Gereïncartjeerd

Pfoe! Ik moet even bijkomen van de laatste veertien dagen. Deze jongeman is namelijk weer aan het studeren gegaan. Voor degene die het interesseert, over vier jaar hoop ik mijn papiertje van de opleiding Digital Business Concepts te hebben. Is iets met commerciële economie en concepten van deze tijd te bedenken. Supertof uiteraard en ik vind het gewoon fijn om weer te zeggen dat ik student ben. Het is de laatste twee jaar toch best lastig gebleken om de vraag ‘wat studeer je?’ te beantwoorden.

Tjeerdiologie’ had ik achteraf moeten zeggen.

Mensen hadden me waarschijnlijk met een vragende blik aangekeken. ‘Een studie op jezelf?’ was de te kloppen vraag geweest. ‘Ja’, zou ik gezegd hebben. Ik heb veel over mezelf geleerd. Dingen die ik niet zo goed kan bijvoorbeeld. Plannen, ordenen. Ik heb het lang kunnen maskeren door te teren op de kennis en het talent wat mij gegeven is. Op een ‘grote mensen-onderwijs’ wordt meer gevraagd dan dat en daar ben ik keihard mee geconfronteerd. Maar het was niet alleen dat. Ik dacht het verleden onder controle te hebben, maar dat was een illusie en die illusie stortte ineens in elkaar. Ik zocht een oplossing, deed domme dingen (als je de details wilt weten, wil ik daar met een goed glas rode wijn over praten) en vluchtte voor de verantwoordelijkheden van de ‘grote mensen-wereld’.

Tot twee weken geleden. Ik vul, zonder verwachtingen, een contactformulier in bij een ‘nieuwe’ uitgeverij. Ik heb nog altijd de motivatie om een tweede boek te schrijven. Voor mezelf, maar ook voor diegene waarvoor het eerste boek geschreven is. Om mezelf weer te laten zien aan de wereld door datgene wat ik het beste kan.

Een dag later word ik gebeld door de uitgeverij. Ik leg hem mijn idee voor. Of ja, een idee was het eigenlijk niet. Meer een vluchtig hersenspinsel dat ik wilde voorleggen. Tijdens het telefoongesprek wordt de stem van de uitgeverij enthousiaster, hij geeft me vragen waar ik over na mag gaan denken en vervolgens terug mag komen. Terwijl ik ophang kijk ik verbijsterd om me heen, misschien zelfs met een vleugje ongeloof.

Op zich is het natuurlijk al gaaf nieuws. Maar de verbijstering komt niet daardoor. Het is 31 augustus. De mensen die wat meer van mij weten, begrijpen dat dit een bijzondere datum is. Of eigenlijk, de dag erna zal hoe lang ik ook leef, altijd een rode draad zijn door mijn levensboek. Onder 1 september zal jaar in jaar uit een dikke, vette, rode cirkel staan. Het is het moment geweest wat mij raakte. Ik zit voor het eerst sinds twee jaar weer in de schoolbanken. Ik heb eindelijk weer handvatten die ik als steun kan gebruiken om verder te gaan en dat terwijl ik dacht dat ik nooit meer zou studeren. En uitgerekend in de eerste week krijg ik dit telefoontje.

Noem het toeval, noem het geluk wat ik afgedwongen heb, noem het een beloning van de studie op mezelf. Ik durf er geen sticker op te plakken en misschien is dat soms ook maar beter. Het is niet altijd nodig om het beestje een naam te geven, dat doen we al genoeg. Wat ik wel durf te zeggen is dat ik terug ben. Ik voel me weer mezelf, zie mezelf ook echt staan als ik in de spiegel kijk. Maar het mooiste is nog dat de mensen om heen het zien. Zij zien mijn wedergeboorte, zij zien dat ik ben gereïncatjeerd.