B3 — Dialoog

Zomaar een middag in de Utrechtse wijk Kanaleneiland.

“Meneer, mogen wij u wat vragen?” vraagt een klein, goedlachs meisje terwijl haar vriendinnetjes op een afstand staan te giechelen. 
 
 De student, die wat verontwaardigd is omdat zijn videospel werd onderbroken door het luiden van de bel, stemt toe. 
 
 “Heeft u wat over voor het goede doel?” klinkt er uit de mond van het kind. 
 
 “Oké, maar over welk goed doel heb je het? Heb je misschien een foldertje voor me?”
 
 Het meisje antwoordt hakkelend: “Nou, uhm… eigenlijk, nee. Niet echt.”
 
 De student fronst wat en begint te lachen. 
 
 “Nou ja, ik moet natuurlijk wel weten waar mijn geld naartoe gaat hè?”
 
 “Het is voor kinderen die een ernstige ziekte hebben”, antwoord het meisje. 
 
 “Maar wat voor ziekte dan?”
 
 “Dat weet ik eigenlijk niet.. maar het is ernstig en er is hard geld nodig om er iets aan te doen”
 
 “Ik weet niet of ik jullie geld moet geven”.
 
 “Oh, waarom niet?”
 
 De student schudt zijn hoofd.
 
 “Ik wens jullie nog veel succes meiden.”
 
 De deur valt dicht en het meisje en haar vriendinnen lachen.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.