De sorteerhoed van Wiebes

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (WDBA) zou best een goede wet kunnen zijn, als het mogelijk zou zijn om heldere criteria te formuleren wanneer iets een dienstbetrekking is, en wanneer het een klus van een zelfstandige is. Maar als één ding duidelijk wordt bij het lezen van de “Handreiking Beoordelingskader” van de Belastingdienst (tien kantjes) en de tot nu toe gepubliceerde algemene en individuele modelovereenkomsten, dan is het: die heldere criteria bestaan niet. Het hangt ervan af. Of, in de woorden van de Belastingdienst: “Bij de uiteindelijke kwalificatie is niet een enkel kenmerk beslissend, maar alle omstandigheden in hun onderlinge samenhang.” En dan nog: je kunt opschrijven wat je wilt, maar uiteindelijk telt de uitvoering in de praktijk.

Kortom: de WDBA werkt als de sorteerhoed uit Harry Potter. Je gooit je contract erin, en de hoed vertelt of er al dan niet sprake is van een dienstverband. Als je het er niet mee eens bent, kun je bezwaar aantekenen — bij de hoed zelf. Daarmee wordt de vraag relevant of we ervan uit kunnen gaan dat de sorteerhoed onpartijdig en onafhankelijk is. Er zijn drie argumenten om daar aan te twijfelen:

  1. De Belastingdienst is gebaat bij meer dienstbetrekkingen. Belasting heffen bij werkgevers betekent dat het geld eerder binnen is, tegen lagere uitvoeringskosten, en met minder risico’s op non-betaling. Meer dienstbetrekkingen betekent ook dat minder mensen aanspraak zullen kunnen maken op de zelfstandigenaftrek.
  2. De Belastingdienst wordt aangestuurd door een regering die al sinds haar aantreden blijk geeft van een grote zelfstandigenhaat. Het kabinet meet haar succes af aan het aantal banen, niet aan het aantal zelfstandigen.
  3. Alleen zelfstandigen moeten kunnen laten zien dat ze niet stiekem toch een dienstverband hebben. Andersom niet. “U mag op vrijdagmiddag altijd aan uw eigen projecten werken? Dan bent u voor 10% van uw tijd zelfstandige. Voor die 10% krijgt u uw brutoloon netto uitbetaald en de rest regelt u zelf maar. O ja, en die 10% zijn ook niet verzekerd bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.” Onzin? Misschien, maar geen grotere onzin dan modelovereenkomsten voor mensen die overduidelijk niet in loondienst zijn, zoals tennisleraren en DJ’s.

Wat is er eigenlijk tegen op een dienstbetrekking? Op zich niet zo veel. Een zelfstandige die een klus gaat doen die drie maanden lang gemiddeld twee dagen per week vergt, kan best drie maanden lang met deeltijdfactor 0,4 op de loonlijst. Als het netto maar ongeveer hetzelfde oplevert. Iets minder mag zelfs ook wel, omdat hij daar een beetje verzekering en misschien zelfs pensioenopbouw voor terugkrijgt. Er zijn echter twee levensgrote mitsen. De eerste is dat een zelfstandige die te veel loondienst-uren maakt, zijn recht op zelfstandigenaftrek verliest. Dat is alles of niets. En de tweede is dat een opdrachtgever die dezelfde zelfstandige te vaak in een loondienst-klus neemt, hem in vaste dienst zal moeten nemen. Ook dat is alles of niets, dankzij die andere sorteerhoed, de Wet Werk en Zekerheid.

Ik voorspel dat er nog een derde hoed bij zal komen, die werkgevers zal dwingen om uitzendkrachten en payrollers na zekere tijd zelf in dienst te nemen. Iedereen een “echte baan”. Alle problemen opgelost.

Tja. Was het maar zo simpel.