Het Kadaverfront

Natasha Gerson
Mar 9, 2018 · 5 min read

uitleg

Nee, ik doe niet aan ageisme. Wanneer ik het het over het kadaverfront heb, is dat dus nadrukkelijk niet omdat ze oud zijn, niet omdat een aanzienlijk deel zich laat omschrijven als uit het linkse maatschappelijke veld onverwijderbaar gebleven grijze zwerfkeien, die de tot ploegscharen omgesmolten zwaarden laten kromslaan en in de wielen rijden. Er zitten ook jonge kadavertjes bij. Kadaverfront is een verwijzing naar de kadaverdiscipline die ze, horende blind en ziende doof met hun ongebluste machtswellust als een soort levenselixer voorstuwt.

Alom aanwezig bemoeiend, kapittelend, framend en tot zwijgen dwingend. Enkelen van hen vormen stationair een soort isolerend hunebed, voor de cold safe space, een zuurstofloos voortijdig overdekt graf van de meest onpruimbare social justice warriors, een klam, bedompt nest om vanuit te (©Nadia Ezzaroili) crybullyen en zweltrollen.

Het Kadaverfront, de grotendeels geatrofieerde resten van wat de vermoorde roker vroeger ‘het naoorlogs verzet’ placht te noemen, heeft praktisch alles dat met anti-racisme van doen heeft ofwel in zijn geheel geannexeerd en in handen, danwel heeft er (toxische) invloed op en kenmerkt zich verder door een groot gebrek aan interesse voor diegenen die het zegt te steunen, en een zo mogelijk nog grotere desinteresse voor het land waarin het woont -dat in realiteit iets heel anders is dat het parallelle universum in de Kadaverhoofden- en voor de ontwikkelingen en de voortschrijdende inzichten die zich voordoen.

Wie met goede moed een comité, vereniging of politieke partij links van het midden begint met het oprechte doel om verbindend en kloofoplossend bezig te gaan, moet zeer op zijn qui-vive zijn dat er niet geheel per ongeluk een of meerdere, vaak onschuldige uitziende leden van het Kadaverfront worden binnengehaald. Want binnen de kortste keren zal je initiatief niet meer zijn dan een vehikel voor het Kadaverfront om haar curieuze prioriteitenschema aan op te dringen en van binnenuit kapot te manipuleren. Een doorgaans wasbleek lid van het Kadaverfront toelaten is zoiets als opslag verlenen voor een roestig vat zoutzuur, dat alles onder zal lekken en uitbijten, precies als hun topstukken dat stelselmatig gedaan hebben met werkelijk elke waardevolle of zelfs alleen maar weerloze club waar ze zich door de jaren binnen hebben geëlleboogd.

Het kan zo maar gebeuren, zelfs uit een soort medelijden, maar het boemerangeffect zal zo’n beetje zijn als op van die vrouwen die menen recidiverende psychopaten menen te kunnen ‘redden’ — het Kadaver zal vaker dan de voormalig dwangverpleegde slechts scherven en trauma als dank achterlaten.

Racismebestrijding in Kadavermodus werkt aldus:

Vaak en veel aan de Tweede Wereldoorlog en ook de holocaust refereren, maar dan zelden of alleen in opsomming in relatie tot de daadwerkelijke slachtoffers daarvan, maar als vergelijking met het heden, waarbij echte of vermeende marginalisering vergelijkbaar is met pogrom en gaskamer. Tegelijkertijd de nazaten van de werkelijke slachtoffers zodra die er aan refereren verwijten dat zij de Tweede Wereldoorlog uitbraden ten bate van echte of vermeende doelen. Vervolgens is die antiracismestrijd hier ten lande, die bijna geheel de strijd tegen islamofobie betreft en waarin elke islamkritiek racisme is, zelfs als die komt van vrouwen met hoofddoeken, geheel en totaal ondergeschikt aan de anti-zionistische campagne, dat het vliedend middelpunt van elk activistenleven dient te zijn en waarbij kritiek op het zionisme nooit racistisch kán zijn. Antisemitisme is als kaalkopjes een hakenkruis op een zerk kladderen en verder is het allemaal onzin en hasbaristische agit-prop, in hun waard-en-gastenvisie.

Het Kadaverfront beheerst het klappen van deze zweep tot in de puntjes en wel zo dat zij ervoor gezorgd hebben dat de anti-racismestrijd alleen zo gevoerd kan worden, op straffe van door hen kalltgesteld te worden. Overal waar iemand, soms geheel per ongeluk een uitspraak doet of zelfs niet eens ongeciviliseerde maar gewoon door hun onwenselijk verklaarde termen gebruikt, rijst er, als een kruising tussen Monty Python’s white rabbit (maar dan oorloos) en Family Guy’s Evil Monkey kapittelend en framend een Kadaver op. En erger, overal waar voor het voortbestaan van het Kadaverfront onwenselijke depolarisatie plaats dreigt te vinden, zoals waar op een door hen geannexeerd platform linkse en rechtse exponenten elkaar ergens tegemoet zouden kunnen gaan treden of begrip te voor elkaar ontwikkelen, of zelfs maar ergens gezamelijk om kunnen lachen, wordt met meesterhand het intrigantenfloret en het censuurmes gehanteerd, hakkend en sculpterend totdat het gebodene onherkenbaar gemutileerd is tot iets geheel anders.

Leden van het Kadaverfront hoeven nooit te luisteren, want ze weten alles al, ze hoeven nooit na te denken over wat een ander zegt, want ze weten het beter. “Het persoonlijke is politiek” is de leden van het Kadaverfront op de lippen bestorven — te pas en te onpas wordt het ingezet om van ándermans persoonlijks , hún politiek te punniken, en wee het gebeente van een van hun hulpobjecten als die zich niet laat koeioneren of die meer inspraak zou willen dan als slachtoffer ge-etaleerde marionet. En als je schor raakt en even stokt om naar adem te happen van het tegen hun ivoren toren op roepen, dan echo’en ze triomfantelijk dat je het debat uit de weg gaat en blijkbaar geen argumenten hebt, die hebben ze niet gehoord, zo oorverdovend zaten ze op hun eigen trommel te slaan.

Het rechtse spectrum kent ook enige eigen Kadaverfrontleden, die uit eigen belang liever geen positieve ontwikkelingen in de cohesie zien, of gewoon ook stapelgek zijn, maar die worden terecht altijd al zelfs in eigen gelederen met argwaan bezien. Het erge van het oudlinkse Kadaverfront is dat zij er keer op keer weer in slaagt om zich voor te doen als onschuldig en welwillend en intelligent, en soms zelfs een beetje zielig terwijl ze in werkelijkheid oliekoekiedom is en nooit afwijkt van het denkpad van de onder-mediocere dat nog voor snuggerheid kan worden aangezien, namelijk malicieuze sluwheid.

Zelfs mensen die inmiddels beter weten hebben nog altijd de neiging om er weer in te tuinen, of te menen dat omdat er geen ontsnappen aan is, individuele leden van het Kadaverfront voor rede vatbaar zouden zijn. Dat is niet het geval. Voor je met je ogen knippert draaien ze je weer een loer over de rug van iemand anders. Het is namelijk het enige dat ze écht goed kunnen: Mensen om de tuin leiden en hun distels zaaien als madeliefjes.