Toen kwamen we langs Boekhandel Blankevoort

Dagboek van het Dagboekarchief #2

‘Toen kwamen we langs Boekhandel Blankevoort en daar stond Peter Schiff met nog twee jongens; het was voor het eerst in lange tijd dat hij me weer groette en ik had er echt plezier in.’

Anne Frank hield van Peter zoals ze nog nooit van iemand had gehouden, zo vertrouwde ze haar dagboek Kitty op 1 juli 1942 toe. Bij Boekhandel Blankevoort zou ze Peter voor het laatst zien, vijf dagen later dook de familie Frank onder. In het achterhuis droomde Anne van Peter. De mede-onderduiker van dezelfde naam, die uiteindelijk een kus van haar mocht ontvangen, was in Anne’s fantasie Peter Schiff uit Amsterdam Zuid. Ze moet vaak gedacht hebben aan die laatste ontmoeting, de laatste blik die ze uitwisselden en zijn ‘fluweelbruine ogen’. Ongetwijfeld kwam dan ook Boekhandel Blankevoort in beeld, om de hoek gelegen aan de Zuider Amstellaan (Rooseveltlaan), waar haar geliefde dagboek Kitty vandaan kwam.

Rechts op de hoek Boekhandel Blankevoort, 1938. Collectie prentbriefkaarten Stadsarchief Amsterdam.

De prille liefde tussen Anne en Peter is nooit tot bloei gekomen door de brute gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, maar Kitty heeft het overleefd. Het roodgeruite dagboek — mét slotje — dat Otto Frank voor zijn dochter’s dertiende verjaardag kocht, na haar dood bewaarde en publiceerde heeft de bijzondere gedachten, gevoelens en belevenissen van Anne aan de wereld kenbaar gemaakt. Haar werk onderstreept het belang van dagboekschrijven en de conservering van dagboeken.

Om hierbij stil te staan wordt op 12 juni, de verjaardag van Anne Frank, de dag van het dagboek gevierd. Thema dit jaar is verliefd en het Nederlands Dagboekarchief organiseert op deze dag een lezing rondom dit onderwerp. Ook wordt ‘Een groot verlangen dat branden doet mijn hart’ gepresenteerd, een bundel dagboekfragmenten met het thema verliefd. De locatie? Boekhandel Blankenvoort natuurlijk, sinds 1978 gevestigd in Amstelveen.

De ruime winkel is om 16.00 uur helemaal vol, mensen zitten op de trap en de deur staat open voor wat frisse lucht. De middag wordt geopend door Nina Wijsbek en Mirjam Nieboer van het Dagboekarchief. Het is een mondig publiek, want tijdens de introductie van Nieboer vraagt een bezoeker zich prompt af of er tegenwoordig minder dagboeken worden geschreven. In de traditionele zin misschien wel, legt Nieboer uit. Vooral de vorm verandert, maar tot haar plezier zijn er nog steeds veel schrijvers actief. Na de introductie begint de middag met een driedelige voordracht uit het dagboek van een anonieme 31-jarige vrouw. Deze biochemicus is ‘intelligent, maar een beetje wereldvreemd.’ De duiding komt van een zogenaamde ‘lezer’, de gebezigde term voor vrijwilligers die op het archief dagboeken doorspitten en nieuwe stukken inventariseren. Drie van deze lezers; Maarten Reinboud, Veronica Stutvoet en Alja Spaan dragen achtereenvolgens passages uit het dagboek van de intelligente vrouw voor. Een vrouw die vaker verliefd was, maar nooit een serieuze relatie heeft gehad. Begin 1965 reageerde ze op een contactadvertentie en op 1 maart ontving ze een brief terug: ‘Vrijblijvend is het allang niet meer, want hij verwacht dat ik hem opbel. Is hij helemáál betoeterd! Hij kan nog een brief krijgen en anders basta.’ Grappig; want is een telefoongesprek tegenwoordig nog steeds intiemer dan een brief? De rollen lijken omgedraaid, er wordt veel meer gebeld en regelmatig in het openbaar. De intimiteit van een telefoontje thuis is geen vanzelfsprekendheid meer. Daarentegen is een handgeschreven pennevrucht een stuk romantischer dan een ad hoc getypte mail.

De correspondentie tussen de vrouw en penvriend wordt persoonlijker. Op 18 maart ontvangt ze een pakje; het boek ‘Prolegomena van een antropologische fysiologie’ door F. J. J. Buytendijk, en is daar ontzettend blij mee. Ze is immers academica en zoekt een slimme man. Maar het mag niet baten. Op 3 april lucht ze haar hart: ‘Waarschijnlijk is het dan toch de kortstondige illusie van liefde en samen-zijn geweest. Ik erken nu eindelijk de eenzaamheid als een nieuw gegeven in mijn leven. (..) En de eenzaamheid is géén welkome gast. Hij vult mijn kamer zonder een gezicht te hebben, waar je naar kijken kunt. Hij heeft ook geen stem, tenzij die van de stilte of een te hard aangezette radio. Hij neemt wél veel plaats in en weet alle prettige gasten — zoals blijheid en enthousiasme en hoop en toekomstplannen — de deur uit te jagen.’ Het was niet wederzijds, na zijn ‘ik bel je nog wel’ aan het eind van hun ontmoeting wachtte ze tevergeefs op een telefoontje.

Een andere titel van de auteur van ‘Prolegomena van een antropologische fysiologie.’

Iemand die daarentegen weinig met eenzaamheid geassocieerd werd, maar liefst vier keer trouwde en openlijk verhoudingen aanging was schrijfster Emmy van Lokhorst (1891–1971). Journaliste Marjo van Soest werkt aan een biografie over Van Lokhorst en wordt hierover geïnterviewd door Monica Soeting van het Dagboekarchief. Emmy van Lokhorst debuteerde in 1917 met het meisjesboek ‘Phil’s amoureuze perikelen’, om later op te klimmen tot een succesvol auteur van artikelen en (non-fictie) boeken, maar ook als huisonderwijzeres en frontvrouw in de culturele wereld. Helaas werd haar werk niet bepaald op waarde geschat, vertelt Van Soest. Het is een euvel dat veel schrijvende vrouwen van haar generatie overkwam. In recensies werd ze neergesabeld en als schrijfster uiteindelijk weggezet als ondergewaardeerde auteur van damesromans. In een recent uitgebracht fotoboek zag Van Soest dit bevestigd. Er pronkte een naaktfoto van Van Lokhorst tussen de statige fotoportretten van schrijvers in vestpak. Desgevraagd antwoord Van Soest resoluut dat het géén selfie was. Is het ontkrachten van deze onderwaardering een reden voor het schrijven van een biografie? ‘Het helpt in de motivatie.’ stelt Van Soest.

Emmy van Lokhorst, Collectie Literatuurmuseum.

Van Lokhorst’s dagboeken, te vinden in het Literatuurmuseum, zijn openhartig en gaan, net als haar literaire werk, vaak over erotiek en liefde. Ze werd snel verliefd, ook terwijl ze met een ander getrouwd was, iets wat Van Soest ‘mousserend’ noemt. Zo werd de 62-jarige Van Lokhorst verliefd op de 23 jaar jongere Godfried Bomans (tot een relatie kwam het niet). Van Soest brengt dit tot leven met een prachtig citaat: ‘Die kus, o die kus die sloeg mijn leden loom van geluk.’ Toch waren die sprankelende verliefdheden geen recept tegen de neerslachtigheid waar ze mee kampte; een onderwerp waar ze vaker over schreef: haar dagboeken waren voor haar ook een vluchthaven. Dat roept herkenning op bij het publiek, want er gaat een instemmend ‘Ja, ja’ door de winkel. Het publiek is bekend met de functie van dagboeken, het zogenaamd van je afschrijven. Toen Emmy van Lokhorst in 1970 overleed werden de dagboeken door een jonge vriend geveild. Op de vraag waarom de erfenis niet bij de familie belandde denkt Van Soest dat de dagboeken te pikant waren. Door de eerlijke passages over seksualiteit en buitenhuwelijkse activiteiten was het risico vermoedelijk te groot dat ze in de prullenbak zouden verdwijnen.

Waar Emmy van Lokhorst haar dagboeken kocht is niet bekend, maar bij Blankevoort zijn ze ook nu nog te koop. Tussen ‘Het bucketlist boek’ en ‘Ik ben hier nu, the mindfulness project’ liggen dummies van het merk Paperblanks. Tijdens de afsluitende borrel wordt nagepraat en wisselen bezoekers persoonlijke ervaringen met dagboeken uit. Niet iedereen is een fervent dagboekschrijver, zo blijkt, de dame die drankjes inschenkt bijvoorbeeld: ‘Ik flap alles er meteen uit, daar heb ik geen dagboek voor nodig.’ Of dat voor de meesten geldt, valt te betwijfelen, de vrouw achter de kassa houdt wel degelijk een geschreven dagboek bij. Die kocht ze uiteraard, net als Otto Frank destijds, bij Boekhandel Blankevoort.

Het boekje ‘Een groot verlangen dat branden doet mijn hart’ (samengesteld door de medewerkers van het Dagboekarchief en vormgegeven door Bertie van der Meij) is hier te bestellen voor slechts 6 euro. De biografie van Emmy van Lokhorst verschijnt in het voorjaar van 2018 bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, lees hier meer over Van Lokhorst. Over de geschiedenis van boekhandel Blankevoort kwam in 1991 een boekje uit, dat hier te lezen is. En, jawel, ‘Prolegomena van een antropologische fysiologie’ is ook nog te koop.

Historicus Timo van Barneveld schrijft regelmatig over nieuwe aanwinsten en activiteiten van het Nederlands Dagboekarchief. Samen met Arnout Janmaat schreef hij ‘Meisje zoekt meisje’ over twee jodelende dames die in de jaren vijftig de wereld verkennen. Dagboeken vormden de basis voor deze publicatie, die in 2017 verscheen bij Uitgeverij De Geus.