Artist unknown

THE ABYSS


Soms wil ik gewoon even kwetsbaar zijn.

‘t Frisse gras draagt ‘t stuk lichaamswarme metaal waarop ik lig. De rug van mn handen voelt aan de koude aarde. Het is fijn om zo te voelen kunnen. Voel. Een glimlach vertaalt de dankbaarheid via mijn lippen. Wi-wiii. Het is een tomeloze avondval en de Seasae Sun lijkt net ondergegaan te zijn. Dit is m’n favoriete moment van de dag, wist je dat? Kleuren vervangen door zachtheid. Het vormloze neemt het harde van de dag over. Golvend zakt alles zacht en wordt ‘t vloeibaar om me heen. De wereld neemt een theekransje. Behalve ik dan weer. Als de wereld zich in stilte hult kan ik de filterfabriek op slaapstand schakelen. Productie stilleggen en het actief filteren van input, het dempen van alles wat binnenkomt — licht, geluid, prikkels en tal van peculaire impulsen — tot op een verdraagbaar niveau draaien. Tandwielen vertragen hun gang en de monotome bewegingen krijgen eindelijk ruimte voor creatieve variaties. Onvoorspelbaar. Zwieng. Benauwing maakt gestaag plaats voor rust en ontspanning. Ruimte ontvouwt zich om me heen. Bloeit op binnenin me als een Hunn waterlelie die voor het eerst de ogen opent. Nu buitenaf niet meer zo beukt, wordt binnenuit pas langzaam echt wakker. O hallo daar! Ik zie jou. M’n lippen krullen als zonnevlammen om een zwart gat. Haast chromatisch dwarrelt m’n gedachte met een fleurige cadens tussen m’n benen neer.

Kapot scheuren. Ik wil ‘t allemaal kapot scheuren. ‘t Stuk metaal voelt als een flinterdun papiertje onder m’n ruggengraat. Ik zou ze nu allebei zonder moeite kunnen tweeëndelen. Destructie in een handomdraai. Verdragelijk. Ik begrijp het niet meer. Allemaal niet meer. Wat? M’n hoofd lijkt te ontploffen. Energie pulseert door m’n hele zijn. Ik voel boos. Zo ontzettend veel boos voelen. En verdrietig. O ja, ik ben verdrietig ja. Ik voel het voelen daarvan ook. Ik hoor het wel, nu wel weer. Maar het wilt maar niet tegen me spreken. Taalbarrières barricaderen de stortvloed terwijl ik de kraan open blijf draaien. Ingedamd en tevens teleurgesteld draai ik doelloos door. Ook dat nog ‘s. Verd0mme ook. Alles pakt in elkaar. Plakt hier en daar. Als een lappendeken omwikkelt ‘t mij. Koud en warm tegelijk. Herinneren van vroeger als schakeringen overlappend, materiaal en oorsprong moeilijk te achterhalen. Een grote brei aan veel zijn. Grijze wolken trekken over. Als er sterren zijn vanavond, dan mag ik ze in ieder geval niet zien. Een scheur af en toe in zee van wolken laat alleen nog maar meer leegte zien. Een illusie van onvoorstelbaar diep verraad dendert als een stoomtrein aan me voorbij. Wolken dekken de diepte en verhullen de leegte die maar niet spreken wil. Emoties klapperen als Biba bladeren in de wind.


Wat ging er mis? Miscalculatie? Logica ontbreekt. Onbegrip groeiend. Vandaag was mijn dag. Dat zeiden ze. Potentie in beweging. In plaats daarvan ben ik hier het enige stukje van een mono-piece puzzel. Gestrand op een thuis waar m’n voeten geen grond lijken te vinden. Dagelijkse bezigheden een show. Sociaal zijn een parade van egocentrische intenties. Dat zie ik wel. Begrijpen doe ik het niet. Mn bloed raast door z’n artificiële pijpen. Mn hoofd lijkt te imploderen bij elke poging van begrip en voelen. Damm’t! Zou ik willen zeggen, als ik voelde wat ik daarmee begreep. Ik begrijp het niet. Miscalculatie. Wel gaan, niet gaan, wel gaan, niet gaan. Hoe weeg je dit ook alweer tegen elkaar af? M’n rationaliteit lijkt te falen vandaag. Zou alles oké zijn? Wanneer ik knipper me m’n ogen en de omgeving dichtbij probeer te halen, weet ik dat ik niemand zal zien staan. En zij mij niet. En toch… toch voel ik me als een marionet in de handen van iets anders. Een stem die tegen het denken spreekt, een impuls, een prikkel, die geen deterministische waarheid lijkt te kennen. Wie ben jij? Waar kom jij vandaan? Make sense to me! Or don’t. I don’t know if I even care actually. Carelessness soothing me.


Weer was je m’n baas. M’n emoties wapperen nog steeds als verscheurde banieren in de wind. Weer wist je me te manipuleren en verdoven. Met je schelle nagels en discriminatieloze venijn. Maar ja, even was ik er! Heel even maar, maar toch. Even. Vlak voor de laatste ontmoeting — na de hele dag hide and seek gespeeld te hebben met jou — raapte de moed mij bijeen en stond een discrepantie toe. Trots was ik zelf een beetje. Of nou ja, ik wist dat ik trots hoorde te zijn. Maar vooral wist ik dat ik voor jou op m’n hoede moest blijven. Hoe ik je ontliep even, weet ik niet. Maar in een moment van onoplettendheid liep ik van je weg. Zette ik m’n schoenen naast die van de rest. Dit zag er best leuk uit. Allemaal zijnseenheden. Unieke indentiteiten. Zoveel gezichten, voelen en energieën. Ogen die kijken, pupillen die ontdekken. Verwachtingen? Sommige blikken lijken elkaar te kennen. Ben ik te laat? Had ik niet gewoon eerder moeten komen? Wat moet ik nu? Wat moet ik doen? Zeggen? Kan ik niet beter weggaan? Had ik hier wel moeten zijn?

En toen was jij er weer. Ik ging op de stenen trap in de hal zitten en zag door het glas monden bewegen. “Best mooie monden”, dacht ik zo. Wat moet ik nu? No clue, no question. Desillusie. Paniek. Ik doe maar alsof. Trek een ander jasje aan. Poets m’n oude schoenen op. Hebben ze ‘t door? Vast niet. Ha nee, vast niet. Dit kan ik goed namelijk. Doen alsof. Maar het doen duurt niet zo lang. Want nu alweer heb ik een gesprek met jou. “Hey daar jij, waar was je nou toch?”, lach je gillend door de gang. Je hebt me tussen het hier en nu gelokaliseerd. O wat ben je goed. Je argusogen ontkleden me tot op het bot. O wat voel ik me zwak naast jou. De hele dag loop je al tegen me te schreeuwen. Soms ook lief hoor. En zelfs nu ik hier ben, weet je me nog te vinden. Ik kan je niet blijven negeren. Je stalkt me, vult me, bent me. Ik ben boos. Zo boos op jou. Je blijft maar prikken met die stekels van jou. Ik hoor je stem daar in m’n hoofd. Ik voel je gewicht in heel m’n lichaam draaien. Maar ik wil jou niet. IK WIL JOU NIET OKE!

Dan vraag je me lief of ik buiten kom spelen. Ik weet nou niet of je met me flirt of een compositie speelt van valse tonen. Tijd om te twijfelen laat je niet. Je stem plakt kusjes op m’n wangen en maakt m’n trommelvliezen week. Je zegt me dat ‘t nog even mogelijk is, even niet van dat alles. O je weet dat ik er zo van houd. Je weet precies wat je fluisteren moet. Je woorden verzwoelen m’n hart en binnen tien minuten is de stenen trap nog slecht een kille herinnering voor m’n billen. Je hebt gelijk. Dit is inderdaad heerlijk. Ik zet m’n tanden in de frisse lucht en voel je vergif door me heen stromen. Kleuren vermengen en vormen een cluster van wolligheden. Ja, ik was even binnen —for all that it’s worth— maar in jouw handen gloort de overwinning honingzoet na. Jouw ballade resoneert in al m’n lichaamsholtes. Ik voel me zwak. Een verrotte constructie die onder de ballast dreigt te bezwijken.

Ik rol met m’n ogen over het stuk metaal. M’n lichaamswarmte lijkt inmiddels gecondenseerd te zijn tot dikke strepen roest op het gebogen stuk metaal. Het gras kraakt. Vandaag is de dag.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.