Vrijdag ga ik dood.
Het is bijna zover. Vrijdag wandel ik de Dodentocht.
Impulsief ingeschreven 3 maanden geleden en daar heb ik voorlopig nog geen spijt van. Voorlopig. Want ik lees meer en meer verhalen over vorige deelnames, zie voeten opduiken van vorig uitgewandelde Dodentochten (geloof me, die wil je niet zien) en word bestookt met goede tips uit hoeken waarvan ik ze zelf niet had verwacht.
En eerlijk is eerlijk, dat is niet goed voor mijn zenuwen. Voorlopig zijn het wel gezonde zenuwen die ervoor zorgen dat ik nog snel enkele kilo’s ga verliezen voor de start. En dat lijkt me in mijn voordeel.
Iedereen geeft goede moed, zegt dat het wel gaat lukken en dat ik geen schrik moet hebben. Alé, iedereen… mijn mama en een handvol vrienden. De rest bekijkt me alsof ik gek ben om vrijwillig 100 kilometer in 1 keer te wandelen.
Misschien moet je er ook wel een beetje gek voor zijn. Er is eigenlijk geen enkele goede reden om 100 kilometer te wandelen buiten ‘om het eens gedaan te hebben’.
Maar goed, ben ik er klaar voor? Zie ik het zitten?
Ik denk het wel. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik er niet voor getraind heb. Eén keer heb ik 42 kilometer gestapt. Een marathon. Gewoon om mijn schoenen en geweldig mooie sokken eens te testen. Die test ging goed. Er was enkel een kleine, beginnende blaar op mijn voetzool en wat stramheid achteraan de knieën. En verveling. 8 uur wandelen, er zijn zeker activiteiten die interessanter zijn. 8 uur curling kijken of zo. Maar goed, die verveling zal er wel niet zijn de eerste en de laatste uren van de Dodentocht. Die blaren en die stramheid daarentegen.

Op dat oefentochtje hield ik een gemiddelde aan van 5,6 kilometer per uur.
Dus als ik vrijdagavond om 21 uur vertrek, kom ik aan dat tempo rond 15.45u de volgende dag aan. Bijna 16 uur wandelen. En dat liefst aan één stuk want ik heb gemerkt dat wanneer ik even rust en ga zitten, de benen meteen verstijven en dat het dan een pijnlijke boel is om opnieuw in gang te geraken.
‘KORT’ INTERMEZZO
Ik schrijf dit op de trein richting mijn werk. Net kwam er een schattige dame van middelbare leeftijd naast mij zitten terwijl er genoeg lege plekken zijn. Ze keek me bezorgd aan en begon tegen me te praten. Dat ging ongeveer zo:
“Is alles oké met u?
“Euhm, ja. Een beetje moe nog.”
“Dat geloof ik. We zijn allemaal soms wel eens ‘moe’. Maar ge moogt u niet laten doen hé. Ge ziet er mij een sterke jongen uit. Ge zijt nog veel te jong om op te geven, de schoonste zaken in het leven moeten nog komen.”
“… Euhm…”
“Denk maar eens aan al de mensen die ge achterlaat. Uw vrienden, uw familie.”
“Maar ik laat niemand achter mevrouw, ik ben onderweg naar mijn werk. Ik ga straks gewoon naar huis hoor.”
“En vrijdag, gaat ge dan ook gewoon naar huis?”
Al het voorgaande kon ik nog plaatsen in een soort kader van Getuige van Jehova of zo, maar toen de vrouw over vrijdag begon, volgde ik echt niet meer. En dat zag ze dan ook op mijn gezicht.
“Vrijdag ga ik niet werken mevrouw, dan heb ik een dagje vrij…”
“Je gaat toch geen domme dingen doen hé?”
Op dit moment ben ik volledig in de war. Tot mijn ogen op de titel van dit stuk vallen ‘Vrijdag ga ik dood’.
“Ik ga vrijdag de Dodentocht wandelen. U dacht waarschijnlijk dat ik iets anders ging doen hé?”
Haar gezicht ontspant merkbaar. Nog even legt ze haar hand op mijn hand, lacht en fluistert:
“Alé, ge gaat dus wel domme dingen doen. Veel succes!”
En met een knipoog staat ze recht, wandelt de wagon uit en stapt af de trein. Mij liet ze even verbouwereerd achter als toen ze naast me kwam zitten.
EINDE ‘KORT’ INTERMEZZO
Waar was ik? Juist, 16 uur wandelen in het beste geval. Over het slechtste geval denk ik liever niet te veel na. Ik ben vastberaden om de eindmeet te halen en mijn lichaam tot het uiterste te drijven. Alles wat ik kan voorbereiden (buiten dan de training) is in orde. Zo heb ik mijn eten deze week aangepast in functie van de inspanning, ga ik druivensuikers en pakjes zoute chips halen, kledij en schoeisel check, er is zelfs een WhatsApp-groepje om mij tijdens het wandelen naar voor te, nu ja, WhatsAppen. (Er is nog plek voor wie er graag mee in wil.)
Maar blijkbaar kan je jezelf nog zo hard voorbereiden en trainen, het is een mentale veldslag, geen fysieke. Daarom heb ik een paar kleine hulpmiddelen in het leven geroepen om me vooruit te krijgen. Eén daarvan is een goed doel steunen. Ik wandel mee voor Kom Op Tegen Kanker. Het bedrag dat ik tot nu heb ingezameld is niet duizelingwekkend, maar voor alle lieve sponsors wil ik nu wel extra mijn best doen. Sponsoren kan trouwens nog altijd en wel hier.
Ook heb ik een Spotify Playlist aangemaakt om me door de nacht heen te helpen. De nacht die naar alle waarschijnlijkheid koud en vochtig gaat zijn.
Jullie kunnen er allemaal jullie favoriete motivational songs opzwieren. Doe maar eens gek. Maar niet zo gek als ‘The proclaimers’. Dat kunnen jullie hier doen.
En last but not least kunnen jullie mijn mentale en fysieke veldslag kilometer per kilometer volgen. En dat doe je hier. Ik heb startnummer 54. Of via mijn IGstories.
Het wordt spannend. Het wordt leuk. Het wordt afzien.
Het wordt hopelijk zoiets waar ik tijdens de tocht 100 keer van ga zeggen ‘DIT DOE IK GVD NOOIT MEER’ om volgend jaar opnieuw aan de start te staan.
Het wordt allesbehalve een eitje. Die kans schat ik op fipronihil.