Duivels dilemma: familie of toekomst?

Door Steven Verhagen

Syrische meisjes wandelen langs het puin van kapotgebombardeerde huizen © AFP-JIJI

INTERVIEW Majd (19) is geboren in Syrië en opgegroeid in een dorp dat grenst aan de stad Damascus. De Syrische burgeroorlog die in 2011 begon, dwong hem zijn familie achter te laten. Op zijn achttiende maakte Majd de meest pijnlijke keuze uit zijn leven; hij nam afscheid van zijn familie en koos voor een toekomst elders.


Er is een burgeroorlog gaande in Syrië, waarbij al meer dan 220.000 Syriërs om het leven zijn gekomen. Wat is de oorzaak van al dit leed?

“Er zijn voor- en tegenstanders van president Assad die tegen elkaar strijden. Waar het conflict precies om gaat, durf ik niet met zekerheid te zeggen en dat maakt mij ook niet uit. Vóór de oorlog was het leven fijn. De Syrische burgers betaalden geen belasting, onderwijs was gratis en zelfs voor ziekenhuisopnames betaalden wij niks. De oorlog heeft een prachtig land beschadigd.”

Wat was Syrië voor een land voordat de oorlog begon?

“Vóór de oorlog was Syrië een fijn en welvarend land met een gelukkige bevolking. Syriërs studeren en werken hard. Ook gaan we graag op vakantie naar omliggende landen, zoals Egypte en Libanon.”

Hoe verliep de reis naar Nederland en wat voor impact heeft het achtergelaten op jou en je familie?

“Op 5 augustus 2015 vluchtte ik uit Syrië. Ik had destijds graag verder willen studeren aan de universiteit, maar dat was helaas niet mogelijk vanwege de gevaarlijke omstandigheden in het land. Syrië is al vijf jaar de dupe van een vreselijke oorlog en biedt nauwelijks toekomst voor jongeren; ik had dus weinig keus.

Het was een grote klap voor mijn familie, toen ik hen vertelde dat ik naar Nederland zou vluchten. We zagen elkaar dagelijks en kwamen elke avond bijeen om gezamenlijk te eten. Mijn situatie gaf geen ruimte voor luxe keuzes. Ik moest kiezen tussen familie of toekomst en dat voelde als een duivels dilemma. Ik legde mijn familie uit hoe belangrijk mijn toekomst voor me was en gelukkig toonden zij daar begrip voor. Van mijn kant was er ook begrip voor hun keuze om in Syrië te blijven. Zou jij je vader verplichten om mee te gaan naar een onbekend land? Ik kan mij sneller wortelen in een nieuw land dan hij. Integreren zal moeilijk zijn voor mijn familie. Op hun leeftijd is het veel lastiger om de taal te leren, een baan te vinden en aan de cultuur te wennen. Gelukkig hebben we wel contact via Skype.”

De reis naar Nederland was geen rechtstreekse bestemming. Ik heb echt gebruik gemaakt van alle denkbare vervoersmiddelen: de boot, de bus, de trein, noem maar op. De boottocht was zowel fysiek als mentaal erg zwaar. Ik was bang dat er mensen dood zouden gaan tijdens de reis over de zee. Gelukkig heb ik dit niet meegemaakt. Ook moet je lichamelijk sterk genoeg zijn om de reis vol te houden; rechtop blijven zitten in een overvolle boot vereist veel inspanning.

De enige manier om je familie te zien, is via Skype. Waar praten jullie over tijdens het skypen?

“We praten over alles, behalve de oorlog. Dat onderwerp proberen we juist te vermijden. Onze gesprekken beginnen altijd met: hoe gaat het? Net zoals in Nederland. Vervolgens praten we over luchtige onderwerpen, zoals het weer, wat we hebben gegeten of hoe de dag is verlopen. Je wilt tijdens zo’n gesprek niet denken aan de oorlog, daar denk ik al genoeg aan. Ik weet dat mijn familie elke dag om het leven kan komen en daar wil je tijdens het skypen niet aan herinnerd worden. Ik mag van geluk spreken dat ik in Nederland gerust naar bed kan gaan, wetende dat ik de volgende ochtend weer opsta.”

Wat voor toekomst had je in gedachte toen je in Syrië woonde? Kan je deze toekomst ook in Nederland waarmaken?

“In Syrië werkte ik als kapper en dat beroep wil ik hier ook graag uitoefenen. Ik had destijds plannen om naast mijn baan af te studeren aan de universiteit als elektromonteur. Dat was eigenlijk mijn enige droom. Natuurlijk wilde ik ook een huis, een mooie auto en een rijk leven, net zoals iedereen.
 
Mijn plannen zijn nog steeds hetzelfde, maar het leren van de Nederlandse taal heeft mijn prioriteit. Dan pas kan ik echt wat maken van mijn toekomst. Nederland is een prima land dat velen kansen biedt. Mijn toekomst heeft hier een groot kans van slagen.”

Denk je dat er snel een einde zal komen aan de oorlog in Syrië?

“Dat hoop ik met heel mijn hart. De waarheid is dat niemand weet wanneer deze oorlog zal eindigen, ik dus ook niet.”

© UNOPS

Je woont nu al ruim een anderhalf jaar in Nederland. 
Kan je een paar opvallende cultuurverschillen benoemen tussen de Syrische en de Nederlandse gemeenschap?

“Het valt me op dat Nederlanders vroeg naar bed gaan. In Syrië sluiten de winkels niet zo vroeg als in Nederland. Het centrum is geopend vanaf 09.00 en cafés en restaurants sluiten pas rond 00.00. Als je geluk hebt dan kan je om 01.00 nog ergens eten. De Syrische avonden zijn extra gezellig, want dan gaan de mensen juist naar buiten. In Nederland blijft haast iedereen na het avondeten binnen zitten. Misschien gaan ze daarom vroeg naar bed?
 
In Nederland zie je ook veel meiden op straat roken, dat zag er in het begin wel vreemd uit. In Syrië is dat niet toegestaan, maar ik kan er prima mee leven. Het is goed dat vrouwen in vrijheid leven. De houten schoenen en het grote aantal dronken mensen op straat heb ik ook niet eerder gezien. In Syrië zie je haast geen dronken mensen op straat en al helemaal geen houten schoenen. Grappig, al die verschillen.”

Wat gebeurde er allemaal toen je arriveerde in Nederland?

“Het begon in het in het dorpje Ter Apel. Daar ligt het aanmeldcentrum voor de registratie van vluchtelingen. Ik was nog uitgeput van de reis, maar tijd om bij te komen was er niet. Ik kon gelijk opgevangen worden in een tijdelijk vluchtelingenkamp, dus daar gingen we naartoe. Ik was op de hoogte van het feit dat mijn neef ergens in Nederland verbleef, maar verder wist ik niks over het land en de cultuur en had dus ook totaal geen beeld van waar ik terecht zou komen.
 
Toen ik en de andere vluchtelingen op het kamp aankwamen, werden we op een warme manier onthaald. Er waren zelfs mensen die speciaal voor ons muziek maakten; dat was mooi om te zien. Ik moest wel wennen aan het grote aantal politieagenten dat rondom het kamp liep, maar later begreep ik dat zij er voor onze bescherming waren en geen kwade bedoelingen hadden.”

Je hebt een Nederlandse vriendin. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

“Tijdens mijn verblijf in het vluchtelingenkamp speelde ik veel tafeltennis met een kampgenoot. Het waren lange en saaie dagen, maar het spel hield ons vrolijk. Op een dag brak mijn tafeltennisbatje; we moesten dus op zoek naar een nieuwe. Mijn kameraad nam het initiatief om een medewerkster van het kamp aan te spreken, maar door de taalbarrière kon hij de boodschap niet overbrengen. Ik ging dus voor poging twee. ‘’Hoi, batje?’’, vroeg ik aan een mooie bewaakster. ‘’Nou, misschien als je alsjeblieft zegt’’, antwoordde ze. Na wat gepraat en geglimlach hadden we dan eindelijk een nieuw batje gescoord, maar om eerlijk te zijn ging mijn interesse niet meer uit naar het batje; mijn interesse ging uit naar deze prachtige meid. Haar naam was Tessa.

Na een aantal potjes tafeltennis en een paar goede gesprekken begon er wat tussen ons te bloeien. Het werd een routine om elkaar te ontmoeten op afgesproken tijden. We spraken dan vaak af in de ochtend. Tessa is weleens vergeten om een roosterwijziging door te geven, waardoor ik voor niets in de kou stond te wachten. Haha, we kunnen er achteraf wel om lachen.

Afspreken op het kamp was niet genoeg. We wilden meer tijd en privacy en zo ontstond onze eerste ‘autodate’. We verlieten dan in de avond stilletjes het kamp en zetten de gezelligheid voort in de kleine auto van Tessa. We hadden dan lekker de tijd voor elkaar, zonder enige onderbreking. Wel konden we het beste vóór zonsopkomst terug zijn in het kamp, om zo de kans gesnapt te worden te beperken. Onze autodate was natuurlijk allesbehalve toegestaan.

Toen er voor mij eindelijk een woonplek beschikbaar was, zijn we elkaar blijven opzoeken en zo is een echte liefdesrelatie ontstaan. We zijn erg gelukkig met elkaar!”

Verloopt het inburgeren ook net zo soepel als de liefde?

“Inburgeren is lastig. Als ik met mijn Syrische vrienden of familie praat dan kan ik mezelf zijn. Als ik tegen Nederlanders praat, probeer ik mij zoveel mogelijk aan te passen. Dat aanpassen gaat niet altijd even makkelijk; de taalbarrière komt telkens weer om de hoek kijken. Ik ben totaal niet verlegen, maar vrienden maken is knap lastig als je de taal niet beheerst. Als ik Nederlandse vrienden heb, dan zal het inburgeren sneller verlopen. Mijn vriendin helpt me enorm bij het inburgeren. Ze neemt me overal mee naartoe en binnenkort gaan we zelfs schaatsen; dit heb ik nog nooit in mijn leven gedaan.

Tenslotte is het belangrijk om te werken en studeren. Al deze aspecten van het inburgeringsproces, zoals de taal, vrienden, een baan of een studie, helpen een vluchteling om succesvol te wortelen in de Nederlandse samenleving.”

Hoe ervaar je de hulp van de Nederlandse overheidsinstanties?

“Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), regelt de opvang en het woonverblijf voor vluchtelingen in Nederland. Tijdens dit proces wordt ons een hoop bijgebracht over de Nederlandse samenleving. Het COA geeft informatie over normen en waarden, maar organiseert ook kennismakingsdagen met Nederlanders. Deze dagen zijn erg gevarieerd. Ik kon terecht bij sportverenigingen en er werden etentjes geregeld. Ook zijn er ontmoetingsdagen in de kerk en de moskee. Al deze initiatieven zijn gesubsidieerd en geven een kijkje in de Nederlandse samenleving.

Toch verliep niet alles op een fijne manier. Ik en mijn vrienden hebben in de winterperiode nachten lang in de vrieskou moeten slapen en dat zonder verwarming. Ook liepen er mensen rond in zomerkleding en zijn er belangrijke dossiers van vluchtelingen kwijtgeraakt, waardoor zij tijdrovende procedures opnieuw moesten doorlopen. Met alle respect, het COA heeft veel voor ons betekend, maar aan sommige situaties denk ik liever niet terug.

Als je eenmaal een woonverblijf hebt, dan stopt de hulp van het COA. De gemeente neemt het dan over. Je krijgt een uitkering en bent verplicht om een stage te volgen. De stage wordt gezien als tegenprestatie voor het geld dat je ontvangt, maar is tegelijk een manier om goed te wennen aan het Nederlandse werkleven. Er volgt om de zoveel tijd een gesprek met een ambtenaar van de gemeente. In dat gesprek bespreken we mijn ontwikkeling en vertel ik hoe het met mij gaat.” Ik kan zeggen dat de Nederlandse overheid mij een zet in de goede richting heeft gegeven en daar ben ik haar dankbaar voor.

En hoe zit dat met de Nederlanders zelf. Voel je je geaccepteerd door hen? In Nederland loopt de discussie over vluchtelingen nogal vaak uit de hand.

“Het ‘stelen’ van banen door vluchtelingen is een gevoelig item onder Nederlanders. In Syrië was ik werkzaam als kapper. Ik hoop mijn beroep ook graag in Nederland te kunnen voortzetten. Ik denk dat Nederlandse en Syrische kappers verschillende technieken gebruiken. Deze vaardigheden kunnen we met elkaar delen en dat lijkt me juist een verrijking voor het kappersvak. 
 
Toch is het grootste deel van de Nederlanders met wie ik heb gesproken zeer positief. Ze zijn nieuwsgierig naar de Syrische cultuur, het eten en onze leefgewoontes. Soms stellen ze grappige vragen, zoals ‘’Is het niet gek dat je nu in een modern land woont? Ik ga dan vaak voor de grap mee in de onwetendheid van die persoon en antwoord dan zoiets als: “Ja, ik mis mijn paarden enorm, maar een auto went ook wel hoor!’’
 
De onwetendheid over vluchtelingen in Nederland verklaart voor een groot deel waarom er veel mensen bang zijn voor ons; ze kennen ‘de vluchteling’ niet goed. Ik ben ervan overtuigd dat je bevooroordeelde mensen anders kan laten nadenken door het gesprek aan te gaan. Ik merkte dit toen ik bij mijn aanstaande schoonfamilie op bezoek ging. Ze vonden het eerst maar raar dat hun dochter iets had met een Syriër. Na wat ontmoetingen en goede gesprekken werd ik warm onthaald, als een familielid; ze leerde mij kennen als mens.”

Er zijn mensen die niet het gesprek willen aangaan. Wat zou je tegen hen willen zeggen?

“Ik zou ze willen vragen om toch open te staan voor het gesprek. Informatie van de mainstreammedia is echt té eenzijdig om een beeld over mij en alle andere vluchtelingen te krijgen. Het nieuws zendt veel zware en negatieve informatie het land in. Het gaat dan bijvoorbeeld over een ruzie in een vluchtelingenkamp of een aanranding door een vluchteling. Door deze uitzonderingen keer op keer uit te zenden, ontstaat er een onjuist en onterecht beeld over vluchtelingen dat generaliserend werkt. Een gesprek kan dat beeld wegnemen en het tegendeel bewijzen.”

Moet je eigenlijk wel de tijd nemen voor mensen die niet willen luisteren?

“Ik ben te gast in jullie land en zal blijven proberen om te laten zien dat wij geen verkeerde bedoelingen hebben.”

Heb je in de tijd dat je in Nederland woont iets grappigs meegemaakt dat je met ons wilt delen?

“Ik heb met Nederlanders gesproken die aan één stuk doorpraten. Ik wil dan op een bescheiden manier duidelijk maken dat ik de taal nog niet onder de knie heb, maar vind het lastig om iemand te onderbreken in zijn verhaal. Als het langdurige ‘gesprek’ dan eindelijk eindigt, komen ze erachter dat ik niks van hun verhaal heb begrepen. De eerste reactie is dan vaak ‘’O, je begrijpt geen Nederlands? En dat laat je nu pas weten!?’’