Dance like it is o.k. #20 : De beste albums van 2016

Twee jaar geleden stopte ik met schrijven voor muziekblad OOR. Sindsdien heb ik niet veel over muziek geschreven. Betekent niet dat ik geen muziek heb geluisterd. Eigenlijk ben ik de afgelopen jaren net zo te werk gegaan als daarvoor. Promo’s luisteren, zoeken naar nieuwe geluiden tussen alle retro en genieten van retro die zo goed is gedaan dat het pastiche-gehalte niet uitmaakt.

Door een aantal recente ervaringen — interviews met Moor Mother en Michael Mayer, studenten die onderzoek doen naar hiphop-cultuur in Luik — voel ik het schrijfvirus weer actief worden. Waar ik in 2017 weer over popcultuur ga schrijven weet ik nog niet. In ieder geval bij FRNKFRT en hier op medium, maar ik zoek er zeker nog een platform of tijdschrift bij.

Om in stijl af te trappen blaas ik mijn oude signaleer-column ‘Dance Like It Is O.K.’, vernoemd naar de dansvloer-klassieker van het Hamburgse duo Märtini Brös, nieuw leven in. Die verscheen achtereenvolgens in cut-up, OOR en The Quietus. Ook heb ik besloten in het Nederlands over popmuziek te schrijven. Mijn avontuur bij het Britse magazine The Quietus is erg goed bevallen, maar er wordt in het Engels al genoeg geschreven over relatief onbekende pop.

In alweer nummer #20 — eigenlijk #1 van de nieuwe reeks — blik ik terug op het jaar 2016 en presenteer ik de popalbums die me het meest hebben geraakt. Dance Like It Is O.K. zal vanaf nu onregelmatig verschijnen en gaan over nieuwe en misschien ook wel (stok)oude releases die wat mij betreft aandacht verdienen.

2016 was een interessant jaar voor popmuziek. Een aantal pioniers blies de laatste adem uit. Bob Dylan won de Nobelprijs voor de literatuur. Het tijdschrift over elektronische muziekcultuur DJ Broadcast dreigde te verdwijnen en werd gered door een crowdfunding-actie. Er is dus ruimte voor en behoefte aan kwalitatief goede journalistiek over popmuziekcultuur.

Er is genoeg om over te schrijven. Het afgelopen jaar heb ik genoten van geweldige muziek. De volgende albums deden mijn muzikale hart sneller kloppen dan andere.

Andy Stott — Too Many Voices

Albums van de in Manchester geboren en getogen Andy Stott zijn altijd spannend door de dunne lijn tussen techno en experiment die hij bewandelt. Op ‘Too Many Voices’ neemt hij zoveel zijpadjes dat je als luisteraar de weg dreigt kwijt te raken. Net op tijd brengt Stott je altijd weer terug op de route. Prachtig album van een van de interessantste en beste producers van deze eeuw.


Those Foreign Kids — Oh, Nothing

Nieuw is het geluid bepaald niet, maar de indierock van Marijn Westerlaken en Teun Heijmans (ze noemen zichzelf Ryan Gosling en Macaulay Culkin) op ‘Oh, Nothing’ heeft zelden beter geklonken dan hier. Het duo laveert — met enkel drums, gitaar en zang — ergens tussen de vroege Beatnik Filmstars, Sonic Youth, No Means No en Trumans Water in. Het zijn de godvergeten goede liedjes die ‘Oh, Nothing’ zo fantastisch maakt. Vanaf de eerste seconde wordt het gaspedaal indrukt om de voet pas in afsluiter ‘Psycholabrador’ iets te laten vieren, giert de overstuurde gitaar rond en buitelen de aanstekelijke melodieën over elkaar heen. Gespeeld met een drive en energie om U tegen te zeggen. Kers op de griesmeel van Nederlandse neo-indie.


C-Jay — BackSlider

Beste ambient-album van het jaar. ‘BackSlider’ is eigenlijk een mini-lp, maar duurt uiteindelijk meer dan een uur. De zes afzonderlijke delen zitten ergens tussen klassieke ambient — Brain Eno’s ‘Music for Airports’ en het vroege werk van Klaus Schulze en Tangerine Dream — en progressive breakbeat — denk aan BT en Hybrid — in. Het is de open productie van Christian Jansen die ‘BackSlider’ zo goed maakt. De muziek lijkt te ademen, je te willen omarmen en mee te voeren naar een alternatieve werkelijkheid. Dat is precies wat goede ambient hoort te doen. Check ook de bijdrage van C-Jay aan de ‘Bedrock 18’ verzamelaar samengesteld door John Digweed: het twintig minuten-durende ‘Trip’ is net zo goed als het beste materiaal van The Orb.


Isolation Berlin — Und aus den Wolken tropft die Zeit

De soundtrack voor de melancholie van de metropool, wordt de muziek van Isolation Berlin door de Duitse popmedia genoemd. Of de donkere kant van de discobol, om aan te geven dat de band nu eens niet voldoet aan het huidige Berlijnse muziekcliché van dansbaar en vrolijk. Zanger en liedjesschrijver Tobias Bamborschke, gesjeesde Keulse toneelstudent die zich in Berlijn geïsoleerd voelt, is vast verguld met dergelijke typeringen. Zijn band snijdt door de ziel. Postpunk is de meest accurate omschrijving, maar bij Isolation Berlin gaat het niet zozeer om genres maar om troosteloosheid, beklemming, eenzaamheid, rauwheid, nonchalance. Aan de hand van het particuliere en bijzondere beschrijft Bamborschke de wereld. Zijn wereld. En die is wat vreemd, maar wel echt en oprecht. Herkenbaar ook. De stuiterende indierock van het Berlijnse viertal vormt de ideale omlijsting. De band bedacht er de term Berliner Schule voor. Niet onterecht. Dit debuut kan immers zo in het rijtje ‘Ich-Maschine’ (Blumfeld) en ‘Digital Ist Besser’ (Tocotronic). Albums die de Hamburger Schule ooit definieerden.


Albert van Abbe — Champagne Palestina

‘Campagne Palestina’ is onderdeel van een conceptueel drieluik van de eigenzinnige Eindhovense producer Albert van Abbe. Prachtige vormgeving, hij is ook grafisch ontwerper, en prachtige muziek. Op ‘Campagne Palestina’ staat verlangen centraal. Naar exotische oorden, naar de ander, wellicht naar een verhaal waarin je eindelijk eens de hoofdrol kan spelen. Dat verpakt Van Abbe is experimentele techno die soms richting (dub)ambient gaat, dan weer leentjebuur speelt bij Detroit en meer experimentele elektronische muziek uit de jaren 1990.


Glice — Fleisch

Over het Amsterdamse duo Glice schreef ik uitgebreid bij frnkfrt. Daarom houd ik het hier kort. Glice op ‘Fleisch’ is new weird ambient. Muziek die het accelerationisme heeft omarmd. Non-lineair en niet-historisch.


Junior Boys — Big Black Coat

Het Canadese duo Junior Boys heeft nog nooit een slecht album gemaakt. Sinds ‘Last Exit’ (2004) volg ik ze op de voet. Johnny Dark verhuisde naar Berlijn en nam afstand. Nu zorg Jeremy Greenspan alleen voor de composities. Op ‘Big Black Coat’ bijgestaan door oude bekende Matt Didemus. Dark wordt wel een beetje gemist (zijn hooks waren intens sexy), maar ook zonder hem is Junior Boys de beste synthpop-band van deze eeuw. Het nostalgisch verlangen druipt van ‘Big Black Coat’ af. Pop om je totaal in te verliezen.


Moor Mother — Fetish Bones

Duizendpoot Camae Aweya noemt zichzelf en haar muziek ‘Low fi/dark rap/chill step/ blk girl blues/witch rap/coffee shop riot gurl songs/southern girl dittys/black ghost songs’. Vanuit een van de slechtere wijken van Philadelphia probeert ze de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de VS meer zelfvertrouwen te geven. Ze schuwt geen enkel middel. Workshops, dichtkunst, onderwijs, Aweya doet het. En ze maakt muziek. ‘Fetish Bones’ is haar zoektocht naar de geschiedenis van de donkere vrouw. En die klinkt rauw, hard, noisy, compromisloos en indringend. ‘Everything ain’t okay’. Beste hiphop-album van het jaar.


Juan Atkins & Moritz von Oswald — Present Borderland: Transport

Detroit en Berlijn ontmoeten elkaar. Atkins en Von Oswald zijn even oud (geboren in 1962) en hebben de basis gelegd voor techno. Eerder werkten de twee samen op ‘Borderland’ (2013) en dat pakte redelijk uit. ‘Transport’ laat horen hoe het resultaat klinkt van nu de twee elkaar muzikaal beter kennen. De stukjes vallen er in elkaar en Detroit en Berlijn vloeien er in elkaar over. Dat betekent techno die je uitdaagt te dromen van een toekomst.


Oval — Popp

‘Popp’ is het eerste album dat verschijnt op het kersverse eigen platenlabel UOVOOO van Markus Popp. Het is tevens zijn meest toegankelijke album ooit. ‘Popp’ is een continue stroom aan dansbare, toegankelijke muziek waarin zoveel gebeurt dat je als luisteraar geen seconde meer nadenkt over het wezen van de muziek zelf. Elke gaatje is dichtgesmeerd, elke nanoseconde gevuld. Alsof hij niets aan het toeval wil overlaten. En wat zijn al die geluidjes inventief en mooi.


Jesu/Sun Kil Moon — Jesu/Sun Kil Moon

Gouden samenwerking tussen Amerikaan Mark Kozelek en Brit Justin Broadrick. De prachtige teksten van Kozelek, die door hem gedragen en op die typische Amerikaanse indie-manier worden voorgedragen (vermoeid, berustend, een plek gevend) worden prachtig ondersteund door de rustige, bijna vertraagde muzikale landschappen van Broadrick. Een album om lang in rond te dwalen en, wanneer je niet oppast, te verdwalen.


DIIV — Is The Is Are

Misschien net iets te lang met een handjevol overbodige nummers. De rest van ‘Is The Is Are’, en dat zijn dan toch nog zo’n twaalf nummer, is fantastische retro shoegaze/indiewave die net zo goed klinkt als het beste dat die genres in de jaren 1980 heeft opgeleverd. Nog net iets beter dan het in 2012 verschenen debuut ‘Oshin’. Dat heeft Zachary Cole Smith toch mooi voor elkaar.


Jan St. Werner — Felder

Vierde deel van het project ‘Fiepblatter’ waarin Jan St. Werner, bekend van Mouse On Mars, geluiden cultiveert die hij overal vandaan heeft gehaald. Een soort field recordings dus, al nam St. Werner lang niet alle gebruikte geluiden zelf op. St. Werner construeert velden (Felder in het Duits) van betekenis door de fragmenten, die in zichzelf een eigen betekenis hebben, te combineren met andere waardoor er nieuwe betekenissen ontstaan. klinkt als het meer experimentele werk van Ricardo Villalobos, alleen dan zonder beats. Journalist Wolfgang Frömberg van het Duitse tijdschrift Intro hoort in ‘Felder’ een fabriek dromen en een club verzuchten. Mooie omschrijving.


The Field — The Follower

De tegenspeler van ‘From Here We Go Sublime’, het in een witte hoes debuut van Axel Willner uit 2007. Toen zag het er in de wereld, ondanks een economische crisis nog relatief rooskleurig uit. ‘The Follower’ is gestoken in een zwarte hoes en is muzikaal het tegenovergestelde: rauw, ritmisch, direct en donker. Al dwarrelen de sneeuwzachte beats er ongevaarlijk rond, de ondertoon is gitzwart.


Shackleton with Ernesto Tomasini — Devotional Songs

Fraaie samenwerking tussen dub-koning Shackleton en operazanger Ernesto Tomasini die wel iets weg heeft van het werk dat de Britse band Dead Can Dance uitbracht aan het einde van de jaren 1980. Shackleton bewandelt het pas dat hij sinds zijn verhuizing van Londen naar Berlijn bewandelt: weg van techno naar muziek uit het midden-oosten toe. Dat levert mooi melodieën op die langzaam in elkaar verweven raken en op nummers beginnen te lijken. Tomasini legt daar zijn zang overheen. Dat is even wennen, maar leidt uiteindelijk tot prachtig resultaat.


Lost Bear — Inside The Dragon

Vreemd album. Dertig nummers. Twee plakken vinyl. Zeventig minuten muziek. Lijn is er niet te ontdekken in de muzikale keuzes van het vijftal uit Utrecht. Of eigenlijk wel: er wordt vrijelijk geciteerd uit het verleden dat is nu is opgerekt tot het hele spectrum van popmuziek tussen de jaren 1970 en 1990. ‘Inside The Dragon’ rammelt, zwabbert van links naar rechts en blijft dwars en eigenwijs overeind. Allemaal gespeeld alsof ze direct vanuit de oefenruimte op plaat zijn gezet. Klinkt godvergeten goed. Neo-indie geschreven in hoofdletters.


Black Mountain — IV

Recensies waarin ‘IV’ een saaie albumtitel wordt genoemd, dat is wel even gniffelen want een directe verwijzing naar het beste album van Black Sabbath. De Canadezen van Black Mountain nemen zichzelf net zo serieus als het muzikale verleden waaruit ze rijkelijk putten. Black Sabbath, Can, MC5, Mountain, dat soort werk. Anti-helden die muzikale helden werden. Net als Black Mountain. Die klinken inmiddels zo vreemd dat ze net zo goed van een andere planeet hadden kunnen komen. Heb ik Rush al genoemd?


Automatisme — Momentform Accumulations

Debuutalbum van producer William Jourdain als Automatisme op het Constellation-platenlabel. Vreemde eend in de bijt daar, want de in Quebec woonachtige Jourdain laveert ergens tussen donkere ambient, drones, glitch en techno in. Klinkt halucinerend, vervreemdend en ergens ook als de hartslag van een soort hybride machine die op zoek is naar een eigen wezenlijkheid. Ach, mijn fantasie slaat op hol van ‘Momentform Accumulations’.