Door te leren wat een leercurve is begrijp ik de circulaire economie beter

Sinds deze week ben ik bezig met het leren begrijpen van twee concepten: de leercurve en de circulaire economie. Dit doe en deel ik hier.

Oke, ik heb de opdracht gekregen om mijn leercurve over het begrip circulaire economie op te schrijven.

Maar first of all: wat is een leercurve?!

Na filmpjes kijken, nadenken en voorbeelden lezen denk ik dat ik een redelijk idee heb van wat een leercurve inhoudt. Maar een simpele vraag op google: “Wat is een leercurve?” levert nog het helderste resultaat op.

Het blijkt grappig genoeg uit de economie te komen. Het eerste antwoord van Google op Wikipedia is:

“Een leercurve is in de economie een prijs van een product uitgezet tegen het aantal geproduceerde eenheden. Het idee hierachter is dat fabrikanten naarmate ze meer geproduceerd hebben, ze meer geleerd hebben hoe ze het product goedkoop kunnen produceren.”

Stel dat dit geproduceerde product mijn leercurve is. En dat ik de fabrikant ben. Dan zou je kunnen zeggen: hoe meer ik hier schrijf, hoe meer ik leer over mijn eigen leercurve, hoe makkelijker ik weer kan schrijven (ofwel: het product efficiënter produceren). Best circulair zou ik zo zeggen.

Dus ik dacht: misschien moet ik niet zo veel van te voren nadenken en het gewoon maar doen. Dat schrijven van die leercurve. Door het te doen leer ik het het best en doe ik het tegelijk. Dit learning by doing maakt het cirkeltje weer rond.

Dat brengt me vanzelf bij mijn tweede punt: mijn begrip van de circulaire economie.

Nog voordat ik hier precies over na ging denken, schemert hierboven impliciet al iets van mijn idee door over wat een circulaire economie inhoudt.

Op een punt beginnen.
Iets voortbrengen of produceren oftewel: vooruitgang/beweging.
Terugkomen bij het punt waar je begon.

Iets wat niet een duidelijk begin en eindpunt heeft want deze twee zijn aan elkaar verbonden. Volgens mij gaat het dus om processen die altijd kunnen blijven doorgaan, waarbij niet wordt stilgestaan. Net als alle natuurlijke cycli. Alleen zo kan de economie blijven bestaan, want het is gebouwd op deze natuurlijke processen. En dat is volgens mij het doel van een circulaire economie: blijven voortbrengen, blijven bestaan. Oftewel: duurzaamheid.

Door het vak Atelier Nikola hoop ik een duidelijker en praktischer beeld te krijgen van wat deze circulaire economie inhoudt en waarom en hoe we onze huidige lineaire economie zouden moeten ombouwen tot een circulaire.

In het eerste werkcollege afgelopen week werd ik al geconfronteerd met mijn eigen gebrek aan een helder afgebakende definitie van circulaire economie: Is het hergebruiken? Kunnen meerdere cirkels aan elkaar verbonden zijn? (waardoor een product dus niet terugkomt waar het begon) Gaat het alleen om producten of ook stromen en diensten? Hoe zit het met downcycling vs upcycling? (en zijn dit niet subjectieve begrippen?) Kan iets voor een deel circulair zijn? In welke mate is het beperkt tot de discipline economie of valt het samen met andere vakjes van de wetenschappelijke wereld? En in welke mate valt het idee van circulaire economie in de wetenschappelijke wereld samen met de maatschappelijke praktijk?

Deze en nog meer vragen kwamen op in mijn hoofd. Jawel, Socrates heeft weer gelijk: ‘hoe meer ik weet, hoe meer ik weet dat ik niets weet’.

Daardoor (en door het schrijven van deze column) besefte ik me dat net zoals mijn begrip van wat een leercurve is, ook mijn begrip van wat een circulaire economie is, aan verandering onderhevig is. Het zal groeien en voortbouwen op het voorafgaande, maar ik zal er nooit alles van af weten. Door er mee bezig te zijn, wordt het beeld gevormd. Net zoals door mijn leercurve hier op te schrijven, deze wordt gevormd.

Ik ben benieuwd of ik aan het eind van de cursus hier het nog steeds mee eens ben, of dat ik hier op terug moet komen.

Mijn vraag waar ik deze week achteraan ga, is gericht aan Lucas Reijnders en luidt: “Hoe denk jij dat de wereld er uit zou zien als onze hele wereldeconomie circulair zou zijn?”