Meer ambitie nodig in de digitalisering van justitie

Eind februari sloot minister van Justitie Koen Geens een bestuursovereenkomst met de federale overheidsdienst Justitie waarin de digitalisering van Justitie een duidelijke prioriteit vormt. In tegenstelling tot onze buurlanden loopt de Belgische Justitie hopeloos achter op het vlak van digitalisering.

De digitalisering van Justitie en het recht in het algemeen is van belang omwille van twee redenen. Enerzijds bestaat het eerder filosofisch argument dat luidt dat iedere burger toegang moet hebben tot het recht. De rechtstoegang is een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat. Het uitblijven van de digitalisering van het recht heeft als gevolg dat het verwerven van kennis over het recht, het uitoefenen van rechten en de communicatie met Justitie kostelijk is. Het vereist immers tijd, energie en geld. De digitalisering van het recht kan een belangrijke besparing opleveren en daarom de drempel tot Justitie verlagen, hetgeen uiteindelijk de rechtstoegang ten goede komt.

Anderzijds valt vanuit economisch oogpunt veel te zeggen voor de digitalisering van Justitie en het recht. Vanuit micro-perspectief kunnen juridische beroepen en consumenten kosten drukken door de automatisering van juridische taken. Vanuit macro-perspectief kan de digitalisering ervoor zorgen dat de middelen die vrijkomen door de digitalisering ingezet kunnen worden voor andere zaken. Denk maar aan de 20 miljoen euro die Justitie jaarlijks aan postzegels uitgeeft.

Een oplossing voor het uitblijven van de digitalisering van Justitie en het recht kan volgens de bestuursovereenkomst deels gevonden worden in de bijstand van Justitie door externe expertise. Laat ons daarom de proef op de som nemen en verkennen uit welke juridische technologie de minister van Justitie inspiratie kan halen.

Een eerste voorbeeld waarin de juridische technologie zich reeds ontwikkeld heeft is in het schrijven en aflsuiten van overeenkomsten. Zo bestaan er reeds veel webapplicaties die modelovereenkomsten aanbieden aan particulieren. Veelal zijn overeenkomsten immers relatief standaard, met de uitzondering van enkele variabelen zoals bijvoorbeeld de duur van de huur van een woning en de prijs van de huur. Voorbeelden van dergelijke webapplicaties kan men vinden op de website van Netto of ‘LegalZoom’. Sommigen gaan zelfs verder. ‘Shake’ biedt een dienst aan waarbij deze overeenkomsten meteen opgestuurd kunnen worden naar de tegenpartij, die deze digitaal kan ondertekenen.

Een ander voorbeeld dat de ontwikkeling in de juridische technologie toont is de rol van de notaris. ‘Notarize’ maakt het mogelijk om in de Verenigde Staten via een app een document online door een notaris te laten authenticiteren. In België is dit echter onmogelijk gezien het beroep van notaris beschermd is. Dergelijke regels leggen bijgevolg een rem op innovatie. Men kan hierin zelfs verder gaan. De notaris treedt op als vertrouwenspersoon om transacties te faciliteren. De authenticiteit die een notaris geeft kan echter vervangen worden door middel van de blockchain-technologie. Dit is de technologie waarop ‘Bitcoin’ gebasseerd is en omvat een gedistributeerde database waarbij alle transacties met bijhorende data geregistreerd worden op alle toestellen in het netwerk. Doordat deze databank niet besloten is noch in het bezit is van één partij, worden enorme kosten bespaart. Naar een notaris gaan om aan een document authenticiteit te verlenen wordt overbodig.

Ook de manier waarop particulieren in contact komen met advocaten indien zij juridische hulp nodig hebben is het onderwerp van technologische ontwikkeling. In deze context tracht ‘LawGives’, de onderneming van de Belg Pieter Gunst, de weg naar een advocaat te vergemakelijken. Via de website kunnen mensen een juridisch probleem voorleggen, waarna zij in contact komen met een advocaat die de vereiste expertise heeft.

Nog een ander aspect dat een belangrijk component vormt voor de modernisering van Justitie en het recht is open data en het gebruik van data-analyse. ‘Lex Machina’ toont duidelijk het belang van data. De onderneming houdt zich bezig met het verzamelen van data van rechtszaken omtrent intellectuele eigendomsrechten en gebruikt deze data om inzicht te krijgen in onder andere de manier waarop een rechter recht spreekt, hoe waarschijnlijk het is dat een veroordeling wordt uitgesproken, enzovoort. Ook ‘Ravel’ tracht uitspraken te analyseren op basis van de erin vervatte data. Om een dergelijke databank te maken is het evenwel noodzakelijk dat vonnissen worden gepubliceerd en dat dit gebeurt op een zodanige wijze dat zij door een computer automatische verwerkt kunnen worden zodat de overheid en ondernemingen hierop applicaties kunnen bouwen.

Kortom, de conclusie luidt dat minister van Justitie Koen Geens ambitieuzer moet durven te zijn dan een loutere invoering van een ‘e-box’ en een ‘e-deposit’. Er zijn, zoals hierboven wordt beschreven, talloze voorbeelden in het buitenland die bewijzen dat er binnen Justitie en binnen het recht in het algemeen veel tijd, energie en geld bespaart kan worden. Het mooie aan de juridische technologie is dat zij in principe ontwikkeld kan worden zonder dat de Federale overheid hier veel geld in moet investeren, hetgeen in budgetaire moeilijkheden des te wenselijker is. Het enige wat zij moet doen is de building blocks ter beschikking stellen aan particulieren die vervolgens zelf applicaties kunnen bouwen. Dit zijn evoluties die uiteindelijk alle betrokken actoren ten goede zal komen, gaande van particulieren en magistraten tot advocaten en Justitie zelf.