Leve de luiheid

Foto: Dorte via Flickr

Alle vooruitgang die de mensheid in de loop der geschiedenis heeft geboekt is te danken aan luiheid. Op een gegeven moment kwam iemand op het idee om niet meer dag in, dag uit achter mammoeten aan te hollen, maar rustig op dezelfde plek te blijven, graan te zaaien en geiten te houden. Daardoor was er minder werk nodig om in leven te blijven en kwam er tijd vrij om de stoommachine en de iPhone uit te vinden — ik vat het maar even samen. Tegenwoordig werkt in Nederland minder dan twee procent van de mensen in de landbouw, wat dus betekent dat één persoon genoeg voedsel produceert voor 49 anderen. Dat is vooruitgang: meer doen met minder inspanning.

Je kunt het innovatie noemen, of productiviteitswinst, of efficiëntie, maar de drijfveer is luiheid. In het normale leven is iedereen lui. Niemand gaat zijn auto wassen met een tandenborstel omdat hij anders ‘s middags niets meer te doen heeft. Werken is een middel, genoeg te eten (of een schone auto) is het doel. Hoe minder werk daarvoor nodig is, hoe beter.

Maar in politiek en beleid staat luiheid er niet goed op. We vinden het maar niets dat zoveel Nederlandse vrouwen parttime werken. Als het CBS berekent dat wij het minste aantal uren werken van alle Europeanen, dan overvalt ons een gevoel van nationale schaamte. We verhogen de AOW-leeftijd, want 67-jarigen kunnen ook nog best aan de slag. We zijn bang dat robots een deel van het werk komen overnemen. We wapperen met rare kreten als “werk boven inkomen” (mensen die dat vinden werken zelf voor niets?) en “werk met werk maken” (dom, want dan ben je nooit klaar). Onze grootste zorg is steeds weer of er wel genoeg banen zijn.

Illustratie: Joost Drijver

In werkelijkheid zijn wij enorm slim en efficiënt, en de vrouwen onder ons al helemaal. We hebben één van de hoogste welvaartsniveaus ter wereld en we werken zo ongeveer het minst. Ja, de Grieken en Italianen werken nog minder, maar die hebben dan ook geen cent te makken. Laten we niet zeuren dat we harder moeten werken, laten we trots zijn op onze efficiëntie. Leve de luiheid!

En in werkelijkheid is het ook heel goed nieuws als robots ons komen helpen om meer met minder te doen — net als eerder de stoommachine, de dynamo, de verbrandingsmotor en de computer. Wat je door machines kunt laten doen, moet je niet door mensen laten doen. Je doet tenslotte ook niet de stofzuiger en de wasmachine de deur uit. De vraag is alleen wat er gebeurt met de productiviteitswinst. In principe zijn er drie mogelijkheden: de lonen gaan omhoog, de winsten gaan omhoog of de prijzen gaan omlaag. Op de lange termijn gebeurt dit alledrie, maar de laatste jaren lijkt vooral het tweede te gebeuren. En dat is een probleem, omdat die winsten zich nauwelijks vertalen in nieuwe bedrijvigheid en we ze ook niet goed kunnen of willen belasten.

Tegelijkertijd is er genoeg te doen: woningbouw, energietransitie, zorg, onderwijs, veiligheid. Dat die dingen niet gebeuren, terwijl we wel vinden dat dat zou moeten, komt niet doordat we niet hard genoeg werken, maar doordat we lage belastingen en een begrotingsoverschot belangrijker vinden dan goed onderwijs of voldoende woningen. Zodra we dat loslaten, kunnen we het erover hebben hoe we die belangrijke doelen kunnen realiseren. Met zo min mogelijk werk.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.