Is racisme toegestaan volgens Aristoteles’ filosofie?

Na het lezen van Aristoteles’ Politics in de eenentwintigste eeuw zullen veel mensen het ermee eens zijn dat er er nogal wat racistische stellingen in staan. Hij maakt namelijk een duidelijke onderscheiding tussen klassen en welke ondergeschikt aan elkaar zijn. Ik vraag me af of deze, afgezien van hun extreme karakter vooral als wij deze vandaag de dag zouden toepassen op de moderne samenleving, alsnog te verdedigen vallen. Ik wil een paar klassen die Aristoteles ‘discrimineert’ even kort uitlichten, waarna ik er mijn eigen mening over geef, en welke ik daarna probeer te begrijpen vanuit Aristoteles standpunt.

Als eerste zijn dieren ondergeschikt aan de mensen. Dieren bestaan immers met het doel mensen te dienen als werktuig of voedsel, want de natuur maakt volgens Aristoteles niks zomaar en zonder purpose.

“Now if nature makes nothing incomplete, and nothing in vain, the inference must be that she has made all animals for the sake of man.”

Zelf ben ik het hier totaal niet mee eens, persoonlijk vind ik dat geen enkel wezen minder recht heeft op een (goed) leven en dat de mens niet superieur is aan andere dieren. Ik denk dat de mens, omdat zij rede heeft, juist de keuze heeft om dieren niet te hoeven gebruiken of eten, zoals een leeuw die een antilope eet dat niet heeft. Ik denk dat een ecosysteem inderdaad is opgebouwd uit verschillende ‘klassen’, maar ik denk niet dat de mens gerechtvaardigd is om zichzelf bovenaan te plaatsen. Behalve dieren zijn ook vrouwen, kinderen en slaven de dupe.

“The freeman rules over the slave after another manner from that in which the male rules over the female, or the man over the child; although the parts of the soul are present in all of them, they are present in different degrees.”

Hierin zegt Aristoteles dat de man over de vrouw heerst, de man over het kind heerst en de vrije man over de slaaf heerst. Klinkt allemaal best wel heftig als je dat naar deze tijd vertaald. ‘Gelijkheid’ is ver te bekennen. Maar volgens Aristoteles is deze onderverdelig in klassen, deze hierarchie is waarde nodig, namelijk om een hoger doel te dienen, en dat doel heeft te maken met het streven naar geluk. Als de staat goed functioneert en gelukkig is, zal het individu dat ook doen. Om dit te bereiken moeten bepaalde deugden nageleefd worden. De ondervedeling in klassen zit in de menselijke natuur volgens Aristoteles omdat zo iedereen in staat gesteld wordt om de deugden zo goed mogelijk na te streven. Dit zal ervoor zorgen dat de staat goed werkt en het uiteindelijke doel van geluk bereikt kan worden.

Ja, racisme is dus toegestaan volgens Aristoteles om het hoogste goed geluk voor de staat en het individu na te kunnen streven. Zelf denk ik dat dit, zelfs als je het binnen de context plaatst waar slaven en vrouwen nou eenmaal ondergeschikt waren, geen enkel argument is om racisme toe te staan. Ik denk niet dat deze klassen in de menselijke natuur zitten, want ik denk dat deze onderdrukte klassen juist gedoemd zijn tot ongelukkigheid omdat zij vastzitten onder hun overheersers. Ik denk dat Aristoteles’ argumenten vanuit een voorrangspositie geformuleerd zijn en dat zij niet per se een helder beeld geven van wat geluk inhoudt voor alle individuen.