Augustinus’ scheiding van het juiste leven en het gelukkige leven

In zijn dialoog over de vrije keuze van de wil verdedigt Augustinus onder andere de positie dat mensen die werkelijk het juiste leven willen lijden ook dat juiste leven zullen bereiken en daarmee ook een gelukkig leven zullen lijden. Volgens Augustinus is het voor een mens om gelukkig te zijn noodzakelijk om het juiste leven te kiezen, en als een mens dat doet dan wordt hij ook altijd gelukkig. Hij legt zichzelf dan de moeilijkheid voor dat iedereen gelukkig wil zijn (wie wil dat nou niet?), maar velen dat toch niet zijn. Dit punt lijkt moeilijk omdat het juiste en het gelukkige leven zo lijken vervlochten, en het is dus precies door ze uit elkaar te halen dat Augustinus kan beweren dat de mensen die niet gelukkig zijn, wel gelukkig willen zijn maar niet het juiste leven willen lijden dat daarvoor noodzakelijk is.

Deze scheiding levert een interessant contrast op met de theorie van Aristoteles over de verhouding tussen het goede leven en het gelukkige leven. Voor Aristoteles is het ten eerste niet voldoende om op de juiste manier te leven. Bepaalde externe omstandigheden moeten ook meezitten, zoals een bepaald niveau van welvaart, gezondheid en het uitblijven van rampspoed. Een ondeugdelijk persoon bij Aristoteles heeft óf een onvoldoende kennis van wat een gelukkig mensenleven is, óf hij mist de wilskracht om hiernaar te leven.

Het tweede verschil, dat ik interessanter vind in deze context, is dat Aristoteles het doel van de deugden juist wel ziet als het leven van een gelukkig leven. Anders gezegd; het goede leven willen leven en het gelukkige leven willen leven valt samen. Er is bij hedendaagse neo-aristotelianen dan ook het probleem dat een deugdelijk persoon zijn handelingen rechtvaardigt omdat ze hem gelukkig zouden maken, en dat dit egoïstisch is.

Deze scheiding lijkt dus een probleem op te lossen, of beter gezegd te voorkomen. Bij Augustinus zou het namelijk het geval zijn dat een deugdelijk persoon zijn handelingen rechtvaardigt doordat dat de juiste keuzes zijn, en is het een losstaand feit dat de juiste keuzes tot een gelukkig leven lijden. Hiermee zou ik echter niet willen betogen dat neo-aristotelianen deze scheiding daarom over zouden moeten nemen. Zij missen namelijk de verklaring dat God de personen die de juiste keuzes maakt beloont met geluk, en de rest niet, waarmee dat strikte verband dat er wel bestaat onbegrijpelijk zou worden.

Like what you read? Give - a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.