De Zweedse coalitie, haar naam waardig?

De Zweedse coalitie ligt op apegapen. Al enkele welen lijken de regeringspartijen in een verkiezingsopbod te zitten. De pers is kritisch en vraagt zich af of de partijvoorzitters van de meerderheid deze regering nog willen reanimeren of niet. Sommigen spreken zelfs van een regering die feitelijk in ‘lopende zaken’ zit. De regeringspartijen moeten dringend herbronnen en zich afvragen wat hen bindt. Er zijn immers broodnodige hervormingen noodzakelijk ons land om te vormen tot een performante Welvaartsstaat. De beste manier om de kiezer opnieuw voor zich te winnen kan erin kan bestaan door alsnog deze hervormingen door te voeren en zich hierbij te laten inspireren door Zweden. De klok tikt.

© Belga/Reuters

Bij haar samenstelling eind 2014 werd de huidige regering al snel de Zweedse coalitie genoemd, verwijzend naar de gelijkenis tussen de partijkleuren van de regeringspartijen en de kleuren van de Zweedse vlag. Het is enigszins opvallend en ironisch dat een centrumrechtse regering genoemd wordt naar een land dat door de linkerzijde regelmatig gebruikt wordt als lichtend voorbeeld van de moderne welvaartstaat. Dit is ook niet geheel onterecht. Met haar riante gezondheidszorg is Zweden inderdaad een voorbeeld wat sociale herverdeling betreft. Natuurlijk is het Zweedse model niet perfect, noch een lichtend liberaal voorbeeld, maar er vallen wel degelijk lessen te trekken als we af willen van het huidige status-quo. Vaak wordt immers vergeten dat het Zweedse systeem gepaard gaat met een sterk vertrouwen in het privé-eigendom, vrije markt en dat de vrije handel centraal staat. De Zweden beseffen het als geen ander: een welvaartsstaat betaalt zichzelf niet.

Het Zweedse model waarbij een grote –rechtvaardige — herverdeling gepaard gaat met belangrijke kapitalistische fundamenten, kan als inspiratie dienen voor de huidige regering. Neem als voorbeeld de door de minister van Financiën voorgestelde verlaging van de vennootschapsbelasting tot om en bij 20 procent. CD&V was er als de kippen bij om, uit schrik voor haar ACV-achterban, het voorstel af te schieten. Echter moet vastgesteld worden dat in Zweden vennootschappen eveneens slechts 22 procent belastingen betalen. Hetzelfde geldt met de gemiddelde beroepsloopbaan: een Zweed werkt 9 jaar langer dan een Belg, hetgeen noodzakelijk is om de welvaartsstaat financierbaar te houden. Ook de loonlast ligt in Zweden 5% lager dan in België. Het overheidsbeslag van beide landen liggen dan wel in elkaars buurt, het verschil is dat Zweden aan het huidige tempo haar staatsschuld zal verlagen naar 35% van het BBP in 2019. In België steeg, ondanks ‘alle besparingen’ en de lage renteomgeving die een daling zou moeten faciliteren, de schuld onder de Zweedse Coalitie verder naar boven 109% van het BBP. Terwijl de Zweden hun uitgaven budgettair kunnen verantwoorden, brengt de Belgische schuldgraad een onzeker investeringsklimaat met zich mee.

Zweden was ooit een land waar ondernemers wegvluchtten omwille van haar alsmaar groeiende belastingdruk. Het bekendste voorbeeld is de oprichter van Ikea, die in de jaren ’70 Zweden verliet om pas in 2013 terug te keren. Het land maakte zich opnieuw aantrekkelijk door de hervorming van de fiscaliteit en besparingen aan de uitgavenzijde, zonder de welvaartsvoorzieningen te verminderen. Het is dus mogelijk om ‘rechtse’ economische maatregelen te verzoenen met een sterke welvaartstaat. De Zweden zijn zich bewust van het feit dat royale sociale voorzieningen een inspanning vragen van iedereen, enerzijds, en dat het stimuleren van ondernemerschap van belang is om de economische taart groter te maken, anderzijds. Dit vereist evenwel duidelijke keuzes en hier knelt het schoentje. De “compromis à la Belge”-traditie heeft als gevolg dat nooit duidelijke keuzes gemaakt worden. Hetzelfde dreigt te gebeuren met de hervorming van de vennootschapsbelasting, nu CD&V hieraan de invoering van een meerwaardebelasting koppelt. Als het met deze coalitie niet lukt om een consequent en standvastig beleid te voeren, welke regering kan het dan wel?

De compromissen hebben als resultaat dat er wetten worden uitgevaardigd met onnoemelijk veel uitzonderingen en bijzondere regimes waardoor zij veelal hun doel voorbijgaan. De hoeveelheid fiscale wetten hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat onze belastingaangifte zodanig complex is dat het slechts door specialisten op volledig correcte wijze kan worden ingevuld. In Zweden daarentegen “beslaat de belastingaangifte twee bladzijden en heb je een maand later de aanslag”, aldus de Belgische CEO van de Zweedse multinational Atlas Copco. Al enkele jaren kunnen Zweden hun vereenvoudigde aangifte bevestigen via sms, nog een bewijs dat de Zweedse overheid vooruit denkt. Dan spreken we nog niet eens van rechtszekerheid, opnieuw een domein waarin de Zweden uitblinken en misschien wel de belangrijkste factor voor een stabiel investeringsklimaat en een duurzame groei. Het is geen toeval dat belangrijke Europese tech-ondernemingen zoals Spotify en Skype gevestigd zijn in Stockholm. Deze ondernemingen hebben op hun beurt dan weer een impact op de bereidheid van de Zweedse overheid om te investeren in digitalisatie van het overheidsapparaat. Onlangs kondigde de Zweedse Riksbank nog aan te onderzoeken of ze eigen digitaal geld kan uitgeven.

De conclusie is dat Zweden een sterke sociale zekerheid heeft waar tegelijkertijd ondernemers de ruimte krijgen om te ondernemen, daar waar België geen van beiden biedt. De belastingdruk in België (44,8%) en Zweden (43,3%) zijn zo goed als identiek. Het verschil is dat de Zweedse burger in ruil voor een dergelijk overheidsbeslag wel veel in de plaats krijgt. De Zweedse coalitie heeft nog tot 2019 de tijd. Tijd genoeg om nog iets te verwezenlijken. Alleen, om het in CD&V-termen te zeggen, is er nood aan 5 minuten politieke moed. Geen communicatiebureau die zo’n effectieve campagne-stunt voor de regeringspartijen zal kunnen bedenken.

Rémy Bonnaffé & Lawrence Vanhove
Kernleden Liberales, geschreven in eigen naam.