Charlotte Van Buylaere over Dorothy Iannone

In KIOSK loopt voor het ogenblik een tentoonstelling over het werk van Dorothy Iannone. Ondanks haar hoge leeftijd mag de Amerikaanse kunstenares pas sinds het begin van dit millennium op de aandacht van gevestigde instituten rekenen. Charlotte Van Buylaere, onafhankelijk curator en critica, legt in onderstaande tekst uit hoe dat komt en maakt een analyse van Iannone’s beeldtaal.

Detail uit de tentoonstelling Lineage of Love © Tom Callemin

Op een koude herfstdag, zo kort na de middag, zie ik Adriaan Raemdonck naar het huis van Fred Bervoets fietsen. De straat van Bervoets loopt parallel aan die van mij, en ik heb er zicht op vanuit de zetel waarin ik altijd zit om te lezen. Met het boek van Dorothy Iannone (°1933, Boston) op mijn schoot, vraag ik me af of er bij haar ook iemand dagelijks langskomt om te kijken hoe het met haar gaat. In mijn hoofd maak ik er een spel van om gelijkenissen en verschillen tussen Bervoets en Iannone te bedenken. Ik denk eraan hoe beiden zichzelf consequent representeren in hun werk, hoe ze angstvallig gedreven lijken door de leegte op het witte blad (dat compulsief wordt opgevuld met ornamenten en patronen), of hoezeer ze geprikkeld geraken door intense vriendschappen.

Zowel Iannone als Bervoets trokken zich niets aan van de aanwezige kunststijlen die hen omringden, maar werkten in tegenstelling halsstarrig voort aan hun eigen universum — dag in dag uit, alsof hun leven ervan afhing. Bervoets heeft natuurlijk het geluk gehad dat Adriaan Raemdonck hem in 1969 oppikte en hem als gallerist internationaal vertegenwoordigde. Voor Dorothy Iannone werd het wachten tot haar drieënzeventigste om eindelijk te worden opgenomen in het kunstenaarsbestand van een Parijse galerie. Voorafgaand aan dat jaar, in 2005, kwam haar werk immers bovendrijven als een onontdekte parel uit de kunstgeschiedenis en ontplooide zich een royale collectie van curieuze tekeningen, schilderijen, sculpturen, geluidskunstwerken, video’s en kunstenaarsboeken.

Detail uit de tentoonstelling Lineage of Love © Tom Callemin

Dat ze zo lang onder de radar van het kunstinstituut bleef, is hoogst merkwaardig. Zeker als men weet dat ze zich sinds de jaren zestig onophoudelijk in de meest prominente internationale kunstkringen bewoog. De liefdesaffaire met Dieter Roth die als een rode draad doorheen haar oeuvre beweegt en haar hechte vriendschap met Robert Filiou en George Brecht getuigen hiervan. Het enige kortstondige hoogtepunt uit de 20ste eeuw was haar deelname aan de tentoonstelling Friends die door Harald Szeemann voor Kunsthalle Bern gecureerd werd. Niet Szeemann, maar Dieter Roth nodigde haar uit om werk tentoon te stellen. Maar enkele uren voor de opening van de tentoonstelling werd het werk weggenomen omdat het beledigend zou zijn. Zo vervoegt Iannone het rijtje van laat erkende vrouwelijke kunstenaars wier werk eerder als obsceen werd afgevoerd: Maria Lassnig, Carol Rama, Claude Cahun, Carolee Schneemann,…. Ik betwijfel of Bervoets er ooit last van heeft gehad. (Denk bijvoorbeeld aan: Fred Bervoets, Bevruchting van een potvrouw, 1974).

Het veelvuldig afbeelden van genitaliën en de interseksuele personae vormden waarschijnlijk het grootste probleem voor de patriarchale kunstcritici van de 20ste eeuw.

De door tantra geïnspireerde ‘extatische eenheid’, waarin men spirituele bevrijding bekomt door erotische liefde, ontvouwt zich als het fundament van Iannone’s onderzoek. Zowel de christelijke iconografie als in ‘de extase van Theresa van Avilla’, als de Indiase beeldtaal uit de Kamasutra is herkenbaar aanwezig. Vlakke, kleurrijke en primitief aandoende tekeningen herinneren aan een samensmelting van Aubrey Beardsley en Frida Kahlo. Meticuleus zijn de ornamenten en motieven die zich als een horror vacui over de drager bewegen. Even precies zijn de reconstructies van anekdotes en memoires die in tekst en beeld worden vormgegeven. Iannone’s uitgesproken storytellingtalent verklapt haar achtergrond in Engelse literatuur. An Icelandic Saga (1978–86), The Berlin Beauties (1978), Danger in Dusseldorf (Or) I Am Not What I Seem (1973) of zelfs A Cookbook (1969) lezen als Bildungromans waarin zij en haar eeuwige muze Dieter Roth als protagonisten worden opgevoerd. De stijl is vrij, humoristisch en compromisloos. Het veelvuldig afbeelden van genitaliën (ook als repetitieve motieven, zoals in het werk van Elaine Sturtevant) en de interseksuele personae vormden waarschijnlijk het grootste probleem voor de patriarchale kunstcritici van de 20ste eeuw. De man-vrouw-mensen in de tekeningen van Iannone doen me denken aan de ronde oerwezens die Plato beschrijft in zijn Symposion. Zeus snijdt ze in tweeën om de mens zwakker te maken, waardoor het menselijk verlangen naar eenheid ontstaat. Afgezien van het tragische lot dat de mens hiermee beschoren is, zinspeelt de mythe op een compleet gelijke oorsprong van mannen en vrouwen.

Onder meer het schilderij Hommages Aux Femmes Et Aux Hommes dat Dorothy Iannone in 1983 maakte, leest als een pleidooi voor gendergelijkheid. Het thema komt vaak terug, maar staat haaks op haar eigen ontkenning van een feministische overtuiging. Ook haar quasi-obsessieve liefde voor Dieter Roth en enkele citaten en illustraties van (seksuele) subordinatie verraden haar paradoxale houding tegenover een feministisch discours. Zowel in haar leven als in haar kunstpraktijk lijkt zij voortdurend te schipperen tussen emanciperende idealen en patriarchale bescherming. Maar dat is misschien eerder de tragiek waaruit alle vrouwen zich dienen los te wrikken?

Charlotte Van Buylaere

03.12.16–29.01.17 Dorothy Iannone, KIOSK