Lesje organisatiekunde

Op de Vallei organiseren kinderen hun uitstapjes zelf. Ik krijg een lesje organisatiekunde op hoog niveau te zien.

Saar (12), Jolein (9) en Yentl (8) vatten begin december het plan op om naar het Open luchtmuseum te gaan. Met een draaiboek en een boel motivatie gaan ze aan de slag. Met elkaar bepalen ze de leeftijdsgrens, het maximum aantal kinderen en het minimum aantal begeleiders. Ze hangen een inschrijflijst op; 8+, 30 kinderen en minimaal 1 begeleider met Pabo. In de eerste schoolweek van 2016 is het vast lekker rustig. Ze denken na over vervoer en ontdekken de voordelige mogelijkheid van de Kunstbus. De Kunstbus kost €15 voor 35 personen. Saar dient een motie in bij de schoolkring voor €15 van het schoolkringbudget voor de vervoerskosten. De motie wordt goedgekeurd waarna ze een aankondiging in de ouderbrief laten zetten.

De kerstvakantie volgt. Op de eerste schooldag na de vakantie zit de klad erin. Gaat het nog wel door? De onduidelijkheid duurt twee dagen, maar dan, één dag voor het uitje pakt Saar door. Moud, (12 en organisator uitstapje Toverland en schoolkamp 2015) voegt zich geruisloos bij de organisatie.

Vier kinderen puzzelen, overleggen, bellen, tellen en bestellen. Ze lezen de voorwaarden van de Kunstbus nauwkeurig door en kopen het ticket met het toegewezen budget uit de schoolkring. Ze lezen dat het ticket alleen geldig is als je als één groep reist. Ze bellen met Breng om te reserveren, controleren nog eenmaal de inschrijflijst, proberen het vraagstuk van de doorgestreepte namen op te lossen en concluderen tot slot dat niet iedereen zijn museumkaarten heeft ingeleverd.

De organisators verzamelen de groep die zich heeft ingetekend in de studieruimte en sommen op: “weet je zeker dat je mee wilt?” Heb je nog een museumkaart thuis liggen?” Er worden namen gewisseld, museumregels doorgenomen en tijdstippen meegedeeld. De lijst is definitief. Ze mailen de betreffende ouders en klappen de laptop dicht. Morgen gaan ze op stap.

Donderdag 7 januari.

De groep meldt zich in de studieruimte, compleet en stipt op tijd. De organisators hebben een lijst gemaakt van alle kinderen met bijbehorende noodnummers. Na een laatste check (“heeft iedereen zijn opruimklus overgedragen? en “schrijf je uit bij de uitschrijflijst”) lopen we naar de bushalte. In de bus waarschuwen kinderen elkaar dat busstation Arnhem een gevaarlijke overstapplek is. Het is duidelijk dat ze vaker zelfstandig hebben gereisd.


Eenmaal aangekomen vraagt het museum om de organisator. Moud stapt naar voren met de stapel museumkaarten in haar hand.

“Nee, een begeleider”.

“Dat ben ik”, zegt Moud

Maar nee, het moest tóch écht een 18+ volwassen begeleider zijn. En terwijl een groot mens noodgedwongen binnen het verhaal doet, blijkt Moud het prima geregeld te hebben; het aantal 8+ kaarten klopt precies. De gele stickers met zwarte letters: ‘Begeleiders’ zijn mooi voor Saar en Moud!

In het museum zwermen de kinderen uit. Sommige in groepjes, anderen willen ervaren hoe het is om alleen door het park te lopen en weer anderen gaan schaatsen. Niks geen vaste groepsindeling of gemekker over groepjes. Net als op school vinden ze hun weg naar een activiteit die ze leuk vinden en ontmoeten daar mede-geinteresseerden. Volkomen organisch.

Verzamelplek

Om 14.40 druppelen de eerste kinderen binnen bij de verzamelplek. Ze wachten rustig af, zitten op de grond of kopen nog even wat lekkers in het winkeltje. Met de leerlingenlijst in haar hand roept Moud de namen van de kinderen op. Afgezien van één, die nog even snel een zuurstok aan de andere kant van het park wilde halen, is de groep compleet. We hoeven pas over een kwartier te vertrekken, maar Saar heeft deze tijd bewust ingebouwd om indien nodig nog een verdwaald kind ergens vandaan te plukken. Ik was er zelf niet op gekomen.

Mooi op tijd komen we weer aan op school.

“Volgende week weer?” hoor ik ze elkaar vragen.

“Volgende week weer!”

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.