Lappenkastje

Je zou verwachten dat je jezelf met het klimmen der jaren beter gaat begrijpen en milder wordt ten aanzien van je minder goede eigenschappen. Bij mij lijkt het omgekeerd. Zo snap ik steeds minder waarom het mij zoveel moeite kost om toe te geven dat ik in sommige dingen niet zo goed ben. Wie hou ik waarom voor de gek? Het lijkt erop dat ik vooral mijzelf steeds probeer in de maling te nemen als het gaat over mijn vermeende talenten. En ik lijk er ook zelf steeds weer in te trappen.

Neem nu het in elkaar zetten van een eenvoudig lappenkastje. Nu vraagt u zich misschien af wat een lappenkastje is. Het klopt dat deze meubeltjes niet als zodanig worden verkocht. Het heeft te maken met de bestemming die Jacqueline aan zo’n kastje heeft gegeven, sterker nog ze heeft hem precies daarvoor aangeschaft. Ik vermoed dat zij haar afwijking om tijdens haar leven zoveel mogelijk lapjes en stofjes te verzamelen, de status wil geven van een officiële hobby door de indruk te wekken dat daar zelfs speciale kastjes voor zijn. Zoals een visser een hengel heeft, zo heeft een gevorderde lapjesverzamelaar een lappenkastje.

Afgelopen zaterdag kwam zij het perfecte lappenkastje op internet tegen en vanmiddag werd het bij ons afgeleverd. Terwijl Jacqueline in de keuken de vaatwasser stond in te ruimen begon ik aan iets waarvan ik echt zeker weet dat ik goed ben, uitpakken. Ik spreidde de verschillende houten elementen uit de doos in de kamer op de vloer en probeerde in de ontstane puzzel de afbeelding van het lappenkastje op de doos terug te vinden. — “Lees je wel de handleiding”, riep Jacqueline uit de keuken. Twee dingen werden mij hierdoor duidelijk. Eén, ze dacht dat ik het lappenkastje in elkaar aan het zetten was en twee, ze dacht dat ik dat niet kon.

En toen gebeurde er iets vreemds. Ik zei niets, maar ik glimlachte. De bedoeling van die glimlach was spottende minachting. Iets in de trant van: ‘pfff, ík kan dat niet, en jíj kan dat wel?!’. Het bijzondere zat hem erin dat Jacqueline in de keuken stond en de enige die dus op de hoogte was van deze intimiderend bedoelde lichaamstaal was ikzelf.

Verwoed probeerde ik enige samenhang tussen de verschillende onderdelen te vinden die voor mij op de grond lagen. Die vond ik niet. Het kwam mij voor dat bij de fabrikant, per abuis, onderdelen van verschillende kastjes en misschien wel tafeltjes en stoeltjes door elkaar in de doos van ons lappenkastje terecht waren gekomen. Dat hoorde je toch wel eens. Met mijn handen in de zij stond ik de verschillende onderdelen zo enkele minuten aan te kijken maar er veranderde niets. Tot overmaat van ramp zag ik dat de handleiding in het Frans was toen ik plotseling Jacqueline in mijn linkeroor hoorde ademen die het inruimen van de vaatwasser hiervoor speciaal had onderbroken.

-‘Mag ik ‘ns’, vroeg ze alsof het over het vasthouden van een nieuwe baby ging. -‘Is het nou niet handiger als één van ons dit doet’, vroeg ik haar om haar eraan te herinneren dat samen klussen bij ons steevast in ruzie eindigt. -‘Denk ik ook’, zei ze , terwijl ze de handleiding uit mijn hand trok. Ze vouwde het boekje twee keer en plots was de tekst wel in het Nederlands beschikbaar. Ik las met haar mee en net toen ik dacht iets op de tekening te herkennen dat ik eerder op de grond had zien liggen, deed Jacqueline het boekje dicht en schoof wat met de elementen. Ik moest niezen en toen ik weer terugkeek was het lappenkastje van de doos plotseling in grote lijnen herkenbaar. -’Gezondheid’, zei Jacqueline.

Toen ik klaar was met het inruimen van de vaatwasser en de klep dicht deed riep ze vanuit de kamer: de houten lepels niet in de vaatwasser he?’. ‘Natuurlijk niet’, zei ik terwijl ik de klep weer zachtjes open deed.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.