Scheef !


Al sinds een jaar of vijftien kom ik af en toe bij Aleth, op het Franse platteland, zo’n tweehonderd kilometer onder Parijs. Ik logeer daar dan in een soort schuur in de tuin. Of eigenlijk is het geen schuur. Het is —wás, vroeger— een combinatie van een communale bakkerij, de fournil, en een geitenstal. Een handvol arbeidersgezinnen uit het dorpje — het kleinste dorpje dat ik ken— bakte er tezamen hun brood. De andere helft van het gebouwtje, op een steenworp afstand van de kerk, was voor de geiten

De oven zit er nog in.
De geiten allang niet meer.

Ik zei het al: ik kom er al sinds een jaar of vijftien. Af en toe. En aan de muren van die ouwe bakruimte hangen al die jaren al dezelfde vijf prentjes.

Ze hingen er ook nu weer.
Maar ze hingen alle vijf scheef…