Rondleiding door het Bovenhuis

‘’ Welkom bij deze rondleiding in het Bovenhuis van een mens. Ik ben Brian, uw gids van vandaag. Veeg u schoenen voor het betreden van de beschikbare ruimtes en bekijk de onderkant van uw schoeisel om te garanderen dat er geen viezigheid binnen komt. Let goed op, want sommige onderdelen zijn complex en moeilijk te begrijpen.’’

Het zou de introductie van een gids van mijn hersenen kunnen zijn. Als er een model van mijn bovenkamer op een expositie zou staan zou er een rondleiding gegeven kunnen worden. Niet in de eerste plaats omdat hersenen bijzonder interessant zijn, niet alleen die van mij, ook die van jou en de overige zeven miljard wereldbewoners.

Laat ik voorop stellen dat ik geen neuroloog ben, geen hersenprofessor die je precies kan vertellen wat er in de hersenen afspeelt. Dat is te theoretisch, teveel uit boeken. Zelfde geldt voor psychologie, een vak wat een bovengemiddelde interesse bij mij wekt, maar waar mijn ik-persoontje niet geschikt voor is. Buiten dat het veel te veel tekst is, zou ik de verhalen die mij verteld zouden worden te persoonlijk aantrekken.

‘’…dit was de introductie. Doe uw jas goed dicht, want het kan hier koud en kil zijn. De ruimte is groot en donker. Verder, trekt u zich niks aan van de melancholische klanken, dat is een bewust gekozen themesong die de beleving van deze ruimte fundering geeft.’’

Het kan ijskoud zijn in mijn bovenkamer. Niet dat dat slecht is, als je wilt weten wat échte warmte is, moet je ook ervaren hoe het is als het ijskoud is. Jammer genoeg heeft deze negativiteit teveel ruimte in beslag genomen en heeft het over vrijwel alles een overwicht. Bij ieder vraagstuk wat door mijn hersenen rolt ga ik uit van een doemscenario. In mijn hoofd wordt direct een schadeformulier uit de kast getrokken, want wat zou er eventueel kunnen gebeuren? Ik ga te snel uit van een negatieve uitkomst, zelfs als ik weet dat het doen van een bepaalde handeling zoals minstens één keer per dag de deur uitgaan me goed doet. Toch blijven negatieve denkpatronen hun kleuren (of ja, kleuren) op het lege canvas van een nieuwe dag schilderen, hoe graag ik dat ook niet zou willen.

‘’Bij de volgende ruimte moet u zichzelf goed vasthouden aan de daarvoor geïnstalleerde handvatten. Op sommige momenten is het lastig om uw evenwicht te bewaren.’’

Ken je van die gammele hangbruggen die ten midden van wonderschone natuur boven een hol, eindeloos ravijn hangt? Die hangt in deze ruimte, een ruimte vol onzekerheid. Om daarvan een voorstelling te maken: toen ik op mijn dieptepunt zat durfde ik amper naar de supermarkt, omdat ik bang was voor datgene wat het winkelpersoneel over mij dacht. Mensen waarmee ik niks heb, waarom zou je je daar druk over maken? Goede vraag. Ik weet niet, het negatieve zelfbeeld nam mij over. Niet alleen mijn denken, maar heel mijn lichaam. Als ik in de spiegel keek zag ik geen Hollandse blauwgrijze ogen, geen mooi gevormde lippen of sluike lange wimpers. Ik zag een grijze schim, een waas voor mijn ogen. Een waas die ieder moment anoniem zou worden meegenomen met de windstromen. Dat was toen.

Ik heb er n nog steeds last van. Een stuk minder gelukkig, maar ik kan me voor ik naar de supermarkt ga druk maken om de gedachte dat het kassameisje (of middelbare vrouw met kortpittig kapsel) denkt dat ik een alcoholist ben als ik twee avonden achter elkaar een paar biertjes haal of een flesje rood. Het zijn rare kronkels waar lang niet iedereen aan denkt als hij of zij door de supermarkt loopt. Ik probeer me van die zogenaamde beoordelingen en veroordelingen zo min mogelijk aan te trekken. Aannames zie ik zelf verzin, waanideeën waar ik mezelf helemaal dol kan draaien.

‘’Is iedereen er nog? Niemand naar beneden gevallen? Nee? Dan gaan we verder naar de laatste ruimte. Een ruimte waar u uw jas uit kunt doen en achterover kunt zitten in één van de loungebanken. Het klopt, de ruimte is een beetje klein, maar u kunt allemaal zo comfortabel gaan liggen of zitten. Dit is namelijk de kamer van Vrolijkheid die het magische karakter heeft om iedereen genoeg ruimte te bieden.’’

Dit is de laatste kamer, waar wel de kamer waar absoluut de meeste energie vandaan komt. Het is een beetje klein, een soort bezemkast in een Amsterdams herenhuis, maar ik ben bezig met een renovatie om deze ruimte groter te laten worden, zodat de ruimte een prominente plek inneemt in het Bovenhuis. Want naast dat het voor belangrijke mensen in mijn directe omgeving lastig kan zijn om om te gaan met een persoon die het glas eerder als halfleeg ziet is het voor mij ook niet prettig om zo pessimistisch te denken. Helemaal niet omdat dat niet is wie ik diep vanbinnen ben.

‘’Ik moet er helaas vandoor, want de volgende groep toeristen staat bij de ingang. Blijft u rustig zitten en genieten van de loungemogelijkheden. Zuig de vrolijkheid op en neem die wanneer u de rondleiding verlaat met u mee naar huis en deel deze met iedereen die u lief is. Ik ben Brian en dit was de rondleiding door het Bovenhuis.’’