Bye Bye, zwaai zwaai Facebook.

Zes weken geen Facebook. Een cleanse voor de geest. In ‘An old Christian timeframe’. Een detox zonder sapjes. Vanaf aanstaande woensdag, Aswoensdag, tot Pasen.

Aswoensdag is voor katholieken de eerste woensdag na carnaval en vanaf dat moment staat leven veertig dagen in het teken van boetedoening. Zelf kom ik uit het hoge noorden en herinner me geen boetedoening, wij vierden geen carnaval, ook geen boetedoening, maar er was wel altijd die ‘zware deken’ van een grillige God. Van Jezus, zijn zoon, hield ik zielsveel en terwijl ik ’s avonds naar de contouren van de droogboeketten lag te kijken die boven mijn bed hingen, hield ik hele gesprekken met hem. Hoe we samen de wereld zouden kunnen redden, want dat was wat ik wilde; de wereld redden. Mijn inzet was hoog.

Misschien klinkt dit als heel lang geleden, toch dat valt wel mee, alleen het was de provincie en er was geen internet. De wereld leek ver weg en we waren bang voor de atoombom. Op mijn zestiende kwam de eerste zwarte familie in ons stadje wonen. Dat vonden we geweldig. Op vrijdagmiddag stonden de meisjes in de rij, op het Bolwerk om afwisselend Bouwe, ook een nieuwe jongen met witte wimpers, te zoenen en Steven, wat je op zijn Amerikaans uitspreekt. Als het maar nieuw was, anders. Andere verhalen. 
 
 Via een grote wereldkaart die op een prominente plek in onze keuken hing sijpelde, godzijdank, de wereld binnen. Ik had een geluk net als Pippi dat mijn vader kapitein was (alleen die van mij leefde echt en die van Pippi in haar verbeelding, maar dat begreep ik pas veel later) en al vocht hij niet met piraten, hij had toch maar mooi een overvaller van zich afgeschud en een storm overleefd met wel zestien meter hoge golven. Uren kon ik naar die kleurrijke kaart kijken. Fantaseren over alle mensen die ik nog niet kende. In de garage stond mijn polsstok en na school liep ik met de polsstok regelmatig het weiland in om slootje te gaan springen. Soms samen, vaak ook in mijn eentje. Gedachten en fantasieën wisselden elkaar af. Ik dacht aan het meisje in Beirut waar mijn moeder over had verteld. Mijn ouders werden warm onthaald in Beirut en uitgenodigd thuis te komen eten, samen met de hele familie van de meneer van het agentschap. Ze zagen Beirut in 1991. Het meisje was de enige die goed Engels sprak en ze vertaalde de verhalen aan tafel. De familie had niet veel, maar deelde van harte, ze waren opgetogen dat het buitenlandse schip, de eerste na de oorlog, weer in hun haven was aangekomen. Ik sprong over de sloot en zag twee kieviten achter elkaar aanjagen, ik had het haar graag willen laten zien. We hadden vriendinnen kunnen worden. Of stel je voor dat ik daar geboren was. In het weiland was alles mogelijk. “Ik zou zo graag weten hoe het nu met haar gaat.”, had mijn moeder gezegd. “Ik kan haar niet schrijven, ik heb geen adres. Er zijn daar geen straten, alles was kapot.”

Zonder adres kunnen we nu zoveel gemakkelijker contact hebben met mensen over de hele wereld. Ik ervaar dat als iets geweldigs.

En toch, door de grote stroom, ervaar ik soms juist ook vergetelheid; er zijn zoveel verhalen, er is zoveel informatie. Mijn concentratie raakt versnipperd. “Maar jij gaat toch heel gedoseerd met Facebook | social media om?” … “Ik wil het goede blijven zien.”, stamel ik. “Ik wil de vertekening van de werkelijkheid scherp blijven zien en het hart warm houden.”

Ik kan het ook niet precies uitleggen, maar om aangesloten te blijven, samen te blijven, sluit ik me even af. Ik wil doordrenkt blijven van de samenleving waarin ik leef. Dat is alles.

Dus een Facebook detox it is. En met mijn polsstok het weiland in.