Mission Impossible
Het is donderdagavond, klokslag negen uur. Terwijl het weer ons compleet in de steek laat — het lijkt wel een herfstige oktoberavond, kijk ik naar buiten. De zon heeft zich vandaag nog niet laten zien, de wereld heeft deze donderdag voor even haar kleur verloren. Ik zit op bed, een warme trui hangt in plaats van een zomers shirt over mijn schouders, mijn rug leunt tegen de muur aan.
De kop dampende thee (ja, echt!) naast me vult de kamer met een kruidige geur, een vrolijk achtergrondmuziekje komt uit de speakers van mijn digitale typemachine. Ik open Facebook om te kijken of de wereld om mij heen ook lekker binnen zit, om te kijken of er nog een guitig ‘kortpittig kapsel’ voorbij komt.
Na alle updates , gelukkig zit de wereld om mij heen ook lekker binnen, gelezen te hebben, scroll ik naar het begin van de pagina. Daar word ik geconfronteerd met de vraag die nu door mijn hoofd spookt.
Waar denk je aan?
Het is een simpele vraag, die je normaal niet op zou vallen. Je zou de wereld laten zien wat je wilt laten zien zonder erbij na te denken wat de vraag is. Het is een vraag waar je vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week een antwoord op hebt. Je denkt continu na. Over oppervlakkige dingen, zoals de nieuwe print op je toiletpapier of het kleur spikkels wat je op je ijsje wilt als het warm is. Of over onderwerpen met een iets zwaarder gewicht, jezelf bijvoorbeeld.
Zoals wel vaker denk ik op dit moment aan een zwaargewicht onderwerp. Een paar dagen geleden kwam ik op een pagina terecht met een tekst die ik zelf ongeveer vier jaar geleden geschreven heb. Ik had net mijn zevenmijlslaarzen aangetrokken om als eerstejaars student op avontuur te gaan…
Hoe ik mezelf zou omschrijven? Lastig, voor mensen is het moeilijk om op zichzelf een stempel te drukken. Ik ben (nog) jong, geïnteresseerd in alles wat dit universum te bieden heeft, enthousiast, af en toe wat neerslachtig en negatief. Ondanks dat negatieve heb ik nooit opgegeven, geef ik nooit op en zal ik nooit opgeven. Dat zit niet in me, ik zie overal mogelijkheden in, ook al zijn die mogelijkheden minimaal. Mission Impossible isn’t impossible.
De woorden van een achttienjarige mij dreunen na. Ik zal nooit opgeven. Is dat vier jaar later nog steeds waar? Geef ik nooit op? Opnieuw merk ik dat het lastig is om een spiegel voor te houden. Heb ik de laatste jaren bij tegenslagen te makkelijk de handdoek in de ring gegooid?
Ik weet wel dat ik meer onnavolgbaar ben geworden. De lijn golft heen en weer tussen hoog en laag, een rechte lijn is er eigenlijk niet en als die er wel is, zal hij het grootste gedeelte onder de x-as zijn. De lijn die eigenlijk heel naar voor je gemoedstoestand is, maar die makkelijk te accepteren is, omdat je geen risico hoeft te lopen.
Even blijven mijn vingers boven het toetsenbord hangen. Ik kan twee kanten met dit verhaal op, ik kan naar mijn eigen ik van vier jaar geleden kijken en gaan vergelijken met toen en nu, maar daar heb ik niks aan. Het valt niet te vergelijken, toen was ik achttien, had ik hetzelfde jaar een boekje geschreven en lag de wereld voor mij open. Helaas was die Tjeerd naïef, misschien iets te vol van zichzelf en lukte het niet om maat 42 om zijn voeten heen te krijgen.
De andere kant is de Tjeerd die ik nog niet zie, die nog niet in mijn gezichtsveld is. Die Tjeerd die op hetzelfde punt staat als vier jaar geleden. Toen stond ik op het punt om aan een studie te beginnen, vier jaar later opnieuw. Alleen deze keer zonder rugzak met illusies, de komende vier jaar draag ik hem met ervaringen.
En weet je, ik ben stiekem best een beetje bang, ik vind het zelfs een beetje eng. Ik zal me de eerste minuten weer de brugpieper voelen, die met knikkende knietjes door de gang loopt. Maar wel een brugpieper die een mogelijkheid ziet in zijn onmogelijke missie, zijn eigen Mission Impossible.