Terloops: van Rolde naar Schoonoord
De klok van de Jacobuskerk luidt. Het is een slaperige zaterdagochtend in Rolde — te vroeg voor menigeen, ideaal voor ons. We nemen afscheid van het B&B waar we de avond ervoor waren aangekomen, een koddig wit huisje onder de rook van de kerk. Heerlijk oubollig, alleen de bedstee ontbreekt.
Enkele weken eerder liepen Reisgenoot J. en ik de vierde etappe van het Pieterpad. Nu maken we ons op voor de vijfde. We zijn in een sportieve stemming en willen de route beproeven: de officiële etappe gaat van Rolde naar Schoonloo, een afstand van achttien kilometer, maar we zijn vastberaden door te lopen naar Schoonoord, zo’n twaalf kilometer verder.

De zon schijnt. Opgewekt laten we Rolde achter ons. We doorkruisen Westerlanden en Zondagsbroek, natuurgebieden met namen die Tolkien zouden bekoren, en passeren de fraaie vennetjes van Meindersveen en de heide van het Grolloërveld. De omgeving blijkt bijzonder aantrekkelijk voor bevolkingsgroepen die we in voorgaande etappes nog niet gezien hadden: ruiters en mountainbikers. De modderige bosgronden zijn doorspekt met hoefafdrukken en bandensporen.
Een merkwaardig dier schiet voorbij. We aarzelen — wat is het? Langwerpig en kastanjebruin. Een hermelijn, vermoedelijk. Wolken bedekken de zon.
Voor het eerst treffen we wandelaars die zowel ons tempo hebben als onze route volgen. Het leidt tot een onrustig tafereel. De ene keer passeren ze ons, de andere keer wij hen — en telkens groeten we elkaar schaapachtig. Als we vooraan lopen, horen we naderende stemmen en voelen we ons achtervolgt. En als we achteraan lopen, zijn we genoopt onze snelheid te matigen om onze voorliggers niet te frustreren.
Bij het betreden van De Strubben, een grillig bosgebied, weten we het zeker: hier komt de regen samen die de voorbije weken zo overvloedig in Nederland is gevallen. Drassig terrein. We vorderen moeizaam.
Café Hegeman is de enige horecagelegenheid van Schoonloo, zo is ons verteld. Een uitgelezen rustmoment. Reisgenoot J. bestelt thee en mosterdsoep. Ik waag me aan koffie; een goed idee totdat ik het proef. We raken in gesprek met een sympathiek echtpaar, vijftigers uit Vlaardingen. Ze willen het Pieterpad in drie weken uitlopen en zijn nu enkele dagen onderweg. De afstanden vallen zwaar, vertelt de man terwijl hij van zijn Westmalle nipt, maar Groningen-stad was geweldig (“Overal kroegjes!”).
We gaan verder, de bossen voorbij Schoonloo in. Grauwe bewolking doemt op. In de verte knettert onweer. Dan begint het te regenen. Reisgenoot J. verdwijnt in haar capuchon, ik onder mijn paraplu. De grond verandert gaandeweg in een modderpoel. Zwijgzaam ploeteren we voort.
Het weer klaart op als we in Schoonoord aankomen, onze zelfgekozen eindbestemming van deze etappe. We hebben precies dertig kilometer en honderdnegentig meter gelopen — net iets meer dan ons doel. Tevreden gaan we op zoek naar een avondmaal. De plaatselijke Italiaan is gevestigd in een soort uit de kluiten gewassen garagebox; niet onze stijl. De nabijgelegen Chinees oogt aanvaardbaar, maar sluit al bijna. We vermannen ons en nemen plaats bij het naburige oer-Hollandse eetcafé. Frans Bauer en Normaal ontworstelen zich aan de geluidsinstallatie terwijl de barkeeper-met-ketting ons kalmerend koud bier en dubieuze droge wijn brengt. De menukaart is gespeend van biologische en vegetarische opties, dus we eten wat de pot schaft: kip met patat voor Reisgenoot J. en pannenkoek met kaas voor mij. Het smaakt naar groothandel en toch alleszins in orde.
Met stramme spieren lopen we onze laatste meters van de dag naar onze verblijfplaats voor de nacht — een verzorgd B&B, rustiek gelegen aan het water. Reisgenoot J. is blij. Ik ook.