Hoe ik 150.000 volgers verzamelde (en er geen cent aan verdiende)

Ik hielp een Brits posterwinkeltje aan een verkoopsucces, zat in onderhandelingen waar tienduizenden dollars mee gemoeid waren en ontmoette bijna de Soup Nazi. Allemaal dankzij een Twitter-account.


Ik kwam op het idee op een donderdag in oktober 2009, achter mijn bureau bij de verzekeringsmaatschappij waar ik werkte. Elke dag een citaat uit comedyserie Seinfeld twitteren. Ik was al jarenlang groot fan van de serie, die een vrijwel onuitputtelijke bron is van grappige observaties, herkenbaar sentiment en gevatte opmerkingen over de lulligheden van het dagelijks leven. Daar kon ik wel wat mee.

Eerst zocht ik naar bestaande accounts die al zoiets deden. Er bleken er een paar te zijn, maar die stelden weinig voor. Ze waren na een enthousiast begin al snel stilgevallen, twitterden tussendoor ook over dingen die niets met Seinfeld te maken hadden of maakten fouten bij het citeren.

Eén account was wel al een tijdlang bezig en had zelfs al een paar duizend volgers. Bovendien had die kwibus de meest voor de hand liggende gebruikersnaam al gekaapt: @seinfeldquotes.

Maar, besloot ik, daar hoefde ik me niet door te laten tegenhouden. Mensen zouden mijn tweets waarderen om de regelmaat (elke dag, nooit zomaar een week stilvallen!), de precisie (geen fouten, niet even uit het hoofd een citaat optikken!) en de eenvoud (alleen citaten, geen andere dingen tussendoor, geen retweets en géén nutteloze hashtags!).

Ik registreerde de gebruikersnaam @seinlanguage, een woordgrap en de titel van een boekje dat Jerry Seinfeld eens uitgebracht had. ’s Avonds, thuis, photoshopte ik een scherpe punt aan de ovaalvormige gele achtergrond van het Seinfeld-logo, zodat het een spreekwolkje leek. Dat werd mijn avatar.

Als eerste tweet koos ik voor de allereerste zin die in de serie wordt uitgesproken, uit een scène waarin Jerry de knopen op het overhemd van George bekritiseert. Jerry: “See, now to me, that button is in the worst possible spot.”

De tweet ging naar één volger: ikzelf. Daarna wees ik een goede vriend op mijn nieuwe projectje en verdubbelde mijn publiek.

Nu was het zaak een gevolg op te bouwen zonder er al te veel werk aan te hebben. Ik vond een programmaatje om tweets in te plannen en zette voor een aantal weken citaten klaar. Ook volgde ik op gevoel een aantal mensen die, gezien hun tweets, liefhebbers waren van de show en wel zaten te wachten op een dagelijkse quote in hun tijdlijn.

Het werkte zoals ik hoopte: het account werd opgemerkt door een paar Seinfeldfans, die mijn tweets af en toe met hun eigen volgers deelden, waardoor er meer volgers bij kwamen, die het op hun beurt weer hielpen verspreiden. Zo groeide het aantal volgers steeds sneller. Na ongeveer een maand waren het er honderd, weer enkele maanden later had ik er duizend. In april 2011, anderhalf jaar na het begin, passeerde ik de grens van 10.000 volgers.

Soms plaatste ik handmatig een tweet en keek ik live hoe de volgers binnenstroomden. Daar kwamen ze: tik, tik, tik-tik, tik… tik. Als het een heel goede was, kreeg ik er binnen een paar minuten tientallen volgers bij.


Inmiddels had ik een paar dingen geleerd over wat de meeste retweets opleverde.

  1. Het populairst zijn het soort grappige tegeltjeswijsheden die op zichzelf werken, zonder dat je de show ervoor hoeft te hebben gezien. George: “When you look annoyed all the time, people think that you’re busy.”
  2. Wat ook heel goed werkt, is inspelen op het moment. De dag van de week, de tijd van het jaar of feestdagen. Voor op een zaterdagmiddag: Jerry: “Why do I always have the feeling everybody’s doing something better than me on Saturday afternoons?”
  3. De beste tijd om te publiceren is tussen vier uur ‘s middags en tien uur ‘s avonds. Dan zijn de Verenigde Staten en Canada wakker, en daar zit het merendeel van mijn publiek.
  4. Een video erbij zetten met een fragment waar het citaat in voorkomt, maakt de tweet niet populairder.
  5. Met afstand de populairste tweets zijn die op 23 december. In de serie heeft de vader van George een eigen feestdag ‘uitgevonden’ die op die datum gevierd wordt: Festivus. In 2013 werd mijn tweet daarover 1.800 keer geretweet. Afgelopen december haalde diezelfde quote zelfs bijna 2.100 retweets.

Een van de mijlpalen kwam toen een tweet op een zaterdag in 2011 op de homepagina van Twitter belandde. De site had toen onderin een soort carrousel waarmee een aantal populaire tweets werd uitgelicht. De mijne van die dag (George: “If Relationship George walks through this door, he will kill Independent George. A George, divided against itself, cannot stand!”) stond ertussen en dat leverde op één middag meer dan honderd nieuwe volgers op.

Zo groeide en groeide het, doorgaans zonder dat ik er veel naar omkeek. Ik zette de notificaties per mail op den duur uit, omdat het er te veel werden. Eens in de twee a drie weken plande ik een nieuw setje tweets in. Die haalde ik van internet; ik had inmiddels een handjevol betrouwbare sites gevonden waarvan ik wist dat de citaten precies klopten, én een site met de volledige scripts van alle afleveringen, om de juistheid te dubbelchecken. Op andere momenten schreef ik mee terwijl ik zelf een aflevering keek, of koos ik een tweet die perfect paste bij een grote nieuwsgebeurtenis.

Soms plaatste ik er een die ik al een keer had gedaan. Al had (en heb) ik de regel dat een citaat minimaal een half jaar niet gepost mag zijn voordat ik hem herhaal.

Ondertussen hield ik @seinfeldquotes, mijn nemesis in dit niche, goed in de gaten. Ik groeide harder, maar had nog altijd een flinke achterstand.

Tot dat account zomaar weg was. Geblokkeerd, om het vermeende versturen van spam. Ik bleef een aantal weken als een aasgier afwachten en sloeg toe toen het geblokkeerde account definitief werd opgeheven en de gebruikersnaam weer vrij kwam. Even twijfelde ik: zou ik overstappen naar @seinfeldquotes? Maar, nee. Ik was inmiddels te veel gewend aan @seinlanguage, en die was toch leuker en unieker. Op @seinfeldquotes zette ik één tweet, waarin ik simpelweg verwees naar @seinlanguage.

Dit was mijn vlag op de maan in het sterrenstelsel van Seinfeld-gerelateerde twitteraccounts.


Het was in 2012, zo’n 2,5 jaar nadat ik begonnen was, dat ik voor het eerst dacht aan geld verdienen. De volgers kwamen nog altijd in een steeds hoger tempo — het waren er inmiddels bijna 70.000. Ik mailde eerst een Nederlands marketingbureau, Whizper, dat hier de marketing voor Sony doet. Sony heeft de distributierechten voor Seinfeld en geeft de dvd-boxen uit.

Leuk, zei de Rinske die mijn mail beantwoordde, wellicht een keer een winactie? Maar toen bedacht ik dat de volgers helemaal niet in Nederland zitten. Tenminste: 0,3 procent zat in Nederland, ontdekte ik met een webtooltje, Tweepsmap. Dat waren dus zo’n 250 mensen. Maar liefst de helft zat in de VS.

(Inmiddels is dat zelfs 62 procent. 13 procent komt uit Canada, 7 procent uit Australië en 5 procent uit Engeland. Nederland nu: 0,5 procent. En ik heb blijkbaar zo’n 42 volgers in Puerto Rico, 12 in Myanmar en 1 in Ethiopië.)

Ik stuurde een direct message naar @SeinfeldTV, een Amerikaans Seinfeld-account met ongeveer de helft van mijn aantal volgers, dat werd gerund door Sony Pictures. Of zij geïnteresseerd zouden zijn in kopen.

Geen antwoord. Ik probeerde het in de maanden daarna nog een aantal keer, totdat er in juli 2013 plotseling een reactie was. Ik had toen bijna 100.000 volgers. We would love to utilize your account, zei ene Chase van Lescher Marketing, een marketingbureau dat in de VS voor Sony werkt. Eindelijk. Ik had beet.

Via e-mail zou ik een voorstel doen, maar ik had geen idee wat ik ervoor kon vragen. Ik schreef, als soort verantwoording voor het exorbitante bedrag dat ik ging noemen, dat ik er 3,5 jaar lang elke dag tijd in had gestoken en dat elke tweet letterlijk honderden keren werd geretweet en dus een potentieel bereik had dat nog veel groter was dan die twee voetbalstadions vol.

25 cent per volger, dat zou niet gek zijn, toch? Dan zouden ze me dus 25.000 dollar betalen. En, zei ik, dan krijg je @seinfeldquotes er gratis bij.

Chase zou het met het team bespreken, antwoordde hij. Maar ik hoorde daarna een aantal weken niets van hem. Ik mailde hem dus nog eens, of hij al wat wist, en hij zei weer dat hij moest overleggen.

Zo ging het elke maand, negen maanden lang. Stap één: ik informeerde voorzichtig of er nog interesse was. Stap twee: Chase hield de boot af en schermde met dat mysterieuze ‘team’ van hem. Stap drie: stilte.

In maart 2014 gaf ik het op.


Ik verzette mijn zinnen. Ik zou niet in één klap een fortuin verdienen, maar kleine bedragen binnenhengelen met losse tweets.

Een webwinkeltje voor Seinfeld-posters zou misschien geïnteresseerd zijn. Ik mailde, en jawel, eigenaar Joel had er wel oren naar. Hij zei dat hij het account al een tijd volgde en graag samenwerkte. Het was een perfecte match: ik plaatste tweets met een citaat uit Seinfeld, hij verkocht posters waarop zulke citaten waren afgedrukt. Ik kon dus linken naar een pagina waar mensen het bewuste citaat meteen op een mooie poster konden laten drukken.

We spraken af dat hij me 30 euro zou betalen voor elke tweet waarin ik naar een van zijn posters linkte, en de eerste was met de “I love a good nap”-quote. In juli 2014 publiceerde ik de tweet en wachtte ik af. Een paar uur later zag ik dat de poster stijf uitverkocht was in Joels winkeltje.

Kassa.

Dacht ik. Maar Joel gaf niet thuis. Ik stuurde hem een mailtje, hoe het gegaan was, met tussen de regels door het voorstel om het eens over de betaling te hebben. Hij antwoordde niet. Een week later ook niet en een maand later ook niet.

Chase had nog het fatsoen me af te wimpelen met een al dan niet fictief ‘team’ dat dwars kon liggen; Joel was simpelweg incommunicado. Afgelopen november stuurde ik mijn laatste berichtje aan hem, dat ik hoopte dat het goed met hem ging. Door mijn geloof in het goede van de mens zag ik hem in gedachten eerder onder een brug liggen, aan de drugs geraakt en niet meer in staat te mailen namens zijn webwinkeltje, dan alive and kicking maar simpelweg te beroerd om drie tientjes over te maken.

Geen antwoord. Ik liet het rusten. @seinlanguage zou vrijwilligerswerk blijven.


Maar nadat de rechten om alle afleveringen van Seinfeld te mogen streamen dit voorjaar voor 160 miljoen dollar aan Netflix-concurrent Hulu werden verkocht, werd ik weer herinnerd aan mijn eigen schrijnende gebrek aan een verdienmodel.

Ik mailde Chase nog maar eens.

I thought I’d check in with you. Last week, my account @seinlanguage reached 150.000 followers. They’re all still RT’ing like there’s no tomorrow. So — what do you say? You want it?

Er kwam direct een mail terug, dat de bezorging mislukt was. LinkedIn bevestigde vervolgens wat ik al vermoedde: mijn goede vriend Chase werkte niet meer bij Lescher Marketing.

Hulu! Dat ik daar niet eerder aan gedacht had. Die keken blijkbaar niet op een dubbeltje en zouden nu op zoek zijn naar manieren om Seinfeldfans van de on demand-generatie te bereiken. Daar had ik er wel een paar van.

Op 23 juni, de dag voordat de serie voor het eerst te zien was voor abonnees van de streamingdienst, stuurde ik Hulu een direct message. Ene Martin reageerde snel namens het bedrijf: ze hadden een voorstel en probeerden al een paar dagen met mij in contact te komen. Maar, first things first: was ik in New York?

Dit was cool. Zo cool dat ik een paar minuten niet op m’n stoel kon blijven zitten. Hulu wilde natuurlijk dat ik langskwam voor onderhandelingen. Ik antwoordde dat ik helaas een flink eind van New York zat, helemaal in Nederland, maar dat ze me konden bellen of e-mailen.

Laat die avond kreeg ik een mail van Martin. Ik zag het toen ik op Amsterdam Centraal naar mijn trein liep, en besloot het in de trein te gaan lezen. Omdat ik tussendoor nog zo’n vijf minuten speling had, en omdat er waarschijnlijk straks wel iets te vieren viel, kocht ik bij de Kiosk een blikje Heineken.

Ik opende eerst het blikje en toen de mail. Scande er vlug doorheen, op zoek naar bedragen. Die waren er niet. Daarna las ik waarom Martin me had gevraagd of ik in New York was: Hulu had Jerry’s appartement uit de serie compleet nagebouwd en nodigde me uit om daar langs te komen.

Het door Hulu nagemaakte appartement van Jerry.

Op Twitter zag ik dat onder anderen The Soup Nazi, Kenny Bania en — mijn favoriete Seinfeld-personage — David Puddy er ook waren. Er was zelfs een filmpje van Puddy die a la Kramer Jerry’s appartement kwam binnenglijden.

Met andere woorden: aan de andere kant van de wereld was zo ongeveer de helft van mijn fantasy dinner party bijeen en ik was nadrukkelijk uitgenodigd, maar ik zat tussen Amsterdam en Utrecht naast twee meisjes die op hun smartphone nog iets probeerden te bestellen bij Thuisbezorgd.

Ik besloot Martin een brutale mail te sturen. Of ze me nog voor iets wilden betalen, omdat ik per slot van rekening bevelvoerder was van een “immense army of mostly American, Seinfeld loving, mass-retweeting maniacs”.

Nee, zei Martin. Sorry, dat doen we niet. Maar als je iets wil tweeten met #SeinfeldApartment en #SeinfeldOnHulu, dan hebben we wel wat exclusieve Seinfeld-video’s voor je.

Dus. Die heb ik nu. De fragmenten, elk zo’n vijftien seconden lang, zijn exclusief in die zin dat er nu aan het eind Seinfeld: only on Hulu in beeld komt, en dat was in de originele serie niet zo.


Een paar jaar geleden kwam Twitter — net als Facebook — met de mogelijkheid een grote foto te uploaden als header boven je profiel. Ik koos een screenshot uit de aflevering waarin Jerry en George op bezoek zijn bij NBC om hun idee voor een sitcom te pitchen, en moeten uitleggen waar het over gaat.

Achteraf is dat screenshot nog passender, nu ik weet hoeveel geld ik verdiend heb na bijna zes jaar en tweeduizend tweets. Het is het moment dat George naar voren leunt, beide wijsvingers gebruikt om zijn punt kracht bij te zetten, en vol overgave zegt: “Nothing.”

Peter Zantingh / @pzantingh