“Regelvrije bijstand” is flauwekul

Foto: Ketut Arnaya / Global Landscapes Forum via Flickr

Deze maand kregen de gemeenten Groningen, Deventer, Tilburg en Wageningen (en Ten Boer, dat meedoet met Groningen) dan eindelijk toestemming om te experimenteren met minder regels in de bijstand. Eindelijk, want de gesprekken over deze experimenten lopen al sinds begin 2015. De drijfveer van de initiatiefnemers was nadrukkelijk om kennis op te doen over de mogelijke effecten van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Gaan mensen op hun luie kont zitten als je ze minder achter de broek zit, of worden ze juist actiever en durven ze meer als je ze meer vertrouwen geeft? In Tilburg spreken ze niet voor niets van een vertrouwensexperiment. En hoewel het woord “basisinkomen” door staatssecretaris Kleinsma verboden lijkt te zijn, staan de experimenten in de wandelgangen toch bekend als “basisinkomen light”.

Het is dan ook opmerkelijk dat de experimenten applaus krijgen van Gjalt de Jong, directeur van het Centrum voor Duurzaam Ondernemen van de RUG en verklaard tegenstander van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Sterker nog, De Jong pleit direct maar voor “regelvrije bijstand”: “Met regelvrije bijstand laat de samenleving zien dat we bijstandgerechtigden vertrouwen en hen niet louter zien als mensen die hun hand ophouden.” Dat is een nogal onwetenschappelijk voorschot op de uitkomsten van de experimenten. Het is bovendien flauwekul.

Een regelvrije bijstand kan niet bestaan. De bijstand is een voorwaardelijke uitkering. De belangrijkste voorwaarde is gebrek aan inkomen en vermogen van jou en je huisgenoten. Als je het niet (meer) nodig hebt, krijg je geen bijstand. Mogelijkheden bieden om bij te verdienen in de bijstand is zeer problematisch. Ja, in een experiment kan het, daar is het een experiment voor. Maar in het echt creëer je al snel een situatie waarin een bijstandsgerechtigde met een beetje werken (veel) meer overhoudt dan iemand die veertig uur per week voor het minimumloon werkt. Dat is sociaal niet rechtvaardig en zal niet geaccepteerd worden. Dus blijven we zitten in een andere onwenselijke situatie, namelijk dat je vanuit de bijstand in één keer de sprong naar een voltijds baan moet zien te maken (en dat er een heel circus nodig is om je te reactiveren en te reïntegreren en wat er verder nodig is om die sprong te maken).

De enige manier om die sprong (de andere kant op is het een val) uit het systeem te halen, is een onvoorwaardelijk basisinkomen invoeren. Dan loont werken altijd, ook al is het maar een paar uur per week. En wie meer werkt, houdt ook meer over. Als u mij niet gelooft, luister dan nog eens naar Milton Friedman. (Ja, Friedman heeft het over een negatieve inkomstenbelasting, niet over een basisinkomen, maar dat is materieel precies hetzelfde.)

Dus om ook maar alvast een voorschot te nemen: als de experimenten slagen, als meer vertrouwen en minder regels een beter resultaat geven, dan moeten we niet het experiment tot beleid verheffen, maar dan moeten we eindelijk eens het basisinkomen serieus op de agenda zetten.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.