#15 Ochtendstond

En toen trok ik mijn loopschoenen aan en begon te lopen. Zonder te weten waarnaartoe. De ochtendstond tegemoet.

Hoe verder ik zou lopen, hoe kleiner mijn zorgen zouden worden. Tot ze in de verte zouden krimpen tot een onzichtbaar stipje. Ik ging lopen naar de horizon, over het randje gluren en terugkeren.

Ik start aan mijn voordeur. In mijn hoofd doe ik kop of munt. Links of rechts. Rechts wint. Daarna vertrek ik. Zonder achterom te kijken.

Ik loop langs de Leie richting het oosten, dwars door hartje Gent. Daarna zet ik koers naar Sint-Niklaas waar ik op de grootste markt van ons landje even uitblaas en besluit door te lopen naar Antwerpen. Op de Meir slalom ik tussen madammen met te grote winkeltassen.

Niet veel later zie ik Turnhout liggen en nog wat later doemt langs de weg een blauw bordje op met gele sterren. In het midden staat er: ‘Nederland’. In mijn achterzak trilt mijn gsm, want dat is zo als je België buiten loopt.

De benen voelen goed en ik nader Eindhoven. Aan de kant juichen Nederlanders mij toe. In mijn zog nestelen enkele collega-lopers zich. Forrest Gump — gewijs vormen we een colonne.

Mijn tijd in Nederland is kort want voor ik het weet sta ik in het Duitse Duisburg. De Rijn en de Ruhr stromen er samen en zo ook mijn gevolg want ook enkele Duitsers besluiten mij te vergezellen.

Over Essen gaat het vervolgens naar Dortmund. Dat ken ik alleen van de voetbalclub en hun Gelbe Wand: de gele muur van supporters bij hun thuiswedstrijden. Een plaatselijke inwoner uit Dortmund (een Dortmund’er?) die net aan het joggen is, deelt een wistjedatje. De helft van de stad bestaat uit water, platteland en boslandschap.

De man blijkt op weg te zijn naar zijn familie in Hannover voor een jaarlijkse barbecue. Hij besluit mij tot daar te gidsen. Een Nederlander uit Eindhoven dringt er op aan om ook Berlijn te bezoeken. Dus dat doen we dan maar.

De Duitse hoofdstad bevalt mij enorm. Ze voorspellen er echter heel binnenkort regen dus na kort overleg steken we door naar Poznan in Polen. Een stad gekleurd als regenbogen verwelkomt ons. Wie Polen zegt, zegt uiteraard Warschau. Hoofdstad nummer twee op ons ochtendloopje.

Marcin, een Pool die op zijn vrije dag besloot zijn loopschoenen aan te doen, loopt met ons door de stad. Vervolgens ontstaat er even verwarring wanneer we koers zetten naar Brest. Een Nederlander die denkt dat we naar Brest in het Noorden van Frankrijk lopen, neemt een verkeerde afslag.

Brest ligt echter in Wit-Rusland. Wit-Rusland ligt dan weer net onder de Baltische staten. Die doen mij altijd een beetje aan het Eurovisiesongfestival denken. Al neuriënd komt Minsk daarna op ons looppad.

Een Duitser grapt dat we net Bingo voor hoofdsteden aan het spelen zijn want Minsk is al de derde. De volgende hoofdstad dient zich snel aan: Moskou. Da’s vier op een rij.

Met onze enclave van Nederlanders, Duitsers, Polen en Wit-Russen steken we het Rode Plein over. Alsof je over de markt van Sint-Niklaas loopt maar dan toch weer een beetje anders.

De korte opwelling van heimwee wordt verdrongen door nieuwsgierigheid want een richtingaanwijzer naar Kazan prikkelt ons allen. Aangekomen in Kazan lopen we langs de oevers van de Wolga. Een rivier met een naam die klinkt als een personage in The Flinstones.

Onze volgende stad heeft zowaar een nog meer idyllische naam: Yekaterinburg, gelegen in de Oeral. Een reusachtig gebergte. En een dito kuitenbijtertje om over te lopen.

Gelukkig wacht daarna een volgende hoofdstad: Astana in Kazachstan. Ze blijken er meer te houden van fietsen. Toch vinden we 1 Kazach die bereid is ons richting Mongolië te gidsen.

Meer bepaald naar Ulaanbaatar. Wat zoveel betekent als: ‘Rode Held’. Met een gemiddelde jaartemperatuur van -1.3° is het er eerder aan de koude kant. Gelukkig zijn we ondertussen met een elftal van lopers en kunnen we mekaar uit de wind zetten. Twee Mongolen besluiten de kop te nemen, voor hen voelt dit als een warm voorjaarsbriesje.

In Peking, onze 7de hoofdstad, blijkt het gelukkig een pak warmer. Maar echter ook frustrerend druk. Om de muren van op te lopen.

We beslissen dat dan ook maar te doen. Na de Chinese Muur volgt Noord-Korea. We kennen een kort oponthoud aan de grens maar mogen dan toch onze weg vervolgen richting Pyongyang.

Hoe het daar was, mag ik niet vertellen (belofte aan de grens).

Plots een berichtje op mijn gsm. Mijn vrouw vraagt of ik op tijd ben voor het middageten. Moet wel lukken antwoord ik net voor we de boot opstappen.

Na een korte boottocht komen we aan in Vancouver. Het was er heerlijk. Een grootstad omgeven door de natuur. Vooral de Noord-Koreaan die aansloot net voor we de boot opstapten, keek zijn ogen uit.

Canada tout court was heerlijk. We zagen er beren, meren en bergen. De één nog indrukwekkender dan de andere. Voor we het wisten, waren we in Quebec. Opnieuw de boot op.

Maar niet voor lang want al snel landen we in Brest. Daar wacht een Nederlander ons op.

Frankrijk dus. Dat betekent: Parijs, hoofdstad nummer acht, waar een enthousiaste Fransman zich aansluit. Onder de Eifeltoren beginnen we te sprinten richting Rijsel. Rond Kortrijk krijgt de Fransman krampen. Gelukkig herpakt hij zich.

En dan sta ik opnieuw voor mijn deur. De ochtendstond was opgelost en in de verte galmt de kerktoren twaalf maal.

Voldaan, zo voelde ik me. Alsof ik de hele wereld had doorkruist met één looptochtje.


Volgend woord: weet ik nog niet :)

Wie wil, kan de teksten over de andere woorden hier lezen.

In een nieuwsbrief bundel ik ook af en toe mijn stukjes. Benieuwd? Hier kan je op de hoogte blijven: Pieterjan zijn woorden.