Dansmeneer

Soms maak je iets mee wat het erg waard is om onthouden te worden. Een klein parelmomentje. Dat kan van alles zijn. Een vluchtige blik, een goede mop, een stilzwijgend gevoel of een betekenisvol moment met geliefden. Dit was ook zo’n moment, ben alleen niet helemaal zeker waaronder ik hem moet categoriseren. Ik denk: random leuke momentjes, ofzoiets.

Het is ergens rond de klok van twee uur ’s nachts. Ik sta in het klooster Roepaen, ik heb het zo lief. Vandaag alleen wat minder, er is een technofeest aan de gang. Muziek die voor mij klinkt als het hebben van hoofdpijn, ieder zijn ding. Ik doe mijn best om net zo vol tomeloze energie en enthousiasme te zitten als de mensen die komen bestellen aan mijn bar.

Er komt een meneer aan. Hij heeft het zwaar, of juist niet, het is maar hoe je het bekijkt. Ook hij is heel enthousiast, ergens in de vijftig, zonder shirt, bezweet (uhja) aan het dansen. In mijn hoofd speelt zich een langgerekt, opvallend neutraal getoonde “Waaaaauuuuww” af. Er lopen een handjevol mensen rond van zijn leeftijdscategorie maar hij slaat wel echt alles. En ik vind het heel leuk maar ook wat, een soort van zielig?

“Één bier” zegt hij. “Één bier?” “Ja, één bier alsjeblieft” met een grote knipoog gevolgd door een nog grotere glimlach. Ja, oké. Één bier dan. “Moedig mens” hoor ik mijn hoofd denken. Ik tap het biertje, hij is alweer bezig met dansen. Naast hem is een jongen komen staan, verbouwereerd staat hij de dansmeneer aan te kijken. Hij knikt in zijn richting en kijkt vervolgens naar mij. “Het zal je vader maar zijn…” zegt hij met de klank van rauwe veroordeling in zijn stem. “Ja…” zeg ik zo neutraal mogelijk. Ik kan niet uitmaken of ik deze meneer nu ontzettend eerlijk en puur vind of raar en zielig. Ik geef de dansmeneer zijn biertje en hij verdwijnt al gelukzalig dansend tussen de mensenmassa.

Dit moment was ansicht al een pareltje, maar een paar uur later wordt het nog mooier.
Inmiddels sta ik in de garderobe. Het feest begint op zijn einde te lopen, voeten doen pijn, de drugs zijn aan het uitwerken en mensen gaan naar huis. Daar komt hij aan. Wederom wordt ik begroet door een grote glimlach. “Meisje” zegt hij. “Ik moet jou iets héééééél belangrijks vragen.” “Vraag mij eens iets héééééél belangrijks meneer” antwoord ik geamuseerd. Ben benieuwd waarmee hij nu op de proppen komt. “Ik ben tijdens het dansen in de kapel mijn rode leesbril verloren. En het is hééééééél belangrijk dat ik die heb. Als jullie hem vinden bij het opruimen, willen jullie mij dan bellen.” “Mooi, hij weet al hoe dit werkt” denk ik. Ik noteer zijn naam, telefoonnummer en het belangrijkste, het gaat om de rode leesbril. Ik krijg een dikke duim en een glimlach, ik ben een lieve meid en ook hij vertrekt naar huis. 
Ja, inmiddels ben ik ben eruit. Ik vind deze meneer leuk. En ook al past hij qua leeftijd misschien niet helemaal in dit plaatje, behoort hij wel tot het groepje “meest vriendelijke feestneuzen van de avond”. Hij genoot en verloor zichzelf en zijn rode leesbril in de gehele ervaring. En dat kan ik heel erg waarderen.

Like what you read? Give Smeltkaars a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.