De saaie toekomst

“The future is going to be like a suburb of Stuttgart.”

J.G. Ballard

Nadat de opluchting over de verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk enigszins was wegebt, werden enkele mogelijke implicaties duidelijk. Met een beetje visie en geluk zal ver tot in de jaren ’20 een Europese kern ontstaan die in principe voor politieke stabiliteit en openheid staat. Op persoonlijk niveau is dat toch een opluchting omdat Europese desintegratie, gevoed door archaïsch nationalisme altijd het gevaar van oorlog met zich meedraagt en daar heb ik helemaal geen behoefte aan. Op collectief niveau lijkt zowaar een serieuze poging te worden ondernomen om Europa daadwerkelijk in de 21ste eeuw te manoeuvreren. Er gloort opeens een saaie toekomst aan de horizon.

De saaie toekomst vormt geen nieuw idee, maar in tijden van globalisatie, hyperrealiteit, accelerationisme en dreigende singulariteit lijkt het in de vergetelheid te raken. In sciencefiction is de saaie toekomst vaak gebruikt als achtergrond, een sarcastische kritiek op de bourgeoisie van dat moment. De tijdreiziger in The Time Machine (1895) komt in het jaar 802701 terecht in de samenleving van de Eloi, een ongedisciplineerd volk dat niet meer werkt en geen nieuwsgierigheid kent. Deze sleuteltekst presenteert een spanning tussen de saaie samenleving en de individuele avonturier die eind 19de eeuw een realiteit was maar in de daaropvolgende eeuw zou hij zijn einddoelen bereiken met de beklimming van de top van de Mount Everest in 1953, gevolgd door de afdaling in de Marianentrog van 1960. Alles wat daarna op Aarde voor avontuur doorgaat bevindt zich binnen deze twee begrenzingen.

In die zin kwam binnen zeven jaar een periode van ontdekking ten einde die duizenden jaren had geduurd en met de opkomst van de eerste steden werd ingeluid. Als alternatief voor de stad ontstond de avonturier, vaak een mengsel van ontdekkingsreiziger en krijgsheer, het type Alexander de Grote en Genghis Khan dat geobsedeerd is door het verleggen van grenzen en met tegenzin het steeds verder uitdijende rijk probeert te besturen. De avonturen van beiden zijn daardoor vrijwel nutteloos voorbij het avontuur zelf. Zodra ze sterven begint het rijk uit een te vallen.

In de 20ste eeuw werd de planeet definitief in kaart gebracht en wat overblijft van het avontuur is het zachte, gecontroleerde alternatief van toerisme en oorlog als oorlog, vernietiging ontdaan van elke nieuwsgierigheid. Genghis Khan die complete steden uitmoordde was al barbaars, ontdaan van avontuurlijke romantiek en technologisch opgepompt is oorlog pure waanzin. Er is geen plaats meer voor avontuur op de Aarde die zo overbevolkt is dat ze wel saai moet worden, wil de mensheid een kans maken op overleven. De nomadische impuls, die niet zo maar is af te leren, moet vanzelfsprekend naar buiten toe worden gericht voor iedereen die zich geroepen voelt om “de stad” te verlaten. De komende honderd jaar zullen voor hen een vruchtbare periode vormen die wanneer het succes oplevert, oneindige dromen zal genereren waarbij de verlangens van Vasco da Gama verbleken.

Die interplanetaire sprong vereist een kalme Aardse basis die nu grotendeels afwezig lijkt door de naar binnen gekeerde blik van retro-nationalisme en een ongestuurd globalistisch kapitalisme. Toevallig publiceerde The Guardian onlangs een uitgebreid artikel over de geschiedenis van het accelerationisme met veel aandacht voor de rol van de CCRU onderzoeksgroep aan de universiteit van Warwick in de jaren negentig:

Accelerationists argue that technology, particularly computer technology, and capitalism, particularly the most aggressive, global variety, should be massively sped up and intensified — either because this is the best way forward for humanity, or because there is no alternative. Accelerationists favour automation. They favour the further merging of the digital and the human. They often favour the deregulation of business, and drastically scaled-back government. They believe that people should stop deluding themselves that economic and technological progress can be controlled. They often believe that social and political upheaval has a value in itself.

Accelerationisme kent een aantal fascinerende aspecten die vooral ingebed in het positieve licht en de open horizon van de jaren negentig zinvol leken maar veel van hun charme hebben verloren door de aaneenschakeling van economische crisissen, op hol geslagen controlestaten en nieuwe volksverhuizingen. Er zijn een aantal problemen met accelerationisme, waaronder een die elk kind al snel leert: namelijk hoe sneller je gaat, hoe groter de kans dat je controle verliest en pijnlijk op straat valt. Maar de basisfout is dat kapitalisme vanaf zijn geboorte is verweven met fossiele brandstoffen en, enkele visionaire uitzonderingen daargelaten, moeite heeft om zich hier van los te koppelen. Met name in zijn meest libertarische variant kan kapitalisme zich gewoonweg geen alternatief voor massale CO²-uitstoot voorstellen. Nu kan men opmerken dat een versneld kapitalisme sneller fossiele brandstoffen zal uitputten zodat we er eindelijk vanaf zijn, maar de gevolgen zijn op de korte termijn catastrofaal voor klimaat, milieu en elk organisme met longen. Een uitkomst die alleen aantrekkelijk is voor de meest extreme vorm van ecologie waarin de mensheid dient te verdwijnen om het leven op Aarde te redden.

Andy Beckett merkt in The Guardian terecht op dat de peetvaders van accelerationisme, Gilles Deleuze en Félix Guattari, in hun latere boek Mille Plateaux (1980) herhaaldelijk waarschuwden voor versnellingen die om kunnen slaan in fascisme. Daar bestaan historische aanwijzingen voor in het geval van de Futuristen en je ziet hoe voormalig CCRU-lid Nick Land tegenwoordig eenzelfde traject doorloopt. Mille Plateaux vormde een noodzakelijk correctie op het welhaast defaitistische antwoord dat L’Anti-Œdipe (1972) was op het uitdoven van de energie van de jaren zestig (het voor Frankrijk cruciale mei ‘68). Het boek werd in de jaren negentig herontdekt, en vormt nog steeds de futuristische limiet van de filosofie. Mille Plateaux is een organisch boek, een bizarre handleiding voor een andere toekomst, actief maar ingetogen. Het is een tekst die continu beelden oproept van aarde, planten, water, licht, roest, overwoekering. Michel Foucaults introductie van L’Anti-Œdipe “als inleiding tot het nonfascistische leven” is uiteindelijk veel meer van toepassing op Mille Plateaux met zijn kalme experimenten voor zowel het individu als het collectief.

Het is een boek dat tot de canon van Solarpunk behoort, het politiek-esthetische laboratorium van een positieve ecologie. Solarpunk is nog lang niet uitgekristalliseerd en kan in wezen door iedereen worden toegepast die geïnteresseerd is in een groene toekomst. Persoonlijk zie ik graag een groene stad voor me waar stijlvolle en artistieke tuiniers werkzaam zijn. Een toekomst met de ingetogen sfeer van Spike Jonze’s Her (niet toevallig een film die Land veracht), waar mensheid en artificiële intelligentie elkaar voorzichtig aftasten.

Om terug te keren naar de saaie werkelijkheid: ongetwijfeld zal de verkiezing van Macron vooral een symbolische betekenis hebben, maar het is wel een hele belangrijke. Het neofascisme, geobsedeerd met nationale identiteit, naar binnen toe gekeerd totdat het zich op catastrofale wijze met anderen gaat bemoeien, een onmiskenbaar pad richting nieuwe oorlogen, is afgeslagen. Een van de conclusies die we moeten trekken is dat die overwinning nooit definitief zal zijn, dat een aanzienlijk deel van de mensheid niet wil leren van de geschiedenis. Zelfgenoegzaamheid en naïviteit dienen dus te worden vermeden. De E.U. die oersaaie bureaucratisch Unie, is in ieder geval (voorlopig) veilig gesteld. Het is verre van perfect, doorweven met neoliberale principes die uitgerookt moeten worden, maar nu de afslag richting een aantal rustige decennia is genomen, kan worden gebouwd aan een futuristische versie van Europa met een infrastructuur van treinen, fietsen en duurzame energie die verbindingen zoekt met de nieuwe Zijderoute. Het is tijd om het saaie continent te omarmen.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Omar Muñoz Cremers’s story.