Rakketak

(B4)

Een man staat achter de interruptiemicrofoon. Hij heeft een enorme neus. Met zijn rechterhand omklemt hij het lange uiteinde van de microfoon. Zijn andere hand zwaait bestraffend met zijn wijsvinger en maakt vervolgens heftige gebaren om zijn woorden kracht bij te zetten. Daarna priemt zijn wijsvinger uiteindelijk naar de tegenstander.

Tegenover hem leunt een hoogblonde man op het spreekgestoelte. Hij kijkt de andere man niet aan. Hij kijkt omlaag, naar zijn tekst, daarna links en rechts de zaal in. Hij lijkt zich rustig te verdedigen: de linkerhand verdwijnt in zijn broekzak. Terwijl hij praat, beweegt zijn vlakke hand zich opeens –rakketak- op en neer. Dan kijkt hij wel recht in de ogen van de spreker die hem onderbrak. Zijn stem verheft en hij slaat twee keer op de tafel.

Daar is de andere man weer. Nu beklemt hij met zijn linkerhand het uiteinde van de microfoon. Zijn rechterhand zwaait nu fel heen en weer. Weer dat vingertje, gevolgd door een gebalde vuist die hij op en neer beweegt. Maar verder lijkt hij een en al beheerst. Zodra hij is uitgesproken, draait hij zich meteen om en loopt weg. De andere man kijkt hem na, weer leunend op het katheder.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.