Brussel beslist? Een open brief aan de Gentenaars

Waarde Gentenaars,

Jullie hebben intussen ongetwijfeld gehoord over wat er de laatste zeven dagen met mij en de politiek aan het gebeuren is. Nu het eindpunt bereikt is, laat mij kort vertellen waarover het ging.

Momenteel zijn er twee Vlaamse decreten in behandeling. Het ene gaat over de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent. Dit ontwerpdecreet is goedgekeurd door de Vlaamse regering en wacht op behandeling in het Vlaamse parlement. Er bestaat heel wat ongenoegen over dit decreet, dat geschreven is in Brussel met medewerking van een aantal mensen in hoge functies. Ik ken het re-integratiedossier helemaal niet. Ik ben niet voor of tegen specifieke bepalingen in het ontwerpdecreet; noch voor of tegen het idee van de re-integratie zelf.

Maar als volksvertegenwoordiger moet ik de algemene belangen van de samenleving en van kleinere gemeenschappen in de samenleving vertegenwoordigen en verdedigen. Daarom deed ik alles wat ik kon om gehoor te krijgen voor de bezwaren en verzuchtingen van mensen uit de ziekenhuisgemeenschap en de universitaire gemeenschap. Ik ben hier niet in geslaagd. Onbekende figuren achter de schermen schrijven wetten en decreten over het volk en het is blijkbaar onmogelijk om hierover enig gesprek met de bevolking en haar vertegenwoordigers te voeren. Niet verkozen mensen, die aan niemand verantwoording verschuldigd zijn, bepalen en beslissen zo over het lot van het volk. In plaats van ten dienste te staan van het volk en zijn vertegenwoordigers, dicteren zij hoe beide zich moeten gedragen. Men moet gewoon ondergaan.

Als het onmogelijk is om algemene belangen te vertegenwoordigen en te verdedigen, dan heeft mijn functie als volksvertegenwoordiger geen enkele inhoud en betekenis. Dan zit ik als volksvertegenwoordiger niet op de juiste plaats. Er is dan maar één conclusie mogelijk: me terugtrekken.

Wat het tweede decreet over de Universiteit Gent betreft heb ik wel een mening. Het voorstel maakt het onmogelijk voor twee mannen of twee vrouwen om op te komen als kandidaat-rector en vice-rector. Bekwaamheid wordt zo ondergeschikt gemaakt aan geslacht. Maar dit is mijn persoonlijk standpunt en het is nu aan de Raad van State om te onderzoeken of het ontwerpdecreet grondwettelijk is.

Men heeft me tijdens de laatste dagen gevraagd waarom ik omwille van deze twee kleine dossiers mijn politieke carrière opoffer. Naast alles wat ik nu al verteld heb, is er ook een persoonlijke reden. Twintig jaar geleden is mijn leven gered door de artsen en het verplegend personeel van het UZ Gent. Mijn intellectuele vorming zou onmogelijk geweest zijn zonder de personeelsleden en de omgeving van de Universiteit Gent. Dit, en niet meer dan dat, is mijn persoonlijke band met die twee gemeenschappen; op dezelfde manier heb ik als Gentenaar een band met jullie allen. In die zin omvat mijn betrokkenheid in deze hele situatie ook een dimensie van persoonlijke affectie naar de gemeenschap van het UZ Gent, de gemeenschap van de UGent, en de Gentenaars. Voor mij gaat het niet om twee onbenullige dossiers; het gaat over mensen en gemeenschappen.

Er zijn veel dingen gebeurd tijdens de laatste acht dagen. Ook ik ken niet alle feiten. Als men slechts een paar feiten of deelfeiten kent, kan men geen gegrond en gerechtigd oordeel vellen. Dit geldt voor oordelen over individuen, handelingen, partijen en organisaties. Daarom kan en wil ik geen oordeel geven. Maar van meet af aan wist ik dat er allerlei halve feiten zouden circuleren in mijn nadeel. Ik ben me volledig bewust van de zaken die men zal aanhalen: uitspraken over mijn psychologie (een hysterische en onstabiele vrouw, etc.); oordelen over mijn motieven en doelstellingen (verborgen agenda’s, op postjes jagen, aandacht zoeken); beschrijvingen van mijn handelingen (onervaren, disproportioneel); veroordeling van mijn capaciteiten (geparachuteerd, niet voor rede vatbaar, kan de werkdruk niet aan); zelfs mijn capaciteit om te horen, praten en luisteren zullen in vraag gesteld worden (niet bereid een gesprek aan te gaan, luistert niet); enzovoort, enzoverder. Als u zo denkt en me op die manier beoordeelt en veroordeelt, wil ik daar niets tegen doen, behalve u eraan te herinneren dat al deze gedachten gevormd zijn op basis van deelfeiten.

Ik ben in de politiek gestapt, omdat ik vind dat vertegenwoordiging en verdediging van de algemene belangen van het volk en de samenleving het enige doel is voor politici. Politiek is niet alleen een carrière en een beroep, maar ook een roeping. Daarom was ik bereid om mijn carrière op te geven, indien ik niet in staat zou zijn om mijn roeping te vervullen. Als deze roeping in conflict komt met mijn beroep, dan sneuvelt mijn beroep.

Als ik door deze stap persoonlijke aanvallen over me heen krijg, de minst populaire figuur in Gent, Vlaanderen en België word, of werkloos op straat sta (wat nu het geval zal zijn), dan is ook dat allemaal ondergeschikt aan de algemene belangen van het volk en de samenleving. U mag zelf oordelen waarom ik deze stap gezet heb.

Met hartelijke groeten
Sarah Claerhout