Meisjes die toneel spelen

Ik heb mijn overbuurmeisje nog nooit ontmoet, en toch heb ik het gevoel dat ik haar ken. Ze rookt in de deuropening van haar appartement onophoudelijk sigaretten met een pijnfrons alsof de wind steeds in haar gezicht snijdt. Ze draagt elke dag dezelfde zwartleren enkellaarsjes waarvan ik niet kan zeggen of ze modieus dan wel hopeloos verouderd zijn. In de zomer zette ze een plant op het balkon die in de weken nadien rustig kon verdorren omdat ze hem nooit water gaf.
Wanneer de verveling tijdens het schrijven toeslaat, zit er soms niet veel anders op dan door mijn raam gadeslaan wat er in de straat gebeurt. En dan zie ik haar voorovergebogen het slot van haar fiets losmaken, een handeling waarbij haar rugzak steeds iets te ver over haar schouders glijdt. Het is zo’n meisje dat niet verankerd kan worden in de tijd. Waarschijnlijk omdat ze dat zelf zo gewild heeft. Met zekerheid kan ik het niet zeggen, maar het lijkt me een meisje dat veel boeken leest. Of dat tenminste in een toneelgezelschap zit, omdat één leven toch ook maar gaat vervelen.
Ze zal het wellicht zelf niet bevestigen, maar we hebben een band, mijn overbuurmeisje en ik. Al is het maar om de simpele reden dat onze levens nogal letterlijk lijnrecht tegenover elkaar geplaatst zijn. Omdat er, bij gebrek aan weidse velden en dichtbegroeide bossen, niet veel anders op zit dan te kijken hoe we ons allebei elke dag opnieuw door een opeenvolging van kleine rituelen worstelen.
En dan, op een dag, was ze weg. Haar hele appartement werd leeggehaald. Alle ramen tonen nu dezelfde kale ruimte. Zelfs de intrieste plant heeft ze van haar balkon gevist. Er is geen betere manier om de aandacht vast te houden dan op het juiste moment te verdwijnen. Maar dat weten meisjes die toneel spelen natuurlijk al.
