Close your eyes.

Op het Leidseplein kom ik David tegen, hangend in een wit onderbroekje. Jee, jij wordt leuk oud zeg. Niet dat ik op oudere mannen val, maar ik zie wel dat David echt heel mooi oud aan het worden is. Je kan bijna zeggen dat zijn lichaam meer karakter krijgt nu. Ook Brad, die ik niet afgesproken tegenkom in een droom, krijgt meer en meer karakter. Zijn rimpels doen diepgang vermoeden. …Een deur zwenkt open, een bundel goud licht werpt zich naar binnen, stofdeeltjes dwarrelen en een slank silhouet doen mij en Brad opschrikken. We staan, of beter liggen, in een schuur met voornamelijk hooi. Ik kijk met een verschrikte blik op naar Gwyneth en weet even niet wat ik moet zeggen. Gelukkig, ze is me voor. Nog voordat ik iets kan stamelen zoals het spijt me, zegt Gwyneth: “Maak je geen zorgen, het is okay, ik zie het, echt, ik zie dat het tussen jullie echt is. Echt en eerlijk.” Ik wil antwoorden, maar ze neemt al afscheid met de woorden: “I leave you be.” “Nee! Nee, Gwyneth”, wilde ik nog roepen “het is niet wat je denkt, Brad is helemaal mijn type niet, dit …”, maar ze is al weg.

Jongens die ouder worden, of meisjes die ouder worden. Zoek de verschillen in wat we daarin het liefste willen of kunnen zien. Ik zit momenteel naar een Zweedse serie te kijken, ik kan de vinger er niet opleggen, maar er is iets wat ik niet kan duiden, er is iets anders, er is iets vreemds gaande, maar wat? Ineens zie ik het; bij de vierde aflevering heb ik pas in de gaten dat ik naar vrouwen kijk, waar geen botox in zit, vrouwen zoals ik. Wel opgemaakt en verzorgd, maar vrouwen met rimpels. Met een ouder wordende huid, heel sexy ook. In beeld zijn mijn ogen al niet meer gewend nog rimpels te zien. Dit vertel ik aan een vriendin die me op haar beurt vertelt, dat wanneer moeders zich vol laten spuiten met botox, hun kinderen niet de juiste emoties, of de diepte van die emoties, kunnen herkennen. En dus vervlakken emoties van kinderen. En vervolgens van de kinderen van de kinderen. Ken je dat doorgeef-fluister-spelletje – Barbie barbier bier ier Ier iea ie-aa ie-aa. “IE-AA!” Trouwens, waarom was het niet Angelina die de hooischuur binnenkwam? Ach, zo zie je; we geven aan alles onze eigen draai, we zien wat we zelf het liefste zien. Soms zie ik de dag en soms zie ik een droom. Soms zie ik de rimpel wel en soms zie ik de rimpel niet.

Hieronder één van de personages uit mijn langere ‘breiwerkje’, ze ligt in een zitzak en heeft een strak en glad voorhoofd. Ik stel haar bij deze voor:

“Plotseling hoorden ze op het strand een luid geronk van twee helikopters en een vliegtuig. Langs de vloedlijn zagen ze zeker acht boten naast elkaar opkomen varen van rechts naar links, tien tot vijftien meter uitelkaar, zo’n honderd meter over de breedte in beslag nemend. Alle hoofden veerden op, nekken werden uitgestoken, handen tegen de zon op het voorhoofd geplaatst; als stokaapjes stond iedereen op het strand of vanaf het terras dit beeld gade te slaan. Het geluid van de vliegtuigen hard en aanwezig, met ieder voor zich de gedachte; zou er iemand zijn verdronken? En wie? Eén van die jongetjes die voor haar voeten had gelopen toen ze op weg was naar haar eerste glas? En wie stond nu aan de lijn in de grootste verwarring denkbaar? De pijn invoelbaar. De hoop het pijnlijkst van allemaal. Te wachten. Hopen.

“Iemand is allang dood, wanneer ze met zo’n reddingsbrigade uitslaan.” Iemand verliezen zonder dag te kunnen zeggen is wel hard, dacht ze. Ineens weg zijn, zonder aankondiging. Haar adem stokte, ze zag de boten omkeren en weer hun kant opkomen. Het geronk van de helikopters hield aan. Het voordeel is wel dat wanneer je verdwijnt in de zee, iedereen naar je gaat zoeken. Ze had niet eerder zo’n grote brigade gezien en zo’n minutieus zoeken op het water. De verdwenen persoon was kennelijk ten onder gegaan wanneer vloed overgaat in eb, wanneer de zee verradelijk is terwijl ze ogenschijnlijk kalm lijkt. Vaak waren het toeristen, niet bekend met de hevige onderstroom, of surfers. Julio was het strand opgegaan, ze bestelde een fles rosé voor zichzelf en haar vriendin. Het pilletje van Julio begon te werken en ze was de tel kwijtgeraakt hoe vaak ze de boten van links naar rechts en van rechts naar links had zien varen, steeds een beetje verder de zee opschuivend. De zee afkammend. En iedere keer weer even de schrik dat er iemand dood in het water lag terwijl zij hier zaten te relaxen in hun zitzakken.

Misschien ging er op dit moment ook wel iemand dood in één van die huizen verderop, alleen dat zag je niet aan de buitenkant. Verdwijnen in zee zorgde in ieder geval voor de nodige pathos. Ze moest lachen. Ze stelde zich voor dat in plaats van op het strand, ze iemand in het park aan het ingraven was. In plaats van zand, in het park met modder. En in plaats van een zeemeermin met zand-borsten, zou ze in het park misschien wel een politieman maken, met een grote knuppel langszij. Of er bovenop. Ze wist zeker dat ze zou worden opgepakt. Idioot dat op het strand dat volstrekt normaal was. Zoals sterven in een huis dat is, maar in zee kon dat natuurlijk niet zonder deze herrie. Of wanneer je het IJ inloopt. Veel zwervers vinden daar hun einde. Niemand die het weet, niemand die het ziet. niemand die ze mist. Stil. Haar vriendin zei iets, ze kon het even niet volgen. “Staat daar nu een hert in het duin?” Ze wijst, maar haar vriendin let niet op. Dat heeft ze nog niet eerder gezien. Ineens zijn de boten verdwenen, de helikopters geland en de gesprekken op het terras weer luidruchtig. Ze staat op en gaat naar de wc. De wc is achter de strandtent, ze kijkt vlug in de spiegel en ziet dat haar mascara er nog goed op zit. Ze strijkt even met haar hand over haar voorhoofd, glad en strak, trekt het naar achteren en laat dan haar huid terugspringen. Ze opent een deur en ziet een hert drinken uit de wc pot. Ze pakt het volgende toilet. Er zijn er vijf.

Toen ze weer terugliep zag ze de eigenaresse praten met een stel verderop. Uit haar bewegingen kon ze opmaken dat het ging over de grootscheepse en luidruchtige reddingsactie. Aan de lach op het gezicht te zien en de beweging van de schouders scheen het allemaal nogal mee te vallen. Ze voelde iets van opluchting. Ze hield de eigenaresse aan en stelde waarschijnlijk dezelfde vraag. “Oh,” zei de eigenaresse, “het was een zeehond. Mensen hadden aan de kust in de branding een op en neergaand hoofdje gezien en hebben toen alarm geslagen in de veronderstelling dat het een kind was. Het bleek een zeehond. Ja, die komen hier ook niet zoveel voor.” Plotseling voelt ze een natte, harige druk op haar schouder. Nog een hert.”

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.