#Treinleven
Ieder jaar reis ik zo’n 780 uur voor mijn werk, zeven-honderd-en-tachtig uur, 32 en een halve dag onafgebroken per jaar. 11 procent van mijn jaar spendeer ik al reizende, en dat is alleen voor werk.
En dat doe ik in de trein, als een tweederangs burger in een tweedeklas coupe in een tweezits bankje waar niet op te zitten valt met twee benen, laat staan ruimte is voor twee personen.
Terwijl de zelfverheven-Volkskrant-lezende-meneer tegenover me triomfantelijk niest in mijn slecht geplukte bakje fruit (175 gram voor 2.50) trekt een stinkende Chinese man naast hem al spuitend een blik euroshopper bier open waarbij mijn broek niet gemist mag worden. En dan mij aankijken met een blik van; Ja… wat?
En terecht, ik heb geen idee of je wel eens een vergelijking hebt gedaan tussen de hamburgers van reclamespotjes van McDonalds hamburger van de McDonald's die je besteld, en de hamburger die je dan ook daadwerkelijk krijgt… maar die teleurstelling valt echt in het niet vergeleken met de NS en haar reclamespotjes.
Nick en Simon met de trein, I call dikke lul drie bier on this one. Met regelmaat trof ik tussen Dordrecht en Rotterdam een zwerver met een half gebit jammend en kermend op zijn gitaar met 2 snaren om zo nog een euro te scoren voor zijn volgende shot. Het klinkt bijna vermakelijk, bijna.
Ben ik een azijnpisser? Wellicht, maar geen woord is verzonnen, dus zodra ik de kans heb om een milieuvervuilende autobestuurder te worden doe ik dat. Lekker met duizenden anderen in de file staan, maar met alle ruimte voor mezelf en hoef ik niet meer naar bier te stinken om 10 uur ‘s ochtends.