Op een democratische school organiseren kinderen zelf hun paasontbijt.

Het was een gezellig gezicht. Verspreid aan tafels in de school zag je kinderen van verschillende leeftijden aan vrolijk gedekte tafels zitten. Het zag er goed geregeld uit -en dat was het ook-, maar daar was heel wat voorbereiding aan vooraf gegaan.

Moud (12) en Aaf (11) wilden een paasontbijt. Een paasontbijt voor de hele school. Hun eerste budgetaanvraag werd in de schoolvergadering afgekeurd; te hoog. “Neem nog eens kritisch de begroting door”, kregen ze mee. Daarop maakten ze een gedetailleerde boodschappenlijst. De prijzen zochten ze op internet op en ze vergeleken verschillende supermarkten. Ze moesten keuzes maken; verse aardbeien waren te duur, maar een paasei mocht niet ontbreken.

Ouders en kinderen bleken verrassend gul te geven.

Ze kwamen op het idee kinderen en ouders een vrijwillige bijdrage te vragen. Die bleken verassend gul. Hun nieuwe budgetaanvraag kwam hierdoor beduidend lager uit en werd wél goedgekeurd. Met een begeleider regelden ze de kas.

Geen paasontbijt zonder geverfde eieren

Op dinsdag kookten ze 200 eieren. De grootste uitdaging bleek erna te komen. Moud en Aaf hadden allang bedacht dat het veel te ingewikkeld was om 176 kinderen zijn of haar eigen ei te laten verven en natuurlijk dát ene geverfde ei op de goede plek van één van 21 tafels terecht te laten komen.

200 eieren koken

Ze maakten een groepje kinderen, die graag wilde verven, verantwoordelijk voor het verven van alle eieren. Woensdagmiddag zouden de organisatoren dan de tafels dekken en de eieren verdelen.

Sommige kinderen waren het niet met dit plan eens. Ze wilden hun eigen ei verven én zelf opeten.

Dat werd gedoe. En gemopper.

En ga dan maar eens staan.

Dat was moeilijk.

Eerst blokkeerde Moud en was het lastig om te blijven staan in haar rol van organisator.

Maar ze herpakte zich flink. Zíj had het georganiseerd en bedacht, zíj had het overzicht en voorzag dat het al uitdaging genoeg zou zijn om 180 kinderen en begeleiders een plek aan tafel te geven, compleet met stoel, bestek, brood, beleg én een gekleurd ei.

Woensdag. Een moeder werd ingeschakeld om te rijden voor het halen van boodschappen. De rest van de middag zetten ze tafels klaar, regelden ze zitplekken, dekten de tafels met vrolijk kleed, bestek, bekers en potten met beleg. Ze moesten creatieve zitplekken bedenken want op een democratische school komt het zelden voor dat iedereen tegelijkertijd zit.

Donderdagochtend. Al vroeg in de ochtend stonden ze er weer. Moud en Aaf. Ze telden broden uit en verdeelden kaas en worst op schalen die op tafel neergezet werden.

De eerste verraste kreten klonken in de school. Kinderen druppelde binnen en zochten een plek op. Dit was leuk!

Overal in de school waren tafels gedekt. Ook in de studieruimte

Moud en Aaf namen hun verantwoordelijkheid tot in de laatste minuut serieus: liepen de tafels af om instructie te geven over hoe kinderen konden afruimen, deelden vuilniszakken uit en ruimden de vaatwasmachine in. Van het versbeleg wat over is verzonnen ze een lunchbar voor tussen de middag.

De potten met beleg waren nog een tijdje houdbaar.

Mooi, die kunnen ze goed gebruiken voor het schoolkamp dat ze aan het organiseren zijn.

Hun volgende project.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.