Heroes or zeroes?

Tijd voor een 2 graden stress test

Om een veilige en aantrekkelijke toekomst te garanderen, moeten we snel en helemaal overstappen op een fossielvrije, circulaire economie.

Photo by Viktor Kern on Unsplash

Jim Hansen, de ‘peetvader’ van de klimaatwetenschap, stelt in Rolling Stone Magazine van januari 2017 dat de temperaturen die we vandaag meemaken dezelfde zijn als die van ongeveer 120.000 jaar geleden. Op dat moment was de zeespiegel zes tot negen meter hoger dan nu. Nietsdoen betekent dat we opnieuw zullen evolueren naar deze klimaattoestand uit het pleistoceen, waarbij we alle kuststeden zullen verliezen en tientallen miljoenen klimaatvluchtelingen op de been zullen brengen. De Europese Unie schat dat dit er in de komende decennia makkelijk 150 miljoen zouden kunnen zijn. Dat is veel volk.

Om die situatie te vermijden, stelt Johan Rockstrom en een groep Europese klimaatwetenschappers een nieuwe koolstofwet voor in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Naar analogie met de wet van Moore voor computers, stelt deze wet dat de uitstoot van koolstofdioxide elk decennium zou moeten halveren en dat de hoeveelheid opgewekte groene energie elke vijf jaar zou moeten verdubbelen. Bovendien moeten we ons haasten om tegen 2050 vijf gigaton koolstofdioxide per jaar weer uit de atmosfeer halen door middel van massale herbebossing en verbeterde landbouw.

Koolstofbudget

Volledig afstappen van fossiele brandstoffen betekent ook geenszins het einde van de industrialisering, wel integendeel, het leidt tot een volgende fase in de modernisering van onze industrie.

Twee jaar geleden waarschuwde Mark Carney, de gouverneur van de Britse Central Bank, in een opmerkelijke toespraak al voor de financiële risico’s die beleggers lopen als we gewoon verder doen zoals gewoonlijk en de zaken op zijn beloop laten.

Wetenschappers berekenden namelijk dat we nog maximaal 800 gigaton CO2 kunnen toevoegen aan de atmosfeer, als we de temperatuurstijging tegen het eind van de eeuw onder de twee graden willen houden. Dat is ons zogenaamde koolstofbudget.

En in werkelijkheid ligt de bovengrens voor een veilige klimaatverandering zelfs nog lager. In Parijs hebben honderd vijfennegentig wereldleiders immers afgesproken dat ze er alles aan zouden doen om de wereldwijde temperatuurstijging onder anderhalve graad Celsius te houden. Om deze strengere doelstelling te kunnen bereiken, beperkt het beschikbare koolstofbudget zich tot maar 350 gigaton CO2.

Volgens de Noorse energieconsultants Rystad bevatten de steenkoolmijnen en olie- en gasvelden die nu in gebruik zijn echter een potentieel van 940 gigaton CO2.

Het leeuwendeel van onze olie-, gas- en kolenreserves wordt dus onbruikbaar. Om onze klimaatdoelstellingen te halen, kunnen er geen nieuwe steenkoolmijnen, gas- en olievelden worden ontgonnen. En van degene die nu al in gebruik zijn, kan minder dan een derde worden vermarkt.

The Big (Fossil) Short

Als we geen fossiele brandstoffen meer kunnen ontginnen, zijn ze ook niet meer veel waard. Het verschil tussen de waardering (perceptie) en de reële waarde van activa (vastgoed, bedrijven, fossiele energiereserves, enz.) leidt dan tot een zeepbel die zal springen zodra de winst van de fossiele industrie niet meer als betrouwbaar wordt beschouwd.

Er zijn hier veel parallellen te trekken met wat Michael Lewis zo kleurrijk beschrijft in The Big Short. Hij heeft het dan wel over zogenaamde mortgage backed securities, d.w.z. fijn versneden en herverpakte rommelkredieten, maar ook grote spelers op de markt van de fossiele brandstoffen zitten op een gigantische koolstofzeepbel.

Gestrande activa en kapitaalvernietiging

Ook het rapport “Rethinking Transport 2020–2030” van Stanford-econoom Tony Seba veroorzaakte spasmen van angst in de gevestigde industrieën. Hij beschrijft namelijk hoe er binnen acht jaar nog nauwelijks diesel- en benzinewagens zullen worden verkocht. Onze transportsystemen zullen volledig overschakelen op elektriciteit. Hierdoor zullen heel wat industrieën zoals we die nu kennen instorten.

Door te blijven investeren in zogenaamde high carbon-, high risk- en high cost-projecten is het risico op kapitaalvernietiging en gestrande activa reëel en overal aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan pijpleidingen, raffinaderijen, boorplatformen of aan activa zoals bedrijfsvoertuigen, klassieke garages, gasdistributienetwerken, verwarmingsinstallaties, niet aangepaste productieprocessen en dies meer.

Volgens de Sustainability Accountings Standards Board, een non-profitorganisatie die dit soort risico’s onder de aandacht brengt van investeerders en die wordt voorgezeten door Michael Bloomberg, lopen zowat alle bedrijven die zij opvolgt — samen goed voor 27.000 miljard dollar in marktwaarde of 93 % van de beurswaarde in de Verenigde Staten — zo’n significante klimaatrisico’s.

Photo by Chris Li on Unsplash

Het is dus niet enkel de fossiele brandstoffenindustrie die een reëel risico loopt om achter te blijven met een hoop waardeloze, gestrande activa. Het kapitaal dat daarbij wordt vernietigd zou nochtans heel nuttig zijn om de energietransitie te financieren en daarbovenop een aantrekkelijke meerwaarde te realiseren.

Gevestigde bedrijven en hun uitdagers

Toch denken een heleboel ondernemingen dat ze mee zijn met de energietransitie door een handvol ecoproducten uit te brengen, een paar inspirerende evenementen te organiseren, hybride wagens in de vloot op te nemen en dit alles met veel lof te publiceren in een chick duurzaamheidsrapport.

Dat is rommelen in de marge. En het doet me denken aan de CEO van Baldwin Locomotive, die in 1930 verklaarde dat de vooruitgang in stoomtechnologie de dominantie van de stoommachine zou garanderen tot minstens in 1980. Dat was zijn respons op de komst van twee nieuwe technologiestartups: Ford en General Motors. Ook een bedrijf als Kodak, bijvoorbeeld, is er op spectaculaire wijze in geslaagd om de boot van de digitale disruptie te missen, hoewel zij als eersten, in 1972, patenten hadden voor digitale fotografie.

Photo by Jakob Owens on Unsplash

De wereld heeft al veel van dit soort disruptieve transities meegemaakt. Zij zijn vaak bepalend voor onze vooruitgang en de gevestigde spelers halen het daarbij zelden van de uitdagers. Er zijn vandaag niet meer veel mensen die werken in de dvd-industrie, de ontwikkeling van foto’s, de verkoop van typemachines of het opkuisen van paardenmest in steden.

Inzetten op volledige decarbonisatie.

Om Rockstroms carbon law te volgen en kans te maken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celsius moeten we een transitiepad inslaan waarbij alle energie- en industriegerelateerde CO2-uitstoot tussen 2025 en 2035 tot nul daalt.

Wendbare, visionaire bedrijven en regio’s zijn hier nu al volop mee bezig. Zo heeft China de bouw van negenentwintig kolencentrales stilgelegd. Het land bezit nu al een derde van alle hernieuwbare energiecapaciteit en heeft vorig jaar meer elektrische voertuigen verkocht dan de rest van de wereld. En als Texas een land zou zijn, dan zou het wereldwijd op de zesde plaats komen qua geïnstalleerd vermogen windenergie.

Photo by Iván S. Pasarín on Unsplash

In Kopenhagen, om een ander voorbeeld te noemen, is er nu meer fiets- dan autoverkeer en in Manhatten zijn er meer Tesla-laadpunten dan benzinestations. In Duitsland is het aandeel van hernieuwbare energie gestegen van 9 % in 2004 naar 32 % in 2016. Iets minder dan de helft daarvan is in handen van burgers en coöperatieven.

It’s better to shape the future than be shaped by the future

Bedrijfsleiders met visie begrijpen het belang van een koolstofvrije wereld maar al te goed. Begin januari schreven meer dan zeshonderd onder hen naar Donald Trump om erop te wijzen dat een terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs de Amerikaanse welvaart in het gedrang zou brengen. Tussen de ondertekenaars zaten bedrijven zoals eBay, IKEA, Monsanto, Levi’s, the New York Retirement Fund, Campbell Soup en Johnson & Johnson. Zij begrepen allemaal dat de klimaatverandering ook opportuniteiten biedt.

De transitie naar een fossielvrije, circulaire economie stimuleert namelijk duurzaamheid, bespaart op de kosten, creëert meer welvaart en welzijn en zorgt nog decennialang voor jobs die men niet zomaar kan outsourcen of vervangen door machines en robots.

Investeerders en bedrijven die geen actief tweegradenbeleid voeren riskeren dan economische activiteit mis te lopen en achter te blijven met gestrande activa waardoor ze irrelevant worden. De vraag is dus niet of we afstappen van fossiele brandstoffen maar wel hoe snel we dat doen. De winnaar is gekend, maar hoe brengen we de eindmeet dichterbij?

Ook in Vlaanderen kunnen politici, ondernemers en investeerders concrete stappen zetten om die kansen te grijpen en een gidsregio te worden in de volgende industriële revolutie.

Tweegradenstresstest

Een goed instrument daarvoor is de tweegradenstresstest waarbij bestuurders en investeerders de koolstofstrategie van hun onderneming (of overheidsinstelling) publiek maken. In zo’n rapport verklaart men duidelijk welke strategie en doelstellingen de onderneming hanteert om koolstof terug te dringen. Men beschrijft er de concrete stappen en mijlpalen om te beantwoorden aan de carbon law van Rockstrom en ook hoe de compensatie van het management is verbonden aan het halen van die ijkpunten.

Het geeft een inzicht in de directe en gerelateerde risico’s op stijgende kosten, de legitimiteit van de activiteiten, de gestrande activa, het vernietigde kapitaal en het eventuele jobverlies. Kortom, de tweegradenstresstest beschrijft hoe de onderneming het Kodak-scenario kan vermijden en hoe men nieuwe producten en diensten kan ontwikkelen die inspelen op de opportuniteiten van de energietransitie.

Heroes or zeroes

In dit spel is er trouwens geen plaats voor toeschouwers. Ofwel worden wij de klootzakken die de tragedie laten ontvouwen, ofwel worden we de helden die een aantrekkelijke, fossielvrije, circulaire maatschappij vormgeven.

De overgang naar een koolstofarme economie gaat niet over maatschappelijke verantwoordelijkheid, niet over idealisme of filantropie, maar over een nieuwe manier om economische successen te boeken. Een tweegradenstresstest kan daarbij een goeie filter zijn om de toekomstige winnaars te onderscheiden van de verliezers.


Deze vrije tribune verscheen in ‘Het rittenverslag’ van Participatie Maatschappij Vlaanderen • juni 2017