Christoff
“Daar se, den Christoff.”
“Die woont hier om de hoek hé.”
Hij kijkt wat rond met het pakje, het adres inspecterend.
“Christoff debolle, dat is zijn achternaam”.
Ik reageer daar niet op. Ik snap niet waar dit naartoe gaat en het interesseert me echt geen fuck.
“Ken je die niet? Christoff?”.
Eigenlijk ken ik die een klein beetje. Ik ken zijn gezicht, ik weet dat het een zanger is & dat er in een tv serie eens een vermelding is geweest met zijn naam.
Maar ik ken niets van hem, niet zijn muziek, niet zijn woorden, noch de laatste roddels. Dus neen, ik ken die niet.
Stilte vult de ruimte. Ik hoop dat er een zuurstoftekort is, dat we onze ademhalingen kundig moeten plannen om niet flauw te vallen. Dat er ergens een alarm afgaat met de melding: “Oxygen level critical” en dat er een geautomatiseerde boodschap volgt die ons mededeelt dat we vooral niet mogen panikeren maar wel zo weinig mogelijk moeten bewegen & onze communicatie tot het uiterst noodzakelijke moeten houden.
Ik ga even mee in de fantasie en voel me gevangen in een onderzeeër, net boven de bodem van onze aardkluit omgeven door totale duisternis en een aantal vissoorten waar ik de naam niet van ken en nooit zal kennen. Vissen interesseren mij niet.
Er komt geen alarm, er is geen ademtekort & de onderzeeër was niet echt.
Hij slorpt het kostbare zuurstof op om om te zetten in “Jaja”.
“Blijkbaar mag iedereen op bezoek komen bij hem, een vree sociale & vriendelijke man, ondanks al zijn succes”.
“maareuh,…”.
*Voel je het al aankomen?*
“maareuh… je moet wel een bord in u broek steken als je binnenkomt… Want dat is nen homo!”.
O onderzeeër!
O duisternis…
vissen…
“Want dat is nen omo!”
….
klotezuurstof