De moslimtest

De tweede dag

De Rotskoepel op het al-Aqsa terrein

Terwijl ik in Ramallah op zoek was naar een taxi om me naar Jeruzalem te brengen, stuitte ik op een busstation. Het was een parkeerplaats vol met touringcars en taxibusjes (‘servies’). Het was voor mij onduidelijk welk busje waar naartoe zou gaan. Een taxichauffeur sprak me aan en riep er een collega bij die Engels sprak. Er ontstond een heftige discussie tussen de man en de taxichauffeur over of ik met de taxi moest gaan of met de bus. In luttele seconden stonden zeven mannen tegen elkaar te schreeuwen. Het punt was dat ik met een taxi bij ieder checkpoint eindeloos zou moeten wachten of over zou moeten stappen naar een andere taxi. De taxichauffeur wilde de rit niet mislopen, maar de Engelssprekende man vond een bus voor mij beter. Hij hakte de knoop door en nam me mee naar de een taxibusje dat naar Jeruzalem zou rijden.

Bij het Qalandia-checkpoint moesten we toch overstappen naar een touringcar. Op de terugweg van Jeruzalem naar Ramallah had ik gelijk de touringcar en hoefde ik niet over te stappen bij Qalandia. Het busstation in Jeruzalem lag een paar honderd meter van de Damascus Gate, een ingang naar de souq. Ik liep langs Via Dolorosa. Via Dolorosa, waar kende ik die naam ook alweer van? Op de terugweg liep ik er weer langs. Er was een groep mensen dat een heel groot houten kruis droeg. Toen wist ik het weer.

Ik liep door tot ik niet verder kon. Letterlijk. Een Israëlische soldaat schreeuwde me iets toe. Ik moest onmiddellijk op de plek gaan staan waar zijn vinger op wees. Wat ik van plan was? Ik begreep dat ik niet verder mocht. Ik zei dat ik op zoek was naar de al-Aqsa moskee. ‘Muslim?’, snauwde de soldaat. Ik antwoordde bevestigend. Hij vroeg het voor de zekerheid nog een keer. En hij moest ook mijn paspoort zien. Als ik moslim was, dan kon ik naar boven lopen en rechts aanhouden. Dat deed ik en ik kwam aan bij de Bab al-Maghreb. Daar stond weer politie. Ik moest mijn paspoort laten zien en mijn naam zeggen. Of ik moslim was? Ik moest wachten. Er werd een man in burger bijgehaald. Hij vroeg weer mijn paspoort en ik moest weer mijn naam zeggen. Of ik moslim was. En of ik dan graag even ‘audhu birabbi annaas’ wilde zeggen. Dat deed ik en toen mocht ik doorlopen. Ik was geslaagd voor de moslimtest.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.