#16 Moment

Na vier maanden zijn we 16 woorden ver. Hoe heb ik het gedaan tot nu?

Om met de deur in huis te vallen: sommige van mijn stukjes waren bagger. Ze schrijven was ploeteren en ze zelf nalezen nog veel meer. De puzzel paste niet. Maar gelukkig vielen de meeste wél in de smaak.

Hoe kwam ik tot deze conclusie? Hoe ging ik te werk? En wat heeft het woord #16 Moment daar mee te maken?

Medium, het platform waarop ik alles publiceer, is daarbij een hulp. Ze tonen de views (hoeveel begonnen er te lezen) en reads (hoeveel lazen er tot het einde). Dat vertaalt zich in een read ratio (% van wie begon te lezen dat ook tot het einde deed).

Statistiekjes dus.

Ondergetekende vond statistiek zo leuk vroeger dat hij viermaal zijn examen statistiek aflegde. En dat grotendeels dankzij een woord waarvan mijn oren tot op vandaag beginnen te bloeden als ze het horen: giscorrectie. Een marteltuig nog erger dan duimklemmen. Geen wonder dat ze dat afgeschaft hebben. Alleen kwam die redding te laat voor mij.

Om te oordelen of een stukje leuk was om te lezen, baseer ik mij nooit op het aantal views. Zo werden mijn stukjes #14 Nostalgie en #13 IJs het meest bekeken doordat het ene in een Facebookgroep enthousiast werd gedeeld en het andere op LinkedIn een eigen leven ging leiden.

Qua read ratio scoorden ze 68% en 63%. Da’s niet slecht, maar ook niet top.

Het zit eigenlijk zo: views worden gedreven door algoritmes van sociale media, reads door de kwaliteit van mijn stukjes.

Wat interessanter is, zijn natuurlijk de stukjes die het meest gelezen werden:

  1. #9 Zonnebloem (88%)
  2. #10 Wanderlust (83%)
  3. #5 Dialectkennis (82%)
  4. #7 Cadans (81%)
  5. #3 Laminaat (80%)

In aantal views halen ze trouwens nog niet de helft van de twee meest bekeken stukjes.

Met uitzondering van #5 Dialectkennis beschrijven ze een dagdagelijks tafereel uit mijn leven. In de auto, in het zwembad, aan de tafel of in de winkel. Heel herkenbare situaties aangelengd met een scheutje fictie.

De teksten zijn allemaal geschreven vanuit persoonlijke observaties. Iets wat ik zag, rook, voelde, hoorde,… Kortom: momenten die mij bijbleven.

Die observaties noteerde ik in losse woorden in een kladversie. Ging ik op weekend naar de Ardennen en viel mij op dat ik alleen maar oude mensen in de dorpjes zag, dan noteerde ik dit. Na zo’n 10 à 15 momenten heb ik voldoende en begin ik ze aan mekaar te lijmen.

De woorden aan mekaar lijmen is natuurlijk cruciaal. Ik moet in de juiste flow geraken. Meestal is dat ‘s avonds bij mij. Na 20u switcht mijn brein naar een iets creatievere modus. Mankeer ik zo’n momentum dan is schrijven eigenlijk niet leuk. Dan wordt het ploeteren.

Daar zit ’m vaak het verschil tussen een goed en een slecht stukje: het momentum.

Wat altijd werkt in een tekst, is humor. Een klassieker maar aartsmoeilijk. Humor is als het zout op de frietjes maar teveel zout doet ze smaken naar patatstokjes gekookt in zeewater. Smakelijk.

Om te schrijven heb ik ook rust nodig. Een 2-jarig peuter die met een kinderpiano aan de slag is of tegen mijn been staat te springen, helpt niet echt. Als je het zo bekijkt is Lena tezelfdertijd inspiratie en afleiding. Maar vooral dat eerste uiteraard.

Daarna herlees ik mijn gelijmd stukje, slaap ik er een nachtje over en herlees ik opnieuw. Ondertussen doe ik misschien wel het belangrijkste: ik schrap. Ook een cliché maar opnieuw eentje die klopt: schrijven is schrappen.

De kunst is met minder woorden méér te zeggen. Dat is zo moeilijk. Maar ik denk dat het de basis is om je lezer tot het einde mee te nemen. Hoe meer omleidingen in je tekst, hoe meer kans dat de lezer er in verdwaalt.

Is iedereen nog mee?

Een goed stukje herken je ook aan een goede punch line op het einde. Een uitsmijter die doet lachen of denken. Maar bovenal: die blijft hangen. Hoe je afsluit is cruciaal. Een goed stukje zonder punch line is als een 100m sprinter die de laatste 20 meter stilvalt en als derde finisht. Een gemiste kans.

Na enkele stukjes te schrijven besloot ik daarna om ook telkens een foto toe te voegen. Nochtans zegt één woord meer dan duizend foto’s vind ik. Maar een foto kan een tekst ook breken en ademruimte geven. En een tekst zonder foto delen op sociale media oogt gewoon saai dus waarom niet.

Bij deze, neem maar eens diep adem:

Daarna lees ik nog een laatste keer na voordat ik het online zwier. Daarbij probeer ik te letten op schrijffouten. Dat kunnen er veel zijn in mijn geval.

Als ik schrijf, focus ik namelijk op het verhaal dat ik wil vertellen. Tegelijkertijd het hoofd breken over grammatica is een dooddoener voor creativiteit. Dus ja: dt-fouten komen naar boven als onkruid in een gazon. En soms wied ik ze niet allemaal.

Maar beste grammar-nazi’s: ik heb absoluut geen probleem dat iemand mij op een foutje wijst. Integendeel, ik reken er een beetje op. Dus laat jullie maar gaan :)

Als een stukje dan de wijde wereld in is, is het afwachten. Op dat moment ben ik eigenlijk al tevreden. De losse woorden en zinnen zijn geboetseerd tot een tekst en hebben orde en logica gekregen. ‘t Is altijd een mini-Eureka momentje.

Als ik dan toch een doel moet stellen, vind ik het fijn dat een tekst hoger dan 60% read ratio scoort. Dat zou betekenen dat 2 van 15 stukjes gebuisd zijn:

  1. #15 Ochtendstond (52%)
  2. #8 Vuur (53%)

En terecht. Persoonlijk vond ik deze 2 stukjes ook slecht.

Bij beide stukjes ontbrak het momentum. Ik kauwde op het stukje totdat de smaak weg was. Jammer maar kan gebeuren.

De grootste drempel bij schrijven is eigenlijk dat je iemand inkijk geeft in je gedachten. ‘t Is iets heel persoonlijk. Wie mij een woord gaf, krijgt een tekst over dat woord. De kans dat ik schrijf wat die persoon bij dat ene woord dacht, is statistisch gezien nihil*. Vaak zijn mensen dus verrast over het stukje over hun woord.

Kortom: een stukje is voor mij dus momenten aan mekaar lijmen en die laten samenvloeien tot één stroom van woorden. En op ‘t einde een goeie punch geven.

*Deze uitspraak door iemand die viermaal zijn examen statistiek aflegde, heeft een foutenmarge van 99.999999 %.


Wie wil, kan de teksten over de andere woorden hier lezen.

In een nieuwsbrief bundel ik ook af en toe mijn stukjes. Benieuwd? Hier kan je op de hoogte blijven: Pieterjan zijn woorden.