New Friends.

’s Middags lig ik even op de bank en denk: ik heb geen zin, waarom heb ik me hiervoor opgegeven. Rond een uur of zes maak ik me een beetje op, spuit een dure -het is nu eenmaal de aller lekkerste- parfum op, en net iets te laat op de fiets, moet ik ook nog een tijd voor de brug wachten. Ik heb me opgegeven voor een diner met vluchtelingen. Vluchteling. Refugee in het Engels klinkt in mijn oren anders, het komt van het werkwoord refuge. Toevluchtsoord zijn, geven of vinden. Ach, hoe het ook zij; vluchtelingen is een weinig concreet woord en hoe vaker we het lezen, hoe meer de abstractie zich opdringt en het wezenlijke van het woord wegsterft. Ik spurt naar Hôtel Droog. Ik zou met iedereen kunnen eten daar, de ambiance is bepaald geen straf. Vorige week rond deze tijd zat ik een hele avond met mijn smartphone te spelen omdat iemand me had aangemeld bij The Inner Circle, een app voor mensen die liefde en seks zoeken of simpelweg nieuwsgierig zijn. Nieuwsgierig kijk ik er rond, maak een weinigzeggend profiel aan, plaats een foto, vul bij zoekcriteria de leeftijd 35-45 in, en ben enigszins verbaasd wanner ik allerlei berichten krijg van jongens van gemiddeld 25 jaar, hun zoekcriteria lag iets hoger qua leeftijd, ik zie ze niet, zij mij dus wel, ik moet soms verschrikkelijk lachen, het zijn kwajongens gesprekken, leuker dan de gesprekken met de veertiger in crisis, en knal de app er vervolgens weer af. Precies een week later fiets ik naar een diner met vluchtelingen, vrouwen, voel me enigszins beschaamd, waarom ga ik er naar toe, maar vanaf het moment dat ik binnenkom is dat gevoel weg. Ik neem plaats aan een tafel waar twee Nederlandse vrouwen zitten, een dokter die ik ken en een actrice die me vaag bekend voorkomt, en drie vrouwen afkomstig uit Syrië blijkt al snel na de begroeting. En daarna luister ik. Mijn leven had niet haakser kunnen staan op het leven van deze vrouwen.

Er is een mens: een man of een vrouw die onder de grond leeft vanwege de rondslingerende kogels en vallende bommen, wiens vader en broer werden onthoofd, wiens kinderen werden achtergelaten om zelf alvast vooruit te gaan, of wiens man achterbleef, er was immers enkel geld voor de moeder en twee van de vier kinderen. Vernietiging van gezinnen. Vernietiging van de ziel.

Of, er is een mens: een man, een vrouw, die leeft in vrijheid en die dat leven vanzelfsprekend vindt.

“Heb jij eigenlijk al een vluchteling gezien?”, ving ik tijdens een verjaardag op. Je kan zien, zonder te zien. Je verbeelden, een voorstelling maken, dacht ik toen.

“Je kan niet, niet meer zien.”, wierp ik bedremmeld op.

Je kan jezelf voorstellen en welkom heten. En luisteren. Er zijn. Dan gaat de brug dicht en zie je: de ander bestaat niet.

Mijn verwachtingen werden helaas waargemaakt door deze vrouwen, het onvoorstelbare werd aan ons verteld, tranen vloeiend of wegslikkend, tussendoor werd er gegeten, werden er kritische vragen aan ons gesteld, soms was het weer even stil, dan een foto van een zoon of een dochter, een dochter als mijn dochter, voor haar huis in Damascus, ik slingerde ze geen hoop en optimisme toe, dat optimisme is genuanceerder geworden, we hebben gelachen, eerlijk gezegd hebben we gelachen om ‘de mannen’, maar wat ik niet heb zien aankomen, en ik voel weer een golf in mijn buik breken, is de kracht: de enorme kracht die uitging van deze vrouwen. In al hun kwetsbaar zijn. Deze kracht zag ik zelden. Het is een kracht waar ik van huil.

Vlak voordat ik de telefoon uitzet, licht mijn scherm op. Een bericht van New Friends.

“we were very pleased with the evening”

“ik wens iedereen een rustige nacht en gelukkig mooie mensen”

“we see you soon”, app ik terug “slaap zacht”.