De beste club van de wereld

Slingers in Manchester: Sergio Aguëro is sinds kort all-time topscorer van Manchester City. Dat is dezelfde Sergio Aguëro die na ruim zes jaar in Engeland nog altijd geen fatsoenlijk interview kan geven in de lingua franca van de moderne wereld. Nu geldt dat ook voor zijn boezemvriend Lionel Messi, maar de ideale schoonzoon uit Rosario heeft in ieder geval nog als excuus dat hij in Spanje voetbalt. Niks ten nadele van de voetbalkwaliteiten van Kun, maar zijn totale desinteresse voor zijn huidige thuis is tekenend voor het culturele verval van zijn werkgever.

Ooit was Manchester City een voetbalvereniging. Een klassieke Engelse Football Club die met beide benen in de lokale gemeenschap stond, waar mensen uit de stad zich in konden herkennen. Ooit waren The Citizens een vereniging net als alle andere, waar jonge voetballers uit de regio met hard werken en een beetje geluk konden doorstromen naar het eerste elftal.

Toegegeven, anno 2017 zijn de meeste Premier League-clubs een moeilijk te nemen vesting voor lokaal talent, maar City is, zoals dat heet in de wielrennerij, hors catégorie. Voor wie denkt dat ik overdrijf een korte oefening: noem mij één debuterende speler uit de laatste tien jaar, afkomstig uit de regio, die de jeugdopleiding van Manchester City doorliep en vervolgens in ieder geval een dozijn wedstrijden speelde in het eerste elftal. Of tien. Of vijf. Wie hem vindt, mag het zeggen. Of ik kan het juiste antwoord direct verklappen: die speler bestaat niet.

Het is een opmerkelijke gedaanteverwisseling voor wat altijd de volksclub van Manchester was. In de voorbije decennia was Manchester United zonder twijfel de club die de betere klassen van de stad vertegenwoordigde. Terwijl op Old Trafford regelmatig (maar veelal gericht) met geld gesmeten werd en de successen elkaar opvolgden, was het bij de aartsrivaal op Maine Road schrapen en behelpen. Maar dat paste ook bij de urban myth dat de fans van United afkomstig waren van buiten de stad, en dat in Manchester zelf niemand supporterde voor The Reds.

Ook toen City begin deze eeuw terugkeerde op het hoogste niveau, na een dwaaltocht door de woestenij van het tweede en zelfs derde niveau van het Engelse profvoetbal, was de situatie in Manchester nog altijd dezelfde als die in buurstad Liverpool. De elite en het geld, dat waren de roden; de gewone man en vrouw, de blauwen.

Sinds 2008, toen een investeringsmaatschappij uit de Emiraten zijn intrede deed, zijn de rollen in Manchester langzaam maar zeker omgedraaid. De overname door de vrinden uit Abu Dhabi leidde een transfercircus zonder weerga in. Met name voor de voorhoede trok City sinds 2008 spelers aan alsof het Panini-stickers verzamelde.

Die waanzin bereikte een hoogtepunt in de zomer van 2010, toen trainer Roberto Mancini voor aanvang van het seizoen 2010/11 kon kiezen uit maar liefst 10 aanvallers: de club had op dat moment Edin Dzeko, Roque Santa Cruz, Jô, Craig Bellamy, Felipe Caicedo, Shaun Wright-Philips, Emmanuel Adebayor, Carlos Tevez, Mario Balotelli en John Guidetti onder contract staan. Geen wonder dat spits nummer elf, Robinho, op de laatste dag van augustus naar Milan mocht verkassen.

Spoel vooruit naar 2017 en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de selectie meer in balans is. Spelers als Kevin de Bruyne en Gabriel Jesus zijn een lust voor het oog. Sportief gaat het de ploeg voor de wind, onder de zogenaamd beste trainer ter wereld. Maar tegelijkertijd dringt zich ook de vraag op: wat maakt deze club nog een deel van Manchester? Waar is de lokale binding?

De volksclub van weleer speelt zijn wedstrijden inmiddels in het pompeuze Etihad Stadium, waar een door oliegelden gefinancierde selectie iedere zomer van een verse delegatie nieuwelingen uit alle windstreken wordt voorzien. Terwijl United nog altijd deels beleid maakt op basis van de uitstekende jeugdopleiding, is er van die gedachte bij The Citizens niks meer over. De club is verworden tot een zielloze multinational zonder identiteit die net zo goed in Parma, Parijs of Pamplona gebaseerd had kunnen zijn.

De talloze klaagzangen richting Het Moderne Voetbal richten zich op de alsmaar groeiende macht van het geld, de steeds hogere transfersommen, de commercialisering van de sport en clubs die voornamelijk fungeren als handelshuizen. Nationale bonden vragen zich af waar de nieuwe generatie voor de nationale ploeg vandaan moet komen. Supporters kijken met argwaan toe terwijl nieuwe, exotische eigenaren arriveren en hopen maar dat hun club niet de ziel verkoopt in ruil voor succes.

Voor Manchester City is dat station echter al lang en breed gepasseerd, De Bruyne en Gabriel ten spijt. Immers, als je geen ziel meer hebt, kun je hem ook niet meer verkopen.

Full disclosure: yours truly is al sinds jaar en dag trouw supporter van Manchester United. Voor bovenstaand artikel is dat verder overigens volledig irrelevant.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.