Euthanasie
Gedachten van een muco-patiënt
Het is vijf uur ’s nachts. Voor de derde nacht op rij hebben hoestbuien mij brutaal uit mijn slaap gewekt. Het urenlange hoesten heeft me uitgeput. Alles doet pijn. Bij elke diepe kuch voelt het alsof mijn borstkast van binnenuit wordt opengereten met een bot mes. Het branderige gevoel in mijn keel daagt mijn longen uit. Rugpijn en vermoeidheid laten me doelloos staren naar het computerscherm. In de virtuele speeltuin van het internet lees ik het debat over euthanasie. Voorstanders en voorvechters van het leven, al dan niet van religieuze inborst, laten de zwaarden klinken. Eén opmerking trekt mijn aandacht:
“In de laatste dagen van je leven nog zelfmoord plegen. Hoe absurd is dat niet?”
Ik glimlach.
Toen ik als tiener geconfronteerd werd met de achteruitgang van mijn ziekte heb ik heel vaak aan zelfmoord gedacht. Ik heb nooit een poging ondernomen, al heb ik wel enorm roekeloze dingen gedaan die gemakkelijk de nationale krantenkoppen konden sieren. Op dat moment beleefde ik nog maar een fractie van de pijn die ik nu dagelijks ken. Zo lang je nog kan genieten van de kleine dingen neemt je overlevingsinstinct het over. Die diepgewortelde overlevingsdrang zit blijkbaar in onze genen ingebakken. Toen ik een jaar of 16 was zei ik: “als ik ooit elke dag moet aerosollen pleeg ik liever zelfmoord.” Destijds was euthanasie nog niet zo ingeburgerd en over GAS-boetes moest je je ook al geen zorgen maken. Het bleek jeugdige rebellie, vandaag heb ik al 7 keer geaerosold om mijn slijmen te verdunnen. Door je ego los te laten en je mee te laten varen op de golven van het leven ben je zelf in staat om je pijn te verlichten en te genieten van de kleine dingen.
Wat als die pijn niet meer verlicht kan worden? Wat als de pijn zo allesomvattend is dat het alles wat je ooit geweest bent verpulverd? Het moment waarop de pijn je verblindt voor de warmte van je geliefden. Wanneer je beseft dat enkel nog de dood je kan verlossen, niet omdat je dood wilt zijn maar omdat je wilt dat de pijn stopt.
Weinig mensen die deelnemen aan het debat over (kinder)euthanasie hebben de kans gekregen om deze pijn te ondergaan. De echte pijn is niet de fysieke marteling maar de uitzichtloosheid. De wetenschap dat het alleen maar erger wordt, tot er helemaal niets meer is. Het begrip ‘volwassenheid’ is op dat moment niet meer gerelateerd aan leeftijd maar aan levenservaring. Tijdens de laatste maanden in het leven van mijn terminale overgrootvader werd hij geconfronteerd met een ziektebeeld dat ik al sinds mijn jeugd ken. De kinderlijke angst die daarmee gepaard ging was enorm ontwapenend. Een mens teruggebracht naar zijn essentie. De nood om geliefd te worden en het leven te delen.
Wanneer pijn de essentie van het mens-zijn heeft verzwolgen, dat is het moment waarop de ziel zich toont. Ons lijden is dan niet meer alleen van onszelf maar ook van iedereen om ons heen. Deze maatschappij heeft er voor gekozen om de ogen te sluiten voor lijden. Alsof het geen essentieel deel is van het leven maar een te vermijden staat van zijn. We willen genieten van de zon zonder door de regen hoeven te lopen. Hier ligt net het verschil. De gezonde bejaarde die de laatste drie maanden van zijn leven vecht tegen kanker, versus de twintiger die nog geen dag zonder pijn heeft gekend. Hoe lang heb je nodig om te leren dat pijn en lijden evenwaardig deel uitmaken van het leven als geluk en liefde? Wordt de dood op dat moment de ultieme rust van de zieke, of wordt het uitstellen van de dood gerecycleerd als daad van egoïsme door de naasten die achterblijven?
Je hebt volgens mij twee soorten euthanasie. De werkelijke toediening van stoffen die het leven beëindigen en het stopzetten van levensnoodzakelijke hulp zoals een beademingstoestel of sondevoeding. In beide gevallen wordt de dood uitgenodigd als zalver van de pijn. Eén ding is mij duidelijk, de laatste personen die hun goedkeuring over deze beslissing zouden moeten geven zijn politici en onervaren mensen langs de zijlijn. Leef nu.