intellectuele serieuze muziek laat ik nu nog buiten beschouwing; als ik straks naar Tokyo ga, zal ik me daarin ook gaan verdiepen), is het ontbreken van het conflict. Er is steeds opbouw van spanning, maar het zal nooit tot breuk in een stuk leiden, en kabbelt vaak onverwacht weer weg. Ook hebben veel stukken naar mijn mening niet een duidelijk statement. De titels zijn zonder uitzondering poëtisch, en vaak is de muziek sfeervol en kabbelend. Bijna alle muziek tijdens het shakuhachi en koto-concert dat ik onlangs hoorde, bleek nog geen tien jaar oud te zijn. Heel westers waren de veelvuldige modulaties en chromatiek, de rechthoekige metriek en vastgelegde notatie, maar dissonant of brutaal was het eigenlijk zelden in de zin dat er een muzikaal probleem ontstond. Het luisteren naar deze muziek was daarom voor mij ook niet zo zeer het intellectuele en emotionele spel van het oplossen van krachten die elkaar al sinds mensenheugenis dwarszitten, maar veeleer het bijwonen van een stukje geraffineerd vormgegeven tijd.

Eten om te voelen
De pret van dit artikel, is dat ik nu ook kan gaan verklaren dat het logisch is dat er geen sambal in de Japanse keuken te vinden is. Er werd mij namelijk uitgebreid verteld, naar aanleiding van mijn globale analysering van de smaken hier als: vissig, weeïg, zeeïg, mistig, dat het vooral gaat om de nuance tussen zeeïg als in de ###baai en zeeïg als in de ###baai. En dat er in plaats van smaak, meer met vleugjes en tendenzen wordt gewerkt, dan met statements als: bitter, zuur of curry. Geen zout door de rijst, maar de gradatie aan plakkerigheid luistert heel nauw. Soms smaakt er iets zelfs in het geheel niet! Het is in dat geval dan eten om te voelen, het liefst plakkerig of drillerig. Het eten van inktvis is toch eigenlijk voornamelijk een ervaring van gestold, brak zeewater; kenners echter prijzen haar stolling, haar brakte. Zo is het een kalm afwegen van nuance, een balans in de veelzijdigheid van de eenvoud die de Japanse keuken kenmerkt. Er is ook geen duidelijke opbouw van voorafjes, soep, bordwarmeten en toetje, maar het dwarrelt voortdurend schaaltjes met nieuwe verrassing. Misschien toevallig dat ik mijn tijd hier ervaar als een voortdurend smullen van de kleinste onbeduidendheden. Het raffinement van de nuance; laat het doorgaan, eindeloos.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.