Sector, focus je op je publiek

Deze week werd ik geattendeerd op een artikel in The Guardian. In het stuk ’I’m an artist and I’ve received grants. Want to know what I do with all that money?’ beschrijft kunstenaar Zoe Coombs Marr hoe zij voelt dat ze zichzelf moet verdedigen voor het ontvangen van subsidies. Het artikel beschrijft duidelijk de kloof tussen ‘het publiek’ en ‘de kunstenaar’. Volgens Coombs Marr heeft het publiek nog steeds geen idee wat kunstenaars doen en waarom zij vanuit de overheid gesubsidieerd zouden moeten kunnen worden.

Het stuk is gepubliceerd op 18 juni jongstleden, maar het roept bij mij herinneringen op aan 2009. Ik was toen werkzaam bij een publiek kunstfonds en moest in die tijd regelmatig verdedigen waarom wij subsidies voor de kunst verstrekten. Voor mijzelf, mijn vrienden en directe netwerk was dit logisch, maar voor mensen die wat verder van de kunst afstonden, blijkbaar niet. Dit was een directe aanleiding om voordekunst te ontwikkelen: een online platform waar kunstenaars en publiek elkaar kunnen vinden. Makers en instellingen vertellen in een video en omschrijving kort en bondig wie ze zijn, wat ze doen en waarom hun project ondersteund zou moeten worden. Het publiek kan op deze manier kennismaken met de drijfveren van diverse makers en instellingen en ook daadwerkelijk een bijdrage leveren: crowdfunding. Een meer directe manier om het publieke draagvlak te meten is in mijn ogen niet denkbaar.

Als er maar om gevraagd wordt

Er is sinds onze oprichting in november 2010 door meer dan 72.000 donateurs € 7,2 miljoen bijeen gebracht. Ruim 1.300 kunstprojecten zijn via voordekunst.nl succesvol gefinancierd. En volgens onze recent gehouden donateursenquête is er nog meer potentiëel. Het publiek vindt het leuk om te geven, als het maar gevraagd wordt én als het er iets voor terugkrijgt. Hierbij gaat het met name om waardering en betrokkenheid, slechts in een enkel geval om een daadwerkelijke tegenprestatie.

Dit is wat mij betreft de grootste winst van de bezuinigingen op de kunstsector geweest: instellingen en makers zijn zich meer dan ooit tevoren bewust van hét belang en de waarde van het publiek. We zijn er echter nog lang niet. Er valt nog een wereld te winnen in het daadwerkelijk duurzaam betrekken van een groter (en vooral jonger) publiek bij de sector. Dit vraagt echter tijd en bereidheid.

De urgentie hiervoor lijkt weg te ebben. In haar nota ‘Ruimte voor Cultuur’ schetst minister Bussemaker de kaders voor haar beleid voor 2017–2020. Ze brengt de bezuiniging van haar voorganger tot stilstand, er komt zelfs weer extra budget beschikbaar voor cultuur. Al met al een goede ontwikkeling. Er sluimert nu een nieuw gevaar onder de oppervlakte: een culturele sector die zich vanuit een gelaten houding blindstaart op de overheid in plaats van zelf, op actieve en agenda settende wijze initiatief te tonen.

Vier jaar geleden was er sprake van boosheid, maar die leidde wel tot nieuwe samenwerkingen en innovatie.

De eerste tekenen zijn hier al naar. Daar waar het vier jaar geleden daadwerkelijk over verandering ging, gaat het nu weer vrijwel volledig over interne processen. Van kwaliteitsbeoordeling naar zelfevaluaties en peer-reviews; draagvlak is uit en het publiek lijkt hierbij het nakijken te hebben.

Mijn angst is dat het gegeven dat er niet opnieuw gekort wordt, de sector navelstaarderig maakt. Vier jaar geleden was er sprake van boosheid, maar die leidde wel tot nieuwe samenwerkingen en innovatie. Die energie mist momenteel volledig in het debat. Vernieuwing lijkt tot stilstand te zijn gekomen. De sector zou er echter baat bij hebben te blijven bewegen, zich steviger te verenigen en een legitiem verhaal voor de samenleving te formuleren. Laat dit niet aan de overheid over, maar kom zelf in actie.

Zoe Coombs Marr is namelijk niet zomaar een willekeurige kunstenaar: ze staat symbool voor onze sector. Een sector waarvan nog steeds té veel mensen de waarde niet inzien. Niet omdat men dit niet wil, integendeel. Het publiek wil graag betrokken worden. De sector denkt echter dat er weer meer te halen valt bij de overheid. Financieel gezien is dit wellicht zo, maar makers en instellingen: reken je niet rijk. De afgelopen jaren is pijnlijk duidelijk geworden dat de overheid een grillige partner kan zijn. Juist met je publiek kun je daadwerkelijk werken aan een vriendschap voor het leven.

Roy Cremers (1983) is directeur van voordekunst.nl, hét platform voor crowdfunding in de creatieve sector.


Originally published at www.roycremers.nl.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.