Als journalist aan het front: ethisch verantwoord?

De term ‘embedded journalism’ is voor veel oorlogsjournalisten wel bekend (en berucht), en ook iedereen heeft er dan een duidelijke mening over. Veel journalisten hebben kritiek op deze manier van journalistiek, doordat er vaak niet de hele waarheid bekend kan worden gemaakt, onder andere door het censureren van Defensie. En hoe kun je nu onafhankelijk verslag doen van een oorlogssituatie als je je tussen de militairen zelf bevindt, en er soms zelfs de noodzaak is te vechten voor je leven?

Wat is embedded journalism?

Door de oorlogssituaties in landen als Afghanistan is het erg gevaarlijk voor journalisten om onafhankelijk op pad te gaan en reportages te maken. Bovendien is het betalen van zo’n reis erg duur en kan de redactie daar niet altijd het geld voor opzij zetten. Daardoor is embedded journalism ontstaan: journalisten reizen onder bescherming van militairen mee naar oorlogsgebieden en proberen op deze manier verslag te doen van de situaties die zich daar voordoen. Vaak kunnen deze journalisten mee op een patrouille, waarbij de oorlogssituatie duidelijker voor ze wordt en ze dus beter verslag kunnen doen van de precieze problemen.

Tot dusver klinkt het allemaal erg aantrekkelijk, maar er komt nog meer bij kijken. Je grote baas is niet meer de hoofdredacteur van de krant waar je voor werkt, maar het Ministerie van Defensie, en Defensie bepaalt dus ook wat je wel of niet publiceert. Aangezien je in een legerbasis verblijft en dus eigenlijk alles te zien krijgt wat de vijand graag wil weten, zijn er genoeg dingen die je allemaal niet mag publiceren.

Joeri Boom, oorlogsjournalist en schrijver, is zelf al een aantal keer mee geweest naar oorlogssituaties in Afghanistan. In zijn boek ‘Als een nacht met duizend sterren’ laat hij zien hoe moeilijk hij het soms heeft met zijn afhankelijkheid van Defensie, maar ook hoe hij daar als koppige journalist tegenin gaat.

“Defensie wil niet dat ik schrijf over het gebrekkige pantser van de Bushmasters, want dat is operationele informatie waar de RPG-schutters van de Taliban hun voordeel mee kunnen doen. Volgens de voorlichter zijn extra pantserplaten onderweg. Ik weiger de passage te schrappen.” (2010, p. 97)

Is embedded journalism wel ethisch verantwoord?

In de Code voor de Journalistiek van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, staat het volgende:

‘Bij het doorgeven van nieuws neemt de journalist de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt als uitgangspunt. De verificatie van feiten en de weergave van uiteenlopende meningen belichaamt het journalistieke streven naar objectiviteit.’

Ook dit is een deel van de Code voor de Journalistiek:

“Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe.”

Bij embedded journalism wordt weinig tot geen gebruik gemaakt van hoor en wederhoor, en uiteenlopende meningen zijn vaak alleen maar van de militairen en Defensie zelf. Vaak doen journalisten wel hun best om ook inwoners van een oorlogsgebied te interviewen, maar moet dit onder begeleiding van een militair, en de lokale bevolking laat zich dan liever niet veel uit over hun mening.

‘De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling.’ — Code voor de Journalistiek

Het ligt natuurlijk erg aan de individuele journalist: de een zal wat verder komen dan de ander, en zal misschien op patrouille kunnen meegaan of plaatselijke bewoners kunnen spreken. Maar het feit blijft dat je onder hoede van Defensie meereist met militairen, en dat bepaalde dingen je gewoon niet toegestaan worden. Dit houdt dus in dat je niet onafhankelijk te werk kunt gaan.

Embedded journalism is in strijd met veel regels van de Code voor de Journalistiek, en kan bijna niet doorgaan als ‘ethisch’. Maar wat vinden de oorlogsjournalisten er zelf van?

Embedded journalism volgens oorlogsjournalisten

In zijn boek levert Joeri Boom grote kritiek op embedded journalism. Toen hij een keer meeging op patrouille, werd de eenheid in zijn jeep beschoten door aanhangers van de Taliban. Hij was toen genoodzaakt mee te vechten met de militairen.

“Het gevaar van meegaan met eenheden, of dat nu Islamitische strijders zijn of Nederlandse militairen in Uruzgan, is dat je je vereenzelvigd met de troepen. Dat is een gevaar. Het is de taak van de journalist om afstand te houden. Je kunt niet het hele verhaal vertellen door alleen maar met een partij mee te gaan. Dus je moet je lezers of kijkers duidelijk maken: dit is een eenzijdig beeld.” - Boom in een interview met Debuitenlandredactie.nl

Ook oorlogsjournalist Deedee Derksen heeft al het een en ander meegemaakt in verschillende oorlogsgebieden. In haar boek ‘Thee met de Taliban’ schrijft ze onder andere over het probleem van de eenzijdigheid van haar berichten.

“Zolang ik met de Amerikaanse of Nederlandse militairen meereis, hoor ik alleen hun verhaal, en dat is niet genoeg. Het gaat uiteindelijk om de Afghaanse bevolking. Wat maakt die mee, wat denken zij? Zijn ze voor de Taliban of voor de Afghaanse regering — en waarom? Ik krijg steun van mijn directe hef en van de hoofdredacteur, die ook vinden dat oorlogsverslaggeving in Afghanistan meer is dan een retourtje Camp Eggers of Kamp Holland.” (2010, p. 112)

De oorlogsverslaggevers geven zelf toe dat je in veel gevallen inderdaad maar één kant van het verhaal laat zien. Maar is journalistiek niet het belichten van alle kanten van het verhaal? Arnold Karskens vindt van wel, want ‘halve journalistiek bestaat niet’. Hij is een voorbeeld van een unembedded oorlogsjournalist, hoewel dat erg riskant is en bovendien behoorlijk duur (bij een embedded reis betaalt Defensie vaak de kosten, nog een voorbeeld van je grote afhankelijkheid).

‘Door genoegen te nemen met ‘embedded’ berichtgeving graaft de journalistiek haar eigen graf’ — Arnold Karskens

Vik Franke gaat zelfs nog een stapje verder dan Joeri Boom, toen hij en de militairen waarmee hij op pad was, in een hinderlaag waren gelopen.

“Ze zaten overal rondom ons en schoten op ons met AK47’s en RPG’s. Het was onvoorstelbaar. Ik bleef filmen en foto’s maken en heb daardoor alles vastgelegd tot de batterijen op waren. Toen zag ik een C8 liggen, een wapen van een commando. De commando stond op dat moment achter een machinegeweer. Ik ben toen zelf gaan schieten. Mede door mijn diensttijd weet ik nog hoe dat moest. Ik schoot op de plekken in een maïsveld waar ik dacht dat het vuur vandaan kwam. Dat was op vijftig meter afstand. Ik heb mijn steentje bijgedragen.”

Dit is nog zo’n voorbeeld van ‘halve journalistiek’, zoals Karskens dat mooi verwoordt. Stop je een journalist te zijn op het moment dat je niet meer kan filmen of foto’s kunt maken, en neem je dan ineens een bepaalde positie in? Journalistiek is geen baantje met 9 tot 5 tijden. Ook als iets niet meer wordt gepubliceerd, ben je nog steeds oorlogsverslaggever, en die kan niet zomaar mee gaan schieten omdat hij zo graag zijn steentje wil bijdragen.

Conclusie

Als journalist moet je altijd kritisch blijven en tegengas geven zolang iets niet ethisch is. Dit laten de voorbeelden van Joeri Boom en Arnold Karskens maar al te goed zien. Zelfs wanneer je de opdracht van Defensie krijgt een bepaalde passage te schrappen, kun je hier als journalist tegenin gaan. Toch is embedded journalism nooit onafhankelijke journalistiek te noemen, want je reist onder begeleiding van militairen mee met Defensie. Zij censureren niet alleen je werk, ook kiezen ze de plek uit waar ze je willen hebben en laten ze een eenzijdig beeld zien van het werk in oorlogsgebieden. Het is bijna onmogelijk voor journalisten om erachter te komen wat het lokale volk nou vindt van de Nederlandse militairen.

Oorlogsverslaggeving is nooit ideaal en dat zal het ook niet worden. Embedded journalism heeft genoeg nadelen en is zelfs niet altijd ethisch te noemen, maar we moeten onder ogen zien dat unembedded journalism nou eenmaal niet altijd realistisch is.

Bronnen

Boom, J. (2010). Als een nacht met duizend sterren (2e ed.) Amsterdam, Nederland: Uitgeverij Podium/BKB.

Derksen, D. (2010). Thee met de Taliban (1e ed.) Nederland: Uitgeverij De Geus.

Koens, O. (2008, 26 maart). Arnold Karskens: ‘Halve journalistiek bestaat niet’. Geraadpleegd op 20 april 2016, van 
http://www.denieuwereporter.nl/2008/03/arnold-karskens-%E2%80%98halve-journalistiek-bestaat-niet/

Nederlandse Vereniging van Journalisten (2008, april) Code voor de journalistiek. Geraadpleegd op 22 april 2016, van
https://www.nvj.nl/wat-wij-doen/dossiers/ethiek/code-voor-de-journalistiek

Van de Wiel, C. (2014, 18 augustus). ‘Ik wil tot het uiterste gaan en alles hier leren kennen.’ Geraadpleegd op 21 april 2016, van http://debuitenlandredactie.nl/2014/08/ik-wil-tot-het-uiterste-gaan-en-alles-hier-leren-kennen/

Müller, J. (2006, 24 oktober). Filmmaker in Afghanistan slaags met Talibaan. Geraadpleegd op 22 april 2016, van http://vorige.nrc.nl/binnenland/article1735856.ece/www.stamos.nl