De lol van het Zalker strandje

Hoe het strandje mij levenslessen leerde

Vroeger toen de zomers nog warm waren en de vakanties lang, ging ik regelmatig naar het Zalker strand. Met name voor verkoeling dacht ik altijd. Nu realiseer ik mij pas dat deze plek mij levenslessen heeft geleerd.

Toen ik jong was ging ik vaak zwemmen, meestal in de kolk vlakbij, daar mocht ik namelijk zelf naartoe fietsen, mits ik goed uitkeek bij "het grote kruispunt". Want daar reden — in tegenstelling tot de rest van Kamperveen- wel auto's. Kortom: uitkijken geblazen.

Maar er waren ook dagen waarin moeder het kroost op sleeptouw nam en ons naar alternatieve bronnen van verfrissing en vermaak leidde. Nadat wij de autorit van vier kilometer, het lange boerenpad richting de Ijssel, een verroest zwaar hek, en een grasveld — met hier en daar uitwerpselen van een koe — getrotseerd hadden, kon het plezier beginnen.

Het Zalker strandje was een plek met garantie voor avontuur. De Ijssel had flinke stroming, maar door de koers van de rivier, was het veilig genoeg om er te kunnen zwemmen. Er waren boeien waar je al ploeterend in de buurt van kon komen en grote vrachtschepen die voor gigantische golven zorgden.

Maar het mooiste van alles was een zandkasteel bouwen. Vechtend tegen het tij, gevaar van instorting bij slechte constructies en het plotselinge moment dat mijn moeder de biezen pakte en weer naar huis wilde, maakte het allemaal tot een zinderend avontuur voor de jonge architecten van weergaloze zandconstructies. Wijzelf.

Met het juiste gereedschap: een schepje, een harkje en een emmertje, gecombineerd met jarenlange ervaring, maakten wij met uiterste precisie — zandkastelen die bestand waren tegen het natuurgeweld van de Ijssel.

Om de tien minuten werd mijn moeder op de hoogte gesteld van de progressie die wij boekten, de plannen voor de uitbouwmogelijkheden en de reconstructies die uitgevoerd moesten worden. 
Apetrots. 
En het mooiste was, het bouwwerk was nooit af en nooit groot genoeg.

Een te grote golf van een vrachtschip, een matige constructie die het geheel in elkaar kon laten storten, of een moeder die huiswaarts keerde waren de meest voorkomende factoren die de euforie konden laten omslaan in diepe deceptie. Volle, dikke tranen zouden over de wangen biggelen.

Maar het aller ergste wat kon gebeuren. Het moment dat alle desastreuze gebeurtenissen oversteeg. Was iemand van de innerlijke gelederen, die al dan niet bewust, met zijn voet midden op het zandkasteel ging staan. Een broer, een zusje of een vriendje die mee was gekomen naar het strand. Iemand die jou had zien bouwen, iemand die wist dat het bouwwerk bloed zweet en tranen gekost had. Een persoon die had kunnen weten dat jij al je energie in dit kunstwerk had gestoken.

Allereerst de vragen: Kan je niet beter uit je doppen kijken? Je wist toch dat ik hier bezig was? Deed je dat express? Of heb je het echt niet zien staan?

De woede. Het onbegrip. De frustratie. De naderende vechtpartij. Moeder moest er per direct bij zijn om de heftige escalatie te neutraliseren. Dat gold eigenlijk voor elke situatie. Of het nu een golf, mijn eigen of andermans schuld was —mijn moeder loste het probleem op.

Opvallend was dat de problemen telkens met dezelfde woorden beslecht werden:"Dat is de lol van het Zalker strandje".

De "lol" voelde op het moment zelf, nooit aan als grappig. Ik weet tot de dag van vandaag ook niet precies wat het betekent. Bedoelde mijn moeder: "Suck it up and die?" Of wilde zij aangeven dat wij toch meer de lol van de situatie moesten inzien en er daadwerkelijk een genoegen in moesten scheppen dat dit wel degelijk onderdeel van het avontuur was.

Één ding wist ik wel. Deze "lol" was onlosmakelijk verbonden aan het Zalker Strand. Het avontuur, de stroming van de rivier, de spanning, het eindeloze vermaak en de grote kans dat het ook wel eens helemaal fout zou kunnen gaan. Het hoorde allemaal bij het strand.
Soms slecht te verteren, maar mooi genoeg om telkens weer naar terug te keren. Het avontuur van het Zalker strandje bleef ongeëvenaard.

De woorden die moeder uitsprak waren genoeg om weer tot rust te komen. Genoeg om weer in harmonie met je broertjes en zusjes de auto in te stappen en naar huis te rijden. Volgende keer beter. Volgende keer een nieuw avontuur.

Vandaag — jaren later — loop ik op een ander strand. Het strand bij Zandvoort. Ik ben ondertussen al meer dan volwassen en ben hier niet om een zandkasteel te bouwen. Ik ben hier om tot rust te komen en om te reflecteren op het werk dat ik afgelopen zeven jaar heb verzet.

De mooie momenten, de zware tijden. De enorme passie en de regelmatig onverantwoorde inzet en offers die wij voor het werk over hadden. Wat waren wij met een meesterwerk bezig en stiekem waren wij apetrots.

Iedereen voelde het. Iedereen was er bewust van. Wat hier werd gebouwd was uniek. Een prachtige organisatie. Een goed geolied team, die elkaar vaker zag dan hun eigen familie en verpletterende resultaten. Jongeren die razend enthousiast deelnamen aan alles wat wij ondernamen.

En op het moment dat het pronkstuk bestand was tegen de golven van de vrachtschepen en het behoed was van instortingsgevaar. Op het moment dat wij het achter wilden laten voor de nieuwe generatie. Op dat moment van onachtzaamheid. Op dat moment stapte er iemand bovenop. Onherstelbaar beschadigd.

Met een hart vol verwarring, loop ik weg naar de auto. Laten we maar naar huis rijden. Ik wil dit strand even niet zien. Dit is niet het avontuur dat ik voor ogen had.

De ‘lol” van het zalker strandje is mij nu echt teveel.

Het was een gevaar waar altijd rekening mee werd gehouden, maar waar wij niet van verwacht hadden dat het ooit zou gebeuren. En al helemaal niet vanuit de binnenste gelederen.

Met een hart vol verdriet, met tranen gevulde ogen, en een groot gevoel van boosheid en onmacht, rijst de vraag: Zijn ze er bewust van dat het meesterwerk stuk is, of hebben ze het nooit zien staan?


Ik zou nu eigenlijk willen stoppen, dit artikel is af. Zo voel ik mij nu. En een betere uitsmijter gaat dit blog niet krijgen. Ik zou nu tevreden moeten zijn. Maar het voelt niet af. Het is niet de les die ik geleerd heb op het strand. Dit gaat verder dan "suck it up and die". Dit gaat verder dan "that's life".

Het kost mij moeite om te zien dat bouwen tijdelijk is — een middel om samen ergens de schouders onder te zetten — een uiting van verbondenheid — een reflectie van iets groters — maar het echte meesterwerk komt pas op bij het ondergaan van de zon. Het meesterwerk wordt gebouwd in het hart. De kracht ligt verborgen achter de zoute tranen en voorbij de bittere blikken. De kracht zit hem in de wilskracht om op te staan en voorbij het kasteel te kijken.

Genietend van de zilte lucht, kijkend naar de oneindigheid. Al starend, afstand doen van de woorden die gezegd zijn. De daden laten verdrinken in het diepe water.

Wanneer de zon het water raakt, 
is het goud voor degene die wachten. 
Al is het voor de vorm, 
in de poel van oneindige liefde 
is vorm slechts een bijkomstigheid”.

De vormen van het kasteel zijn niet meer te herkennen. Maar ik houd mij vast aan de rijkdom diep van binnen. Er is niks verloren gegaan in de harten.

Dit is geen gebouw, dit is geen organisatie, dit is geen merknaam. Er is niks of niemand, geen autoriteit die dit kan stoppen.

Wij mogen dan vol verbazing over de verwoeste muren van ons kasteel klimmen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De eerste zonnestralen breken al door de scheuren heen.

Dit is niet het einde.

Dit is het begin.

Een begin van een nieuw avontuur.

Like what you read? Give Michaël a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.